Een nieuw tijdperk van energieovervloed in de USA, de rol van goedkope energie bij het Japanse economische wonder en Chris Nelder over benzineprijzen in de VS

Hieronder een recent rapport (zie punt 1) en twee recente artikelen en een audio (zie punten 2 en 3).

1)

De wereldwijde olieproductie in perspectief met bijzondere aandacht voor de zogenaamde resource pyramide

Onlangs trof ik op internet weer een in mijn ogen goed rapport uit de hand van David Hughes aan over met name het shale gas and shale oil gebeuren in de VS. Klik hier om het rapport (pdf -formaat) te openen. Het duurt enige tijd alvorens het rapport getoond wordt.

Het rapport geeft naar mijn idee een zeer goed overzicht van het wereldwijde olie en aardgas gebeuren. Het is geen rooskleurig overzicht. Het zinsdeel ‘…een nieuw tijdperk van energieovervloed in de USA…’ is ironisch bedoeld.
Door het meer en meer uitgeput raken van de makkelijk winbare fossiele brandstofreserves, zal volgens menig onafhankelijk energie analist de (nog steeds erg van fossiele brandstoffen afhankelijke) wereldeconomie het de komende jaren steeds moeilijker gaan krijgen.

Eén van de meest betekenisvolle afbeeldingen uit het rapport is naar mijn idee onderstaande ‘resource pyramide‘ afbeelding :

As one moves lower in the pyramid resource volumes increase, resource quality decreases, hydrocarbons become more dispersed, and the energy required to extract them increases. A dashed line represents the transition from high quality, low cost, conventional resources and lower quality, higher cost, unconventional resources. The hydrocarbon resources at the base of the pyramid are extraordinarily plentiful, but totally inaccessible.

Ik beperkt me in dit commentaar tot fossiele brandstoffen (olie, aardgas, steenkool).

Met behulp van de fossiele brandstoffen piramide wordt geillustreerd dat slechts een klein deel van de (vermoedelijk) enorme hoeveelheden aan fossiele brandstoffen die in de aardkorst aangetroffen worden, bestaat uit makkelijk winbare en kwalitatief hoge fossiele brandstoffen.
De zogenaamde conventionele fossiele brandstoffen bevinden zich in de top van de piramide, omdat deze over het algemeen het makkelijkst winbaar en ook van de beste kwaliteit zijn. Ook de minder makkelijk winbare of minder kwalitatief hoogstaande conventionele fossiele brandstoffen zijn in vergelijking met de (enorme hoeveelheden aan) non-conventionele fossiele brandstoffen nog steeds relatief makkelijk winbaar en van goede kwaliteit.
De meest makkelijk (goedkoop) winbare fossiele grondstoffen zijn ook meestal de grondstoffen van de hoogste kwaliteit (o.a. hoogste energie dichtheid en optimale vorm).
De ervaring (praktijk) leert dat de meest makkelijk (goedkoop) winbare fossiele brandstoffen, welke ook meestal van de beste kwaliteit zijn, het eerst opgebruikt (gewonnen) worden. De makkelijk winbare fossiele brandstoffen kunnen in een heel hoog tempo ‘uit de grond grond gehaald worden’. Bovendien kost het vanwege de goede kwaliteit relatief weinig energie en middelen om laatstgenoemde brandstoffen om te zetten in voor de maatschappij belangrijke (gewenste) (eind)producten.

Het overgrote deel van de in de aardkorst voorkomende fossiele brandstoffen betreffen de zogenaamde non-conventionele fossiele brandstoffen. Het overgrote deel ervan is niet economische winbaar. Een heel klein deel ervan is bij hoge olieprijzen economisch winbaar. Het kleine deel dat bij hoge olieprijzen economisch winbaar is, kan zelf bij inzet van een flinke hoeveel van de meest moderne middelen slechts in zeer laag tempo uit de grond gehaald worden. En om het nogmaals te benadrukken…alleen bij hoge olieprijzen economisch winbaar.
Het overgrote deel van de non-conventionele fossiele brandstoffen is zelfs bij extreem hoge olieprijzen niet economisch winbaar. Laat staan dat er bij inzet van flink wat middelen een noemenswaardige productie gerealiseerd kan worden. Een voorbeeld van enorme hoeveelheden aan non-conventionele fossiele brandstoffen betreft de kerogen (fossiele brandstoffen in de vorm van kerogen) in het Westen van VS. De voorraden worden geschat om maar liefst 2000 miljard olievaten, dat is meer dan de vermoedde totale wereldwijde hoeveelheid aan conventionele aardolie. Addertje onder het gras is dat het nog lang niet rendabel is om deze kerogen om te zetten in bruikbare olieproducten. En zelfs met de inzet van massale middelen zal de hoeveelheid aan geproduceerde olie per tijdseenheid (per dag/per maand/ perjaar) te verwaarlozen en super verliesgevend zijn.

Wat veel belangrijker is dan de totale hoeveelheid aan fossiele brandstoffen in de aardkorst, is het tempo en de kosten waarmee de fossiele brandstoffen uit de grond gehaald kunnen worden. En daarnaast is ook de kwaliteit van de gedolven brandstoffen erg belangrijk.

Belang van de dagelijkse flow (dat is de hoeveelheid olie/aardgas/steenkool die dagelijks uit de grond gehaald kan worden):
Wat van belang is, is de hoeveelheid olie die dagelijks uit de tap stroomt en niet zozeer de hoeveelheid aan olie in de tank, mits de tank maar voldoende goed gevuld is!
Het probleem waar de wereld de komende jaren steeds meer van doen mee krijgt is dat de reserves aan kwalitatief hoge fossiele brandstoffen die met relatief weinig kosten in hoog tempo ‘uit de grond gehaald’ kunnen worden, steeds meer uitgeput beginnen te raken. Naar verwachting zal binnen nu en het jaar 2030 de olieproductie uit bestaande conventionele bronnen met bijna 70% gaan afnemen. Er resteren nog maar heel weinig makkelijk winbare conventionele reserves die nog niet in gebruik genomen zijn. Laatstgenoemde terugval van de conventionele olieproductie zal gecompenseerd ‘moeten’ worden door olieproductie uit non-conventionele reserves aan fossiele brandstoffen. Deze non-conventionele reserves zijn slechts in zeer laag tempo en tegen hoge kosten uit de grond te halen. De kwaliteit ervan is ook flink minder.
Volgens onafhankelijke analisten zal de terugval in de conventionele productie de komende jaren niet meer gecompenseerd kunnen worden door extra non-conventionele productie.
Het kost steeds meer energie/middelen/geld om een bepaalde hoeveelheid aan bruikbare fossiele brandstoffen uit de grond te halen en te verwerken tot bruikbare (eind)producten.

Netto energie:
Het is mogelijk dat de komende jaren bijvoorbeeld de totale wereldwijde olieproductie nog wat toeneemt, maar als men corrigeert voor de energie input [met andere woorden de hoeveelheid aan bruikbare energie/middelen die benodigd is om een bepaalde hoeveelheid aan olie (energie) te winnen] de totale hoeveelheid aan NETTO bruikbare energie van de gewonnen olie al flink gaat afnemen. Menig onafhankelijk energie analist vermoed dat we nu al de zogenaamde wereldwijde netto oliepiek gepasseerd zijn.

Rekenvoorbeeld in verband met makkelijk en moeilijk (economisch) winbare oliereserves:

Stel dat op een bepaald moment er wereldwijd volgens de dan geldende inzichten 1000 eenheden aan (winbare) olie reserves in de grond zit.
Stel dat bijvoorbeeld 20% van de reserves (200 eenheden) bestaat uit makkelijk winbare goede kwaliteits olie en de overige 80% (800 eenheden) bestaat uit lastig tot zeer lastige winbare olie van mindere kwaliteit.
Dat verder op dat bepaalde moment 75% van de productie afkomstig is uit de 200 eenheden aan makkelijk winbare reserves en 25% afkomstig is uit de 800 eenheden aan lastig winbare reserves.
Als verder de jaarlijkse olieproductie bijvoorbeeld 8 eenheden per jaar bedraagt (6 eenheden afkomstig uit de makkelijke en met flinke investering en de beste technologie 2 afkomstig uit de moeilijk winbare), dan zullen bij constant blijven van originele productie en reserves de makkelijk winbare reserves binnen 34 jaar (200/6) uit geput zijn en de lastig winbare reserves pas binnen 400 jaar (800/2) uitgeput zijn. Na 34 jaar kan er nog lang olie opgepompt worden uit de lastig winbare reserves, maar deze zal dan slecht 2 eenheden per jaar bedragen (in plaats van de oorspronkelijke 8 eenheden per jaar).De economie zal in dit voorbeeld, mits de economie nog steeds heel erg afhankelijk is van olie, na 34 jaar alleen al vanwege de oliefactor volledig in elkaar storten.
Bovengenoemde is natuurlijk gechargeerd, maar naar mijn idee is bovengenoemde in grove lijn wel toepasbaar op de actuele wereldwijde olie situatie. Momenteel is het grootste deel van de wereldwijde olie productie afkomstig uit een tiental voornamelijk bejaarde (olievelden waaruit al voor tientallen jaren olie gepompt wordt) zeer grote en grote olievelden met relatief makkelijk winbare olie.

Meer commentaar op basis van het hierboven aangehaalde rapport volgt later, waarschijnlijke ga ik er meerdere blogitems aan besteden om de artikelen niet te lang te maken en toegespitst te houden op één specifiek onderdeel (item)…

2)

Een artikel over de de sterke groei van de Japanse economie gedurende de jaren vijftig tot en met zeventig van de vorige eeuw en de daarop volgende economische stagnatie…

De nadruk wordt vooral gelegd op de rol van (goedkope en dure ) energie.

Een quote uit het artikel

In a time of cheap resources, when the cost of inputs is extremely low, the importance of these inputs tends to be ignored. Thus, we can see the most obvious implication of environmental economics is that extraordinary profits can be harvested when the price of resource inputs is low and the purchasing power of consumers in the market place is high.

This is exactly the condition that allowed post-war economies like Japan to reap gigantic capital windfalls during their post-war industrial phase. Additionally, it is also critical to point out that the prices of energy inputs in the post-war era were so cheap that it was not necessary for countries like Japan to own any such resources domestically. Indeed, as it’s well known, Japan is nearly barren of any large deposits of energy resources.

Countries like Sweden, South Korea, and Japan during the 1945-2000 period essentially engaged in a kind of resource arbitrage: sourcing energy inputs from abroad and using them to manufacture high quality goods for export. If the resource-curse explains how countries rich in oil, copper, iron ore, and coal often wind up in a place of stagnation and corruption, bereft of innovation and diversity in their economies, then a country like post-war Japan received a kind of resource-poor blessing. Short of raw materials, Japan’s only choice was to become expert in using raw materials to get rich. And rich, indeed, did Japan become.

3)

Chris Nelder over waarom de benzine prijzen in de VS momenteel zo hoog zijn, ondanks de noemenswaardige toename in de non-conventionele olieproductie aldaar.

En een goed verhaal van Chris Nelder over bovengenoemde op één of andere radiozender
Op het eind van de audio, ongeveer vanaf de 44-ste minuut komt Chris aan het woord over onder andere het einde van het goedkope energietijdperk.

Advertenties

Over paradoxnl

Man, 53 jaar, Nederland.
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

5 reacties op Een nieuw tijdperk van energieovervloed in de USA, de rol van goedkope energie bij het Japanse economische wonder en Chris Nelder over benzineprijzen in de VS

  1. Hans Verbeek zegt:

    Bedankt voor de interessante artikelen, Paradox.
    Ik doe mijn best alles bij te houden, maar deze had ik nog niet gezien.

  2. Hans zegt:

    Paradox, goed om het in blokken op te gaan delen. De hoeveelheid aangeboden tekst in het rapport is zo groot(178 pagina’s)en zoveel over te vertellen dat het bijna ondoenlijk is, om dat in een(of enkele)blog’s te doen. Het bevat zeer veel informatie(ik heb het niet gelezen, hoeft ook bijna niet meer, zoals jij het uitwerkt). Jouw link naar het artikel van de Japanse situatie is een mooie. Japan is een voorloper(voorbeeld, experiment), omdat het veel overeenkomsten deelt met de andere landen, in de toekomst komende, energieproblemen. Nu begrijp ik bijvoorbeeld, hoe het komt, dat daar meestal de zuinigste(benzine) auto’s vandaan komen. Nooit eerder bij stilgestaan, al is het(als je er even over nadenkt), vrij logisch.

    • paradoxnl zegt:

      Hans, bedankt voor je commentaar (onder andere over dat Japan verhaal).

      Het is inderdaad niet te doen om de inhoud van dat rapport in 1 blog artikel te proppen.
      Zie je door de bomen het bos niet meer. Ik ga proberen mijn blogartikelen wat korter (bondiger) weer te geven door me per blog artikel maar tot één brok behapbare informatie te beperken. Dat ben ik al heel lang van plan, al was het voor mezelf.
      Mijn blogs zijn vaak brainstormachtig van aard. Als ik sommige artikelen op deze blog teruglees vallen me de lange zinnen op, nogal wat slordigheidsfouten (taalfouten), enzovoorts.
      Dat kan de aandacht flink afleiden van de kernboodschap.

  3. Pingback: Amerikaanse energiewaakhond EIA: Stijging olieproductie VS van korte duur. | Paradoxnl's Blog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s