Een perfecte storm: energie, financieen en het einde van de groei

Rapport over flinke energiecrisis…
Op internet trof ik onlangs een m.i. goed uitgewerkt rapport aan over een flinke energieschok die de wereld de komende jaren steeds meer in haar greep zal krijgen. De energieshock zal niet van de een op de andere dag ‘zichzelf’ manifesteren, maar jaar op jaar steeds meer duidelijk worden, aldus het rapport. Vooral ook het relatief energie arme West Europa zal naar mijn idee niet gespaard blijven van de gevolgen. Als er op korte termijn geen revolutionaire doorbraak plaatsvind in hoopvolle alternatieve energiebronnen, zijn we naar mijn idee reeds veel en veel te laat begonnen met de transitie naar een noemenswaardiger duurzame samenleving.

In het rapport worden een viertal factoren beschreven, welke volgens het rapport de belangrijkste oorzaken zijn en waren voor de flinke economische recessie vanaf het jaar 2008, namelijk:

1: the fall-out from the biggest debt bubble in history
2: a disastrous experiment with globalisation
3: the massaging of data to the point where economic trends are obscured
4: and, most important of all, the approach of an energy-returns cliff-edge

Drie van de vier factoren (de nummers 1 t/m 3) zijn puur sociaal-economisch van aard en één factor (nummer 4) heeft alles van doen met de sterk stijgende kosten in de wereldwijde energie- en grondstoffenwinning.
Er is meer en meer bruikbare energie nodig om er een bepaalde hoeveelheid aan bruikbare energie mee te winnen. Ook kost het, vanwege het moeilijker bereikbaar en uitgeput raken van mijnen met hoge concentraties aan belangrijke mineralen, steeds meer energie om een bepaalde hoeveelheid aan mineralen/ grondstoffen uit de grond te halen.
Door de sterk stijgende kosten in de energie- en grondstoffenwinning en vooral ook door de snel afnemende kwaliteit van met name fossiele brandstoffen, dient er een steeds groter percentage van het wereldwijde Bruto Nationaal Product weer terug gepompt worden in de winning van bruikbare energie en grondstoffen. Er blijft daardoor netto minder energie over voor puur maatschappelijke activiteiten. Laatstgenoemde wordt in het rapport als belangrijkste oorzaak gezien van de huidige malaise en ook dat door laatstgenoemde factor het vrijwel onmogelijk is om uit de huidige economische malaise te geraken.

Zie onderstaande afbeeldingen voor een grafische weergave van enerzijds een (wereldwijd) energievoorzieningssysteem met relatief weinig benodigde energie input per eenheid aan geproduceerde bruikbare energie en anderzijds een (wereldwijd) energievoorzieningssysteem met een relatief veel benodigde energie input per eenheid aan geproduceerde bruikbare energie:

Onderstaande qoutes zijn afkomstig uit het document en geven naar mijn idee de essentie van bovengetoonde afbeeldingen weer….

The vast majority of economists do indeed frame the debate in monetary terms. The problem with this is that the economy is not, fundamentally, a monetary construct at all.
Economics is really about the art of combining tangible components (such as labour and natural resources) to meet needs. Ultimately, money is a convenient way of tokenising this process. The
process itself, on the other hand, is an energy equation
.

EROEI decline – the road from wealth to poverty
When looking at how a sharp decline in EROEI affects the economy, we need to take note of two key points. The first of these is that the slump in energy returns means that an ever-higher share of total output will be absorbed by the cost of energy, meaning that less value remains for all other purposes. The second is that energy is central to the entire economy, and that its effects go far beyond the obvious ‘costs’ of energy-related activities such as transport and the generation of power.

Zie ook dit eerder op deze blog geplaatst artikel voor extra informatie over de wereldwijde oliesituatie

In het begin van het rapport wordt verder stilgestaan bij enkele sociaal psychologische aspecten van onze huidige cultuur, welke sterk bijgedragen hebben aan de huidige economische malaise.
Denk bijvoorbeeld aan “The century of the Self“.

Wat de wereldwijde energie en grondstoffen voorziening betreft, dient men als het ware steeds harder te lopen om op gelijke hoogte te blijven. Vanuit een energie (en financieel) oogpunt is het verstandiger om te duur winbare mineralen en brandstoffen maar in de grond te laten te zitten.
Het rapport is geen officieel (wetenschappelijk) rapport. Het rapport komt goed overeen met mijn huidig beeld over het huidige en toekomstige wereldwijde energie gebeuren.
Het zal me niet verbazen dat het rapport bij menigeen de nodige weerstand op zal roepen, omdat het zacht uitgedrukt (naar ik aanneem) niet in het straatje van veel mensen past. Laat staan niet aansluit bij de opvattingen die de meeste mensen hebben over het wereldwijd energie gebeuren. In het rapport wordt de wereldeconomie als één groot energiesysteem opgevat, maar meer hierover verderop in dit artikel.

Wereld nog steeds superafhankelijk van fossiele brandstoffen…
Wereldwijd komt nog steeds ruim 85 procent van de totale primaire energievoorziening op conto van fossiele brandstoffen [aardolie/steenkool/aardgas], waarvan aardolie nog steeds veruit de belangrijkste is.
De overige kleine 15% komt op conto van vooral waterkracht (grofweg 8%) en ook kernenergie (grofweg 4%).
Grofweg 2% van de wereldwijde energievoorziening komt op conto van biomassa en nog geen 1 % is afkomstig uit alternatieve bronnen, zoals bijvoorbeeld aardwarmte, getijdenenergie, windenergie, zonne energie enzovoorts. De alternatieven leveren vrijwel alleen energie in de vorm van elektriciteit. De transportsector is nog steeds vrijwel geheel afhankelijk van aardolie (petroleumproducten zoals benzine en diesel) en niet van elektriciteit.
Ook de industrie en mijnbouw is nog steeds superafhankelijk van fossiele brandstoffen.
Het wereldwijde elektriciteitsverbruik bedraagt nog geen 20% van het totale wereldwijde primaire energie verbruik.

Nader ingezoomd op het rapport…
In het rapport worden vier hoofdoorzaken aangegeven voor de flinke economische recessie vanaf het jaar 2008:

1: the fall-out from the biggest debt bubble in history
2: a disastrous experiment with globalisation
3: the massaging of data to the point where economic trends are obscured
4: and, most important of all, the approach of an energy-returns cliff-edge

Ik ben zelf geen econoom en heb me er onvoldoende in verdiept om er in mijn ogen iets zinnigs over te zeggen, maar dat wil niet zeggen dat ik geen opvattingen over het wereldwijd economisch gebeuren heb. De in het rapport beschreven factoren klinken in mijn oren aannemelijk. Waar ik vooral bij stil ga staan is de in het rapport beschreven energiefactor, welke volgens het rapport uiteindelijk de belangrijkste is!

Nog wat naar mijn idee betekenisvolle quotes uit het artikel. Bij sommige quotes heb ik Nederlands commentaar geplaatst. Helemaal onderaan dit blogartikel  wordt er door mij wat dieper ingegaan op een rekenvoorbeeld  uit het rapport  (het rekenvoorbeeld betreft quote nr 10) …

1)

In terms of solutions, the first imperative is surely a cultural change away from instant gratification, a change which, if it is not adopted willingly, will be enforced upon society anyway by the reversal of economic growth.

2)

The real causes of the economic crash are the cultural norms of a society that has come to believe that immediate material gratification, fuelled if necessary by debt, can ever be a sustainable way of life. We can, if we wish, choose to blame the advertising industry (which spends perhaps $470bn annually pushing the consumerist message), or the cadre of corporate executives who have outsourced skilled jobs in pursuit of personal gain. We can blame a generation of policymakers whose short-termism has blinded them to underlying trends, or regulators and central bankers who
failed to “take away the punch-bowl” long after the party was self-evidently out of control.
But blaming any of these really means blaming ourselves – for falling for the consumerist message of instant gratification, for buying imported goods, for borrowing far more than was healthy, and for electing glib and vacuous political leaders.

3)

Beyond visibility and culpability, the two big questions which need to be addressed are ‘how bad can it get?’ and ‘is there anything that we can do about it?’

4)

Though much attention has been paid to the role of the banking system in the creation of the post-2008 economic slump, there has been a widespread failure to appreciate the role that was played by the emergence of energy resource constraint. As emerging economies increased their production whilst the West continued to ramp up its consumption, demand for energy escalated to a point at which resource constraint became a major contributor to the unwinding of an always unsustainable effort to use debt to put off the inevitable implications of a divergence between production and consumption.

5)
In kader van globalisatie verminderden Westerse landen hun productie, terwijl hun consumptie bleef groeien.
Bedrijven die hun activiteiten verplaatsen naar goedkope landen zagen hun winsten enorm toenemen, wat vooral ten goede kwam aan een kleine groep mensen in de top van het bedrijf. Daarbovenop verdwenen er ook waardevolle beroepen naar het buitenland:

The big problem with globalisation was that Western countries reduced their production without making corresponding reductions in their consumption. Corporations’ outsourcing of production to emerging economies boosted their earnings (and, consequently, the incomes of the minority at the very top) whilst hollowing out their domestic economies through the export of skilled jobs.

6)

The madness of crowds

Denk bij onderstaande quote bijvoorbeeld aan de tulpencrisis, dat een tulp op papier meer waard werd dan een huis
Of bijvoorbeeld het eeuwig bij kunnen lenen op basis van eeuwig stijgende waarde van een huis, dat terwijl de lonen niet of nauwelijks stijgen:

Perhaps the most truly remarkable feature of the super-cycle was that it endured for so long in defiance of all logic or common sense. Individuals in their millions believed that property
prices could only ever increase, such that either borrowing against equity (by taking on invariably-expensive credit) or spending it (through equity release) was a safe, rational and even
normal way to behave.

7)

The growth dynamo winds down…

One of the problems with economics is that its practitioners preach a concentration on money, whereas money is the language rather than the substance of the real economy.
Ultimately, the economy is – and always has been – a surplus energy equation, governed by the laws of thermodynamics
, not those of the market.

8)

The critical issue with peak oil does not hinge around remaining reserves.
Rather, the critical issues are energy returns on energy invested (EROEI) and deliverability.

9)
EROEI decline – the road from wealth to poverty
When looking at how a sharp decline in EROEI affects the economy, we need to take note of two key points. The first of these is that the slump in energy returns means that an ever-higher
share of total output will be absorbed by the cost of energy, meaning that less value remains for all other purposes. The second is that energy is central to the entire economy, and that
its effects go far beyond the obvious ‘costs’ of energy-related activities such as transport and the generation of power.

10)

Let’s start with the straightforward EROEI equation by comparing a highand a low-EROEI economy, represented here by figs. 5.14 and 5.15. Each chart subdivides the totality of produced
energy into three streams. The red component is the proportion of the extracted energy which has to be reinvested into the extraction process, whether as infrastructure (capital) or in
extraction (operating) expense.
In a high-EROEI economy (fig. 5.14), the reinvestment requirement is small, leaving most of the produced energy to be used to power the economy. Of this, some – shown in light blue – is
used for essential purposes, such as food production and the provision of healthcare, law and government. The remainder, shown in dark blue and substantial in the high-EROEI economy, powers all discretionary activities, including all other forms of consumption and investment.

The calculations here are daunting. If we assume (for the sake of simplicity) that real GDP remains constant over a ten-year period in which the overall EROEI declines from 20:1 to 10:1,
energy costs must rise at a compound annual rate of 7.4% whilst the rest of the economy shrinks by 0.5% per year.

Commentaar:
In de economie worden er ook prijskaartjes gehangen aan middelen en activiteiten die noodzakelijk zijn voor de energiewinning, bijvoorbeeld prijskaartjes voor olieplatforms of prijskaartjes voor benodigde hoeveelheden aan diesel. Deze prijskaartjes worden opgeteld bij het Bruto Nationaal Product. Ze bepalen mede het totale BNP.
Deze puur voor de energie winning noodzakelijke prijskaartjes vormen een steeds groter aandeel van het BNP.

In bovengenoemd (reken)voorbeeld worden (bij constant blijven van de bevolking) de mensen door afnemende ERoEI gemiddeld armer, ondanks dat het Bruto Nationaal Product even hoog blijft. Een steeds groter deel van het BNP komt namelijk op conto van de energie winning.

Energie die bij een hogere ERoEI nog besteed kon worden aan puur maatschappelijke activiteiten, zal bij een lagere ERoEI gebruikt worden om bijvoorbeeld extra infrastuctuur aan te leggen voor de energie winning en om deze infrastructuur draaiende te houden.

Er worden bijvoorbeeld meer wegen in afgelegen gebieden aangelegd puur ten behoeve van de energiewinning, in plaats van autowegen of spoorwegen aan te leggen ten behoeve van personenverkeer en transport van gefabriceerde goederen.
Er zullen bijvoorbeeld meer vaten benzine gebruikt worden voor de energie winning en minder vaten voor puur maatschappelijk activiteiten.
Er zal bijvoorbeeld meer ijzer gebruikt worden ten behoeve van de energiewinning (denk aan extra olieplatforms en extra boorinstallaties) en minder ijzer voor producten voor maatschappelijke activiteiten (denk aan huishoudelijk apparaten, auto’s, gebouwen.. .)

Voor de cijfernerds:
In het bovengenoemde reken voorbeeld wordt de totale primaire energieproductie van verschillende bronnen op 1 grote hoop gegooid, waarbij iedere unit aan energie een evenredig deel van het BNP oplevert.

Stel bijvoorbeeld dat in een fictieve wereld er op jaarbasis
– 34 units aan energie uit aardolie geproduceerd wordt,
– 30 units aan energie uit steenkool geproduceerd wordt,
– 20 units aan energie uit aardgas geproduceerd wordt,
– 8 units aan energie uit waterkracht geproduceerd wordt,
– 4 units aan energie uit kernenergie geproduceerd wordt,
– 2 units aan energie uit biomassa geproduceerd wordt,
– 1 unit aan energie uit overige alternatieven geproduceerd wordt en
– 1 unit aan energie uit menselijke en dierlijke arbeid verkregen wordt….

…. dan is op jaarbasis de totale hoeveelheid aan geproduceerde energie gelijk aan 100 units.
Stel dat iedere unit aan geproduceerde energie in de fictieve wereld 1 dollar aan reele economische output genereerd (reele BNP), dan genereren 100 units aan energie 100 dollar aan reele economische output.

In het rekenvoorbeeld wordt er vanuit gegaan dat iedere energie unit evenredig bijdraagt aan het Bruto Nationaal Product. Dat is om een en ander wat eenvoudiger voor te stellen. In de praktijk kan het best zo zijn dat 1 unit uit aardolie meer reele BNP genereerd dan 1 unit uit bijvoorbeeld aardgas.

Verder wordt er in het rekenvoorbeeld (in mijn ogen terecht) er vanuit gegaan dat de geproduceerde energie aan de basis ligt van alle reele economische activiteit in de wereld. Zonder geproduceerde (bruikbare) energie is er geen reele economische activiteit. Alleen economische activiteit op basis van menselijke en dierlijke arbeid blijft over. Dat is nog geen 1% van alle verrichte arbeid in de wereld.
Er is zonder geproduceerde (bruikbare) energie vrijwel geen transport meer mogelijk (zeker geen grootschalig transport), de voedselproductie stort flink in, de fabrieken vallen stil, er worden vrijwel geen mineralen meer gedolven enzovoorts. De gehele samenleving komt vrijwel tot stilstand. Er ontstaan flinke tekorten aan basale benodigdheden zoals water, voedsel en warmte.

Als de ERoEI van de jaarlijkste wereldwijde energieproductie gedurende een periode van tien jaar afneemt van 20:1 naar 10:1 en de totale reeele economische output blijft gedurende die tien jaar constant (in dit rekenvoorbeeld dus een BNP van precies 100 dollar per jaar gedurende een periode van 10 jaar),
Dan zullen volgens het hierboven aangehaalde rekenvoorbeeld uit het rapport de energiekosten jaarlijks met ongeveer 7,4% toenemen en de rest van de economie (de economie die niets van doen heeft met energie winning) jaarlijks met ongeveer een half procent gaan afnemen.

Nadere Uitleg bij berekening kladversie:
Een ERoEI van 20:1 betekend dat er 1 unit aan energie input nodig is om 20 units aan energie output te produceren (genereren). Of dat er 5 units aan energie input nodig is om 100 units aan energie output te produceren.

Als 100 units aan geproduceerde energie zorgen voor een BNP van 100 dollar (waarbij iedere unit aan geproduceerde energie voor het gemak 1 dollar aan reele BNP oplevert), dan zal er om het jaarlijkse totale BNP constant op 100 dollar te houden, er bij een EROEI van 20:1 vijf dollar weer teruggeinvesteerd moeten worden in de energiewinning om de energieproductie op peil te houden. De rest van de economie beslaat dan 95 dollar.

BNP = (BNP energiewinning) + (BNP maatschappelijk activiteiten exclusief energiewinning)

Bij een EROEI van 10:1 zal er tien dollar teruggeinvesteerd moeten worden in de energiewinning. De rest van de economie beslaat dan 90 dollar. Er blijft dus slecht 90 units aan energie over (met een economische output van 90 dollar) voor puur maatschappelijke doeleinden.

Dus op tien jaar tijd daalt in het rekenvoorbeeld het BNP (exclusief BNP voor energiewinning) van 95 dollar naar 90 dollar. Dat impliceerd inderdaad een negatieve economische groei van een half procent. [95 * 0,995^10 = 90]
De kosten voor de energiewinning stijgen in het rekenvoorbeeld inderdaad grofweg met 7,4% per jaar. [5 * 1,074^10 = 10]

Advertenties

Over paradoxnl

Man, 53 jaar, Nederland.
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

7 reacties op Een perfecte storm: energie, financieen en het einde van de groei

  1. Hans Verbeek zegt:

    Het rapport waar je naar verwijst heet niet voor niets the Perfect Storm.
    De huidige economische recessie groeit door een samenloop van vier omstandigheden, die je hierboven opsomt. tot een dramatische, perfecte crisis.
    De grenzen aan de groei kunnen alleen overwonnen worden als er een nieuwe goedkope bron van energie wordt gevonden. Anders zullen we ons moeten schikken naar de wetten en beperkingen, die de natuur ons oplegt.

  2. Freek zegt:

    Er staat een artikel in de laatste Eos over biobrandstof in de volm van algen. De resultaten zijn erg bemoedigend. Grote bedrijven als: Google, BP en GE, pompen hier veel geld in en verwachten hier veel van. Cool planet, wil de komende 20 jaar tweeduizend module’s gaan bouwen, waarmee men 10% van de wereldwijde behoefte aan brandstof kan voorzien.

    http://www.coolplanetbiofuels.com/

  3. paradoxnl zegt:

    Freek,

    Dat zou een slok op een borrel schelen, zeker als het betaalbare brandstof betreft.
    Interessant is de benodigde hoeveelheid aan fosfor…
    Iets om te blijven volgen…
    Afwachten wat er van terecht gaat komen…

  4. Hans zegt:

    Paradox,

    Ik heb het rapport van Tullet Prebon(van de link op cassandraclub) ook eens doorgenomen(met het woordenboek, hier en daar) en vind het een behoorlijk stevig en serieus rapport. Jouw uitwerking hierboven is behoorlijk uitgebreid. Knap dat jullie(Jij en Hans Verbeek) je daar zo uitgebreid mee bezig houden. Inspirerend.

    Nu eens het boek einde aan de groei van Richard Heinsberg besteld(is wel al van 2011). Wat ik zo grofweg zie is dat ook een behoorlijk diepgaande analyse. Met de inmiddels opgedane kennis hierzo, is dat natuurlijk een stuk makkelijker leesbaar.

    • paradoxnl zegt:

      Dank Hans,

      Het boek einde aan de groei van Richard Heinsberg zit ook in mijn verlanglijstje. Is weer al tijdje geleden dat ik een boek gelezen heb. Vermoed dat wanneer je dat boek van Richard gelezen hebt, jij me meer te vertellen heb dan ik jou 😉

  5. Pingback: Stijgende ‘werkelijke’ kosten van energie zorgen ervoor dat de wereldeconomie extra zucht onder een groeiende schuldenlast. | Paradoxnl's Blog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s