De wereldwijde oliesituatie: Bevat de pessimistische visie van Kurt Cobb meer realisme dan de vaak relatief optimistische berichtgeving in de media!?

Naar mijn idee wordt in het van Kurt Kobb afkomstige artikel “The one chart about oil’s future everyone should see” een flink meer realistisch beeld van de huidige en toekomstige wereldwijde oliesituatie gekenschetst [dan in menig artikel in de media het geval is]. Natuurlijk kan ik met laatstgenoemde opvatting de plank flink misslaan.

Alvorens in te gaan op het artikel van Kurt Cobb, eerst mijn nogal gechargeerd beeld over de rol van energiewaakhonden, zoals bijvoorbeeld het EIA en het IEA.

Energiewaakhonden als werktuig van allerlei politieke (financiele) belangengroepen!?
Als ik menig analist mag geloven is de in Parijs gevestigde energiewaakhond IEA (en ook de overige energiewaakhonden zoals het EIA) eerder een politieke organisatie dan een onafhankelijke organisatie welke zo objectief mogelijk de wereldwijde oliesituatie in kaart wil brengen [en aan de buitenwereld bekend wil maken].
Men ziet vaak wezenlijke verschillen tussen enerzijds de voor de buitenwereld bestemde samenvatting en anderzijds het energie rapport zelf. Volgens menig onafhankelijk analist is de (bijvoorbeeld door het IEA) naar buiten gebrachte boodschap over de wereldwijde energie situatie min of meer gedicteerd (gekleurd) door allerlei machtige nationale en internationale (financiele) belangengroepen.
In het originele rapport [en dus niet in de voor de buitenwereld bestemde samenvatting] wordt regelmatig gewezen op de enorme investeringen die vereist zijn om de benodigde toekomstige olieproductie te realiseren. Dat er ten aanzien van de toekomstige wereldwijde olieproductie zacht uitgedrukt heel wat bottlenecks aanwezig zijn die bij de toekomstige ramingen van de wereldwijde olieproductie behoorlijk gebagatelliseerd worden, waardoor de naar de buitenwereld uitgebrachte boodschap een veel te optimistisch (een onrealistisch) karakter krijgt.
Ook mij valt op dat in deze samenvattingen vaak niets gezegd wordt over de kwaliteit van de olie en de snel stijgende productiekosten. Dat er alleen maar gerept wordt over grote oliereserves in de grond, dat technologie er voor zal zorgen dat ook in de toekomst er voldoende betaalbare olie op de wereldmarkt zal zijn. Meestal wordt ook alle olie op één grote hoop gegooid. Er wordt niet vermeld dat vele van de aangehaalde oliereserves zeer lastig winbare slechte kwaliteitsolie bevatten, welke slechts in een laag tempo met gebruik van onder andere grote hoeveelheden aan aardgas en andere middelen geexploiteerd kunnen worden. Samengevat wordt in vele rapporten alleen gerept over de (verwachte toekomstige) bruto olieproductie en niet over de zogenaamde netto olieproductie. Bij laatstgenoemde is gecorrigeerd op de benodigde middelen en energie om de olie uit de grond te halen en te verwerken tot allerlei petroleum producten. Het is wel zo dat de laatste paar jaar in de rapporten van de invloedrijke energiewaakhonden de verwachte toekomstige olie productiecijfers al flink naar beneden zijn bijgesteld. De actualiteit (de actuele olie productiecijfers) begint steeds meer de veel te rooskleurige verwachtingen te achterhalen. Einde van het gechargeerde verhaal.

Hieronder wordt aan de hand van Engelstalige quotes (uit het artikel van Kurt) door mij stilgestaan bij het artikel. Bij iedere hieronder weergegeven quote heb ik namelijk een stukje Nederlandstalig commentaar geplaatst.

1)

With high oil prices and new drilling techniques unable to move the needle on worldwide crude oil production, we should ask ourselves whether it is wise to base energy policy on the fantasies of industry and government forecasters, Cobb writes.

Ondanks de flink hogere olieprijzen gedurende de afgelopen jaren hebben nieuwe oliewinning technieken, aldus Kurt Cobb, tot nu toe nauwelijks gezorgd voor meer (betaalbare) olie op de wereldwijde oliemarkt. En volgens hem zal het al op korte termijn, zelfs onder een scenario met structureel hoge olieprijzen, het zacht uitgedrukt erg lastig worden de wereldwijde bruto olieproductie nog noemenswaardig te laten stijgen. Om nog maar te zwijgen over de toekomstige wereldwijde netto olieproductie, want als men corrigeert op de hoeveelheid aan benodigde energie en middelen om de olie uit de grond te krijgen en te verwerken tot allerlei petroleumproducten is het olieplaatje nog veel somberder.
Kurt Cobb gaat er vanuit dat onderstaande figuur (afkomstig uit een 2009 stammend EIA rapport) het meest nauwkeurig de realiteit van de huidige wereldwijde oliesituatie weerspiegelt:

2)

This chart shows that by 2030 world output of oil and other liquid fuels from current fields is expected to drop to 43 million barrels per day. While hydraulic fracturing has allowed us to recover oil from previously inaccessible deposits, it has not allowed us to grow oil supplies worldwide, Cobb writes.

Volgens de boven getoonde kaart zal in het jaar 2030 de wereldwijde bruto olieproductie (conventioneel + niet conventioneel) uit huidige oliebronnen al gedaald zijn naar nog maar 43 miljoen vaten per dag. Momenteel bedraagt de totale conventionele en niet conventionele olieproductie ruim 85 miljoen vaten per dag.
Verder merkt Cobb op dat ondanks ‘hydrailic fracturing’ (techniek die onder gebruikt wordt bij winning van olie uit shale oil) de wereldwijde olieproductie de afgelopen jaren nauwelijks gestegen is. In de VS is dankzij structureel hoge olieprijzen de toename wel noemenswaardig, maar op wereldwijd niveau stelt die toename niet zoveel voor.

3)

When people read about a long-term forecast of world oil supply–say, out to 2030–they often believe that the forecasters are merely incorporating our knowledge of existing fields and figuring out how much oil can be extracted from them over the forecast period. Nothing could be further from the truth. Much of the forecast supply has not yet been discovered or has no demonstrated technology which can extract or produce it economically. In other words, such forecasts are merely guesses based on the slimmest of evidence.

Kurt beweerd (zoals menig ander onafhankelijk analist) dat bij de door de energiewaakhonden ‘verwachte’ toekomstige wereldwijde olieproductie veel te weinig rekening gehouden wordt met de huidige wereldwijde oliesituatie [de huidige wereldwijde oliesituatie niet zwaar meegewogen wordt]. Om laatstgenoemde verwachte toekomstige wereldwijde olieproductiecijfers te realiseren, dienen er aldus Kurt nog flink wat nieuwe economisch winbare oliereserves bij gevonden te worden of dient er nog veel betere bruikbare oliewinning technologie op de markt te verschijnen om tot nu toe niet economisch winbare olie ‘economisch winbaar’ te maken. Volgens ene Steve kopits heeft de economie van China en de VS nu al grote moeite om nog ouderwets te groeien vanwege te hoge olieprijzen.

If we return to our earlier discussion and examine the oil price that the Chinese and US economies could tolerate today, Steve Kopits showed that the Chinese economy has developed so strongly that it can now carry a price of over $100 per barrel while the USA can now only carry $80. The fact that (for various reasons) the price of oil in the USA is currently approximately $20 cheaper than the world price of oil that China pays shows that both China and the USA are balanced on the knife edge of what they can tolerate.

Einde commentaar quote 3.

4)

Perhaps the best ever illustration of this comes from a 2009 presentation made by Glen Sweetnam, a U.S. Energy Information Administration (EIA) official. The EIA is the statistical arm of the U.S. Department of Energy. The following chart from that presentation will upend any notion that we know exactly where all the oil we need to meet expected demand will come from.

Zie bovenstaand plaatje voor relevante illustratie. Uit het plaatje kan men aflezen dat er nog flink wat nieuwe reserves met economisch winbare olie gevonden moeten worden, om de verwachte toekomstige vraag naar olie te realiseren. De grote vraag is dus waar al die olie vandaan moet gaan komen om aan de toekomstige wereldwijde vraag aan olie te kunnen voldoen. Zelfs rekening houdend met olie uit teerzanden en olieshalies, zal het zacht uitgedrukt een enorme uitdaging worden.

5)

The chart shows that by 2030 world output of oil and other liquid fuels from current fields is expected to drop to 43 million barrels per day (mbpd), some 62 million barrels below projected demand of 105 mbpd. (Though prepared in 2009, the chart takes into account known projects expected to be producing by 2012.) This drop is consistent with the observed decline in the worldwide rate of production from existing fields of about 4 percent per year. Certainly, there will be more projects identified in the 18 years ahead. And, many people will say that we already have a large new resource of tight oil (often mistakenly referred to as shale oil) which can be extracted through hydraulic fracturing or fracking. But even if the optimists are correct–and there can be no guarantee that they will be–this source of oil will only add 3 to 4 million barrels of daily production. What Sweetnam’s chart tells us is that we must find and bring into production the equivalent of five new Saudi Arabias between now and 2030 in order to meet expected demand even if the volume of tight oil reaches its maximum projected output. (The Saudis currently produce about 11.7 mbpd of oil and other liquids.)

Om aan de toekomstige vraag naar olie te kunnen voldoen, dienen er volgens het plaatje dat onder quote 1) staat afgebeeld tussen nu en het jaar 2030 nog economisch winbare oliereserves gevonden en in ontwikkeling gebracht worden ter grootte van 5 nieuwe Saoedi-Arabies. Zelfs wanneer het meest optimistische scenario ten aanzien van toekomstige oliewinning uit shale oil (of nauwkeuriger tight oil) gerealiseerd wordt (namelijk piek productie van bijna 4 miljoen olievaten per dag), dient er vanaf nu tot het jaar 2030 nog steeds grofweg 5 x de huidige olieproductie van Saoedi Arabie bij gevonden en in ontwikkeling gebracht te worden. Laatstgenoemde om de relatief geringe bijdrage van de olieproductie uit olieshalies (betere benaming is tight oil)  in perspectief te plaatsen.

6)

Because Sweetnam’s chart is for total worldwide “liquid fuel supply,” it’s worth noting that in recent years something called natural gas plant liquids (NGPLs) have been included in world oil supply based on the assumption that these hydrocarbons are 100 percent interchangeable with oil. NGPLs are components of natural gas other than methane such as ethane, propane, butane, and pentane, and their production grew recently with the natural gas drilling boom in the United States. Only a small portion of NGPLs can directly substitute for oil, and ramping up production of that portion independently is impossible since it is mixed in the methane.
But oil proper–defined as crude oil including lease condensate–continues to trace out a plateau in production that began in 2005.This makes the oil situation all the more concerning. It is true that rising and ultimately record high oil prices in the last decade have prompted oil companies to increase capital expenditures including those for exploration and drilling to their highest level ever. But, the vast effort represented by those expenditures has failed to boost true crude oil production definitively above the current bumpy plateau.

In het plaatje welke te vinden is onder quote 1) is uitgegaan van de totale olieproductie, dus conventioneel + niet conventioneel.
Sinds het jaar 2005 is de wereldwijde conventionele olieproductie, door sommige analisten ook wel de echte olie genoemd, vrijwel niet meer toegenomen. Sinds het jaar 2005 komt de (marginale) groei van de wereldwijde olieproductie vrijwel alleen op conto van niet conventionele olie. Niet conventionele olie bestaat voor een groot deel uit zogenaamd NGPL (soort van olieachtig vloeibaar aardgas). Vooral de olieachtige vloeibare aardgas bevat per vat grofweg 30 tot 40% minder energie dan een vat met conventionele olie. Bovendien kan er, als ik me niet vergis, uit een vat met olieachtig vloeibaar aardgas vrijwel geen benzine of diesel gemaakt worden.

7)

Some will point to vast deposits of so-called oil shale in the American West and suggest that production from these can fill the gap in the coming years. But right now commercial production of oil from this source is exactly zero. And, current reserves are also exactly zero since reserves are defined as those underground resources that can be produced profitably at today’s prices from known fields using existing technology. (For a more detailed discussion, see my recent piece on unconventional oil resources.)
Perhaps most important is that Sweetnam’s chart shows not how much oil we must discover, but the rate of flow we must achieve from any discoveries in order to match supply with projected consumption. Huge discoveries mean little if we cannot extract the oil profitably and at rates that are commensurate with our desired rate of consumption. With conventional oil in decline since 2006 according to the International Energy Agency, a consortium of 28 mostly importing nations, we will now be forced to rely increasingly on sources of unconventional oil such as the tar sands of Canada and the heavy oil of Venezuela, both of which are difficult and costly to extract and refine. So far the flows of unconventional oil have only just offset declines in the rate of production of the cheap, easy-to-get, free-flowing conventional oil which has powered modern civilization to date.

Er wordt hier nogmaals stilgestaan bij de hoge productie kosten van olie uit olieshalies (betere benaming is tight oil).
Volgens menig analist zijn de olieshalies geen homogeen veld. Op sommige plekken zit er olie die veel makkelijker winbaar is dan op anderen plekken. Momenteel wordt vooral op plekken met de meest makkelijk winbare en hoogste concentratie aan olie gewonnen. De olie op andere plekken is te duur omdat het te lastig winbaar is. De hoop is dat er in de toekomst bij de olieshalies nog plekken ontdekt worden met grote hoeveelheden aan economisch winbare olie. Als laatstgenoemde niet gebeurd, zal de oliewinning uit shalies een erg kort leven beschoren zijn. Vinden ze die plekken wel, is er wel een hoge olieprijs benodigd om deze olie economisch winbaar te maken.

8)

The global economy is entirely dependent on continuous flows of energy and raw materials. Oil is absolutely central because it provides one-third of the world’s energy and more than 80 percent of its transportation fuel. Unless oil production rises from here, global economic growth will eventually stall (if it hasn’t already).
With the EIA projecting oil production from oil shale of 140,000 barrels per day by 2030, we should not expect to close Sweetnam’s deficit of 62 mbpd from this source. Even if the EIA is too pessimistic on oil production from oil shale by a factor of 10, such production would barely put a dent in the anticipated supply gap by 2030.

De wereld economie is volledig afhankelijk van een continu (en betaalbaar) dagelijks aanbod van energie en grondstoffen. Vooral olie is cruciaal omdat nog steeds ruim 80% van de transportsector volledig afhankelijk is van olie. Om het nog maar eens te herhalen: zelfs onder het momenteel meest optimistische scenario ten aanzien van oliewinning uit olieshalies, dienen er tot het jaar 2030 nog waanzinnig veel nieuwe reserves aan economisch winbare olie ontdekt en in ontwikkeling genomen te worden.

9)

It should be apparent that energy policy around the world is essentially based on the idea that Sweetnam’s gap will be filled in time and comfortably. And yet, there can be no assurance of this. In fact, the ongoing plateau in the rate of world oil production in the face of record high prices ought to give us pause. If seven years of very high prices can only marginally move the rate of production of all liquids (which includes crude oil, natural gas plant liquids, biofuels, and refinery processing gains) up about 3.15 percent and if crude oil proper can only stay flat during the same period, how can we expect that the next seven years and the next seven after that will be filled with nothing but good news on supply?

Blijkbaar wordt er bij de energiewaakhonden (o.a. EIA en het IEA) vanuit gegaan dat de nog niet ontdekte economisch winbare oliereserves in de komende jaren nog wel ontdekt en in gebruik genomen zullen worden, om aan de verwachte toekomstige wereldwijde olievraag te kunnen voldoen. Laatstgenoemde is volgens Kurt wel een heel erg optimistische aanname, want zelfs 7 jaar met hele hoge olieprijzen (de afgelopen 7 jaar) heeft de wereldwijde olieproductie maar amper kunnen ophogen. Bovendien betreft die verhoging ook nog eens niet conventionele olie. Uit niet conventionele olie is het veel lastiger benzine of diesel te maken.

10)

If the answer to this question is that technology will unlock new resources and overcome the declines in existing fields, keep this is mind. If that technology is not on the shelf and ready to deploy today, it will make almost no difference in the 18 years between now and 2030. For those who point to hydraulic fracturing as a recent technological breakthrough, they need to do a little research. Hydraulic fracturing was first used in 1947. More than 30 years later in the early 1980s, building on government research, George Mitchell and his company Mitchell Energy and Development began pursuing natural gas in deep shale deposits. It took Mitchell 20 years of experimentation, government help and government incentives to perfect the type of hydraulic fracturing which is now used to release both natural gas and oil from deep shales. It took another 10 years for his methods to be widely deployed by the oil and gas industry.

Kurt betwijfelt in hoge mate dat nieuwe technologie de komende 18 jaar noemenswaardige verlichting zal gaan brengen. Het duurt volgens Kurt tientallen jaren eer een wezenlijk nieuwe technologie op commerciele basis ingezet kan worden. Hij geeft als voorbeeld hydrailic fracturing, welke al voor het eerst in 1947 toegepast werd. Pas 60 jaar later is het mogelijk om onder een regime met hoge olieprijzen deze technologie commercieel in te zetten.

11)

So, here’s the timeline on hydraulic fracturing. It took 60 years from the time the technique was first deployed until it was refined and widely adopted by the industry for the specific purpose of extracting natural gas and oil from deep shale deposits. Don’t look for any new miracle technologies to make a significant difference in oil production between now and 2030 unless they are already in the field performing their magic today and have not yet been widely adopted.
The effects of hydraulic fracturing on oil production are already in evidence. And, while the technique has allowed us to recover oil from previously inaccessible deposits, it has not allowed us to grow oil supplies worldwide as declines in production elsewhere have offset increases in production of oil from shale deposits (properly called tight oil).

Ondanks dat hydrailic fracturing, met dank aan de hoge olieprijzen, de olieproductie in de VS de laatste jaren noemenswaardig heeft verhoogd, is deze verhoging nauwelijks in staat geweest om de jaarlijkse teruggang van de wereldwijde olieproductie uit bestaande olievelden te compenseren. En als in het meest optimistische scenario uitgegaan wordt van een productie van bijna 4 miljoen vaten per dag (uit olieshalies), zal de olieproductie uit shalies in de verdere toekomst de teruggang in olieproductie uit de overige olievelden (wereldwijd) niet meer compenseren.

12)

With high oil prices and the hottest new technique unable to move the needle on worldwide production of crude oil, we should look at Glen Sweetnam’s chart with considerable concern. We should ask ourselves whether it is wise to base energy policy on the fantasies of industry and government forecasters. Perhaps we should focus instead on the trends and data we can verify and prepare ourselves and our economies for a world that may not have the copious amounts of oil that the industry is promising.

Om af te sluiten merkt Kurt op dat zelfs met de huidige hoge olieprijzen en nieuwste oliewinning technologie men niet in staat is de wereldwijde olieproductie noemenswaardig te verhogen. Hij vind het onrealistisch ervan uit te gaan dat de wereld kan voldoen aan de verwachte (toekomstige) wereldwijde olievraag. Hij stelt dat het misschien verstandiger is om ervan uit te gaan dat de wereld niet in staat is om aan de verwachte toekomstige olievraag te voldoen en op laatstgenoemde het beleid te baseren.

Advertenties

Over paradoxnl

Man, 53 jaar, Nederland.
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

7 reacties op De wereldwijde oliesituatie: Bevat de pessimistische visie van Kurt Cobb meer realisme dan de vaak relatief optimistische berichtgeving in de media!?

  1. Hans Verbeek zegt:

    Bedankt voor de uitgebreide update.
    De afname van de dagelijkse netto besteedbare hoeveelheid olie is voorlopig vooral zichtbaar in zwakke economieën, zoals Spanje, Portugal en Griekenland. Maar ook in Nederland en Duitsland daalt het dagelijks olieverbruik gestaag, doordat we efficiënter omspringen met brandstof.
    In de komende jaren zullen steeds meer arme Nederlanders en Duitsers de auto en het vliegtuig laten staan en daarmee het olieverbruik nog verder verlagen.

    • paradoxnl zegt:

      Hans,

      Heb jij informatie over het aantal verreden kilometers (vrachtvervoer + personenvervoer) per land per bijvoorbeeld maand of jaar?

      Inderdaad, uit veel blijkt dat voor de zwakke, sterk van olie import afhankelijke zuideuropese economieen de olieprijs veel te duur geworden is om de benodigde olie te kunnen importeren om hun economie op peil te houden. Laat staan nieuw leven in te blazen.
      Naar mijn idee is het voor een sterk van olie import afhankelijk land gedurende slecht economisch tij van cruciaal belang dat de olieprijs laag is om de economie van het land weer extra leven in te blazen.

      Maar het goedkope olie tijdperk is voorbij. Zelfs bij een kwakkelende wereldeconomie is de olie heel erg duur. Ook de sterk van olie import afhankelijke Nederlandse en Duitse economie gaan het zacht uitgedrukt nog erg moeilijk krijgen….
      Vanuit een netto energie perspectief is het plaatje extra somber.

  2. Hans zegt:

    Flink uitgewerkt stuk, Paradox. Voor spreekbeurten had je vroeger vast een 10, geen speld tussen te krijgen. Bedankt, hiervoor.

  3. Hans zegt:

    Paradox, je kunt hier in dit rapport wel de cijfers van Nederland vinden:
    Het is een lijvig rapport van 187 pagina’s. Ik denk dat pagina 16 jou wel interesseert.

    http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2012/11/16/mobiliteitsbalans-2012-jongeren-gebruiken-minder-vaak-de-auto.html

  4. Pingback: Een perfecte storm: energie, financieen en het einde van de groei | Paradoxnl's Blog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s