Het vaak misleidende karakter van R/P ratio’s.

De titel van dit stuk is misschien nogal gechargeerd.

In mijn vorige artikel op deze blog gaf ik al een voorbeeld van misleidende informatie ten aanzien van de olie situatie:
Hoera we zijn gered. De VS is een netto exporteur van vloeibare brandstoffen geworden.
Bovengenoemd voorbeeld riep, afgaande op de commentaren bij het WSJ artikel, bij velen het idee op dat de VS ineens zoveel olie ter beschikking had dat het een netto olie exporteur was geworden. Laatstgenoemde is natuurlijk absoluut niet het geval. De VS is nog steeds een flinke olie importeur. Het WSJ artikel ging alleen over het verschil tussen de import en export van petroleum producten [zoals bijvoorbeeld benzine en diesel] in de VS, dus niet over de netto import van ruwe olie! Laatstgenoemde werd in de berekening buiten beschouwing gelaten.
De VS exporteerde dit jaar inderdaad iets meer petroleum producten dan dat het importeerde, maar deze netto export van petroleum producten bedroeg maar enkele procenten van de totale netto import aan ruwe olie!

Het vaak misleidende gebruik van R/P ratio’s
Hieronder aandacht voor het in mijn ogen vaak misleidend gebruik van R/P ratio’s in de media. Dat er met behulp van R/P ratio’s de suggestie gegeven wordt dat we nog tijd zat hebben om ons voor te bereiden op een flinke energiecrisis, dat het oliefeest nog tientallen jaren kan voortduren. De werkelijkheid is naar mijn bescheiden mening een stuk minder rooskleurig….

Regelmatig lees ik (en hoor ik) dat we [met het in de toekomst constant blijven van de huidige wereldwijde olieproductie] nog 40 jaar het olie feest kunnen volhouden. Dat we nog 40 jaar in het huidige tempo kunnen door feesten.
Deze conclusie is gebaseerd op de zogenaamde R/P ratio.

Het totaal aan economisch winbare (conventionele) oliereserves (R) wordt geschat op grofweg 1200 miljard vaten, terwijl de huidige wereldwijde jaarlijkse olieproductie (P) grofweg 30 miljard vaten [per jaar] bedraagt. Als men die 1200 miljard deelt door 30 miljard komt men op 40 jaar.

R/P ratio’s corrigeren niet voor toenemend toekomstig olieverbruik
Om ons op schuld gebaseerde en van groei afhankelijk financieel-/ economisch stelsel in gezonde toestand te houden, laat staan in stand te houden, is idealiter structurele economische groei benodigd.
Er bestaat een sterke correlatie tussen economische groei en het toenemend verbruik van olie.
Stel dat de komende jaren het olieverbruik jaarlijks gemiddeld met 2% gaat groeien en er worden geen nieuwe economisch winbare reserves meer gevonden, dan zullen die 1200 miljard vaten veel eerder opgebruikt zijn.
Indien deze 1200 miljard vaten aan reserves weer als een glas water opgevat worden, zullen, wanneer het olieverbruik ieder jaar met 2% gaat toenemen [ieder jaar wordt er 2% meer water door het rietje gezogen], deze olie_reserves binnen 30 jaar op zijn. [In plaatst van 40 jaar bij 0% groei in olieverbruik]. Dus in boven genoemd voorbeeld tien jaar eerder dan bij constant blijven van huidige productie.
[Berekening: 30 miljard x ((1,02^30 -1)/(1,02-1)) is ruim 1200 miljard.]

Er zitten nog meer venijnige addertjes onder het gras bij het gebruik van R/P ratio’s. Zie daartoe onderstaande tekst onder het kopje “ditjes en datjes over R/P ratio’s”.

Ditjes en datjes over R/P ratio’s
In onderstaand tekst zit, als gevolg van het brainstormachtige karakter ervan, flink wat herhaling. Ik heb een rekenvoorbeeld toegevoegd om een en ander wat concreter te maken…

Wat bij berekende R/P ratio’s vaak niet vermeld wordt, is dat bij berekening van R/P ratio’s verschillende soorten aan olie reserves vaak op één grote hoop gegooid worden, waardoor binnen de huidige wereldwijde olie context vooral voor de korte en middellange termijn een veel te optimistisch beeld van [de toekomstige] olieproductie gegeven wordt.

Bij het berekenen van R/P ratio’s worden de reserves aan zeer lastig winbare olie en de reserves aan makkelijk tot zeer makkelijk winbare olie meestal op één grote hoop gegooid. Vervolgens worden de bij elkaar opgetelde reserves [de op één hoop gegooide reserves] gedeeld door het huidige olie productie cijfer. Het huidige olie productie cijfer is een erg dynamisch gegeven en niet evenredig samengesteld uit de verschillende reserves.

Wat heel belangrijk is, is hoeveel olie er per tijdseenheid ‘opgepompt’ kan worden en niet zozeer de verhouding tussen de (vaak papieren) economisch winbaar veronderstelde oliereserves (R) en de huidige olieproductie (P).

Heden ten dage is het grootste deel van de dagelijkse (wereldwijde) ‘opgepompte’ olie nog steeds afkomstig uit makkelijk tot zeer makkelijk winbare olie reserves. De totale productie uit de makkelijk winbare oliereserves is al aan het afnemen en dient meer en meer gecompenseerd te worden door olie uit lastig tot zeer lastig winbare oliereserves.
Als straks de makkelijk winbare oliereserves uitgeput zijn, resteren nog een flinke hoeveelheid aan lastige winbare oliereserves.
Echter, ondanks de grote hoeveelheid aan resterende lastige tot zeer lastige winbare oliereserves, zal, wanneer de makkelijk winbare oliereserves meer en meer uitgeput raken, de totale wereldwijde olieproductie meer en meer gaan inzakken [omdat de olie uit lastig winbare reserves slecht in zeer langzaam tempo gewonnen kan worden]. Bovendien zal het flink duurder zijn om laatstgenoemde olie uit de grond te halen.

Rekenvoorbeeld:
1)
Een oliereserve bestaande uit 2,5 miljoen vaten aan makkelijk winbare olie, kan onder gebruikelijke investeringen in een tempo van duizenden vaten per dag leeggepompt worden. De R/P ratio is erg laag, terwijl de flow (hoeveel dagelijks opgepompte olie) hoog is. Het laatstgenoemde is naar mijn bescheiden mening het belangrijkste!
2)
Een oliereserve bestaande uit 7,5 miljoen vaten aan erg lastig winbare olie, kan zelfs met flinke investeringen slechts in een tempo van hooguit 50 olievaten per dag leeggepompt worden. De R/P ratio is erg hoog, terwijl de flow (hoeveel dagelijks opgepompte olie) erg laag is. Het laatstgenoemde is naar mijn bescheiden mening het belangrijkste!

Als men de reserves uit bovengenoemde voorbeelden 1) en 2) bij elkaar optelt (op 1 hoop gooit), komt men op een winbare olie reserve van in totaal 10 miljoen vaten. Stel dat in verbeeld 1 heden ten dage dagelijks 2000 vaten opgepompt worden en in voorbeeld 2 het er 50 zijn.
De totale dagelijkse productie zou dan (heden ten dage) in totaal 2050 vaten per dag bedragen (2000 + 50 = 2050).
De R/P ratio zou dan (10000000/2050) ongeveer 4880 dagen betreffen. Dat is ruim 13 jaar.
Aangezien de oliereserves niet vergeleken kunnen worden met een glas water [welke in een constant tempo met een rietje leeggezogen kan worden] en de samenstelling van reserves verschillend is, zal de productie natuurlijk niet 13 jaar jaar lang 2050 vaten per dag bedragen en van de een op de andere dag ineens nul.
In voorbeeld 1 zullen de reserves veel sneller uitgeput raken en met het kleiner worden van de reserves ook de dagelijkse productie [omdat bijvoorbeeld de druk in de velden steeds meer weg valt etc..]
Als de olieproductie uit voorbeeld 1 reeds op haar piek zit en de daling begint al in te zetten, dan zal al op korte termijn de totale olieproductie gaan inzakken. De bulk van de olieproductie komt namelijk op conto van de makkelijk winbare oliereserves die in bovengenoemd voorbeeld slechts 25% van de totale economisch winbare reserves uitmaakt.
In plaats dat men nog 13 jaar door kan feesten in de hoop in die tussentijd een alternatief te vinden, zal men in werkelijkheid al veel sneller geconfronteerd worden met het feit dat het olie feest ten einde loopt. Als de makkelijk winbare olie reserves uit voorbeeld 1 als een rietje in een glaswater leeggezogen konden worden zouden de reserves uit voorbeeld 1 al binnen 4 jaar op zijn. Na 4 jaar zou de totale olieproductie dan nog maar een 50 tal vaten per dag bedragen, in plaatst van 2050 vaten per dag (de R/P ratio wanneer men de reserves op 1 hoop gooit en deelt door de actuele totale olieproductie).

Aangezien heden ten dage ten eerste de meeste olie nog gewonnen wordt uit makkelijk winbare olie reserves, maar de totale productie uit deze makkelijke olie reserves al aan het afnemen is en ten tweede er (zeker op papier) nog enorme hoeveelheden aan lastigere tot zeer lastig economisch winbare oliereserves bestaan en ten derde laatstgenoemde lastig winbare reserves op één hoop met de makkelijk winbare reserves gegooid worden, creert men ten aanzien van de flow (hoeveelheid olie die dagelijks uit de oliekraan stroomt) voor de komende tientallen jaren een veel en veel te optimistisch (misleidend!) beeld. De flow (hoeveel aan dagelijks opgepompte olie) is waar het omgaat en ondanks resterende flinke reserves aan lastige olie reserves zal, wanneer de olie productie uit de makkelijk winbare reserves flink gaat inzakken, de flinke productie daling van makkelijk winbare olie bijlange na niet voldoende gecompenseerd kunnen worden door nieuwe productie uit lastig winbare reserves. De (dagelijkse) wereldwijde olieproductie (de dagelijkse olie flow) zal daardoor meer en meer gaan dalen. De meeste olie (uit met name lastige reserves) zal naar mijn mening vanwege onder andere bovengrondse factoren nooit uit de grond gehaald gaan worden.

Advertenties

Over paradoxnl

Man, 53 jaar, Nederland.
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Een reactie op Het vaak misleidende karakter van R/P ratio’s.

  1. James eviden zegt:

    De basis van het economisch systeem deugt niet De kern van het huidige probleem wordt helder geschetst in deze verklaring.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s