Piekolie

Sommige mensen beweren dat piekolie betekent dat de olie op is. Piekolie betekent niet dat de olie op is.
Wat in piekolieland met piekolie bedoeld wordt is dat voor een bepaald jaar de gemiddelde wereldwijde olieproductie een maximum heeft bereikt “welke in de toekomst ‘zeer waarschijnlijk’ nooit meer overtroffen zal worden”. Het doet er voor vele ‘peakoilers’ niet toe wat de precieze oorzaak van de piek in de wereldwijde olieproductie is. Of het nu komt door bovengrondse oorzaken (geopolitieke, economische, technologische…) of ondergrondse oorzaken (geologie) doet er niet toe. Als in een bepaald jaar (of cluster van aaneensluitende jaren) de maximale piek in de wereldwijde olieproductie bereikt wordt en deze wordt in de toekomst niet meer overtroffen, dan heeft piekolie per definitie in dat jaar of periode plaatsgevonden.
Bij piekolie gaat het dus om wat er ‘dagelijks aan olie uit de kraan stroomt’.

Een probleem bij bovengenoemde definitie van piekolie is bijvoorbeeld het volgende:
“Met welke zekerheid kan vastgesteld worden dat een verondersteld piekjaar in de verdere toekomst ook ‘het echte piekjaar’ zal blijven”.
In piekolie kringen probeert menig analist op basis van allerlei factoren (financieel economische, geopolitieke, technologische…) een zo goed mogelijke inschatting te maken in welke periode (piekplateau) of jaar (piekjaar) de maximale wereldwijde olieproductie bereikt is of bereikt zal worden, welke in de ‘verre toekomst’ niet meer overschreden zal worden.
Om pragmatische redenen zou men voor de ‘verre toekomst’ een periode van minimaal 50 jaar kunnen hanteren, omdat het vrijwel onmogelijk is om keiharde beweringen te maken over de wereldwijde olieproductie over een periode van zeg vele miljarden jaren in de toekomst. Mijn indruk is dat de meeste analisten niet verder kijken dan maximaal honderd jaar in de toekomst.
Al bij al vind ik de argumenten van de peakoilers dat de wereldwijde piek zeer nabij is (of in het geval van de conventionele olie al heeft plaatsgevonden) veel aannemelijker dan de argumenten van de optimisten.

De ene olie is niet de andere olie
In piekolieland wordt ook een onderscheid gemaakt tussen het wereldwijde piekmoment van enerzijds de ruwe olie productie (inclusief condensaten) [= conventionele olieproductie] en anderzijds dat van alle olieachtige vloeibare brandstoffen (bijvoorbeeld NGPL’s, biofuels) bij elkaar opgeteld [=conventionele + onconventionele olieproductie]. De eerste groep wordt ook wel de conventionele olie genoemd en de tweede groep betreft dus de conventionele olie en de onconventionele olie bij elkaar opgeteld.
Voor menig peakoiler telt als piekmoment het jaar of periode waarin de wereldwijde ruwe olieproductie haar maximum bereikt (welke met grote waarschijnlijkheid in de verre toekomst niet meer overschreden zal worden).
Een belangrijke reden om voor het ‘echte piekjaar of piekperiode’ uit te gaan van alleen ruwe olie (inclusief condensaten) of met andere woorden de conventionele olieproductie, is dat vooral uit ruwe olie via raffinage vrijwel alle benzine en diesel gemaakt wordt. Uit overige olieachtige vloeibare brandstoffen kan slechts tegen zeer hoge kosten een relatief erg kleine hoeveelheid benzine en diesel ‘gemaakt’ worden.

Diesel als belangrijke bottleneck voor groei wereldeconomie
Ondanks dat de totale wereldwijde olieproductie de laatste jaren nog is toegenomen en vermoedelijk ook de komende jaren, afhankelijk van allerlei bovengrondse factoren, nog wat zal toenemen, lijkt het er heel sterk op dat de wereldwijde conventionele olieproductie niet of nauwelijks meer toeneemt. Het gevolg van laatstgenoemde is dat het steeds lastiger wordt om op structurele basis de wereldwijde economische groei met voldoende essentiele brandstoffen (met name diesel) te ondersteunen. Dat met name tekorten aan diesel steeds meer als een rem gaat werken op de wereldwijde economische groei. Als er niet snel alternatieven komen die relatief goedkoop zijn en gemakkelijk en snel op grote schaal ingezet kunnen worden, is de huidige vooral in Europa beroerde economische situatie nog maar kinderspel met wat ons binnen enkele jaren te wachten staat. Europa is enorm afhankelijk van geimporteerde olie.

De olie export koek is al kleiner aan het worden
De wereldwijde netto olie export is uit mijn hoofd al vanaf het jaar 2006 aan het dalen, omdat de (netto) olie exporterende landen ieder jaar meer olie verbruiken dan de jaarlijkse toename in de olieproductie. Er blijft zodoende steeds minder olie over voor de rest van de wereld (de olie importerende wereld). De te verdelen oliekoek wordt snel minder. Men ziet dat vooral in Europa en de VS sinds grofweg het jaar 2006 de olieconsumptie al flink verminderd is. Als de oliekoek de komende jaren snel kleiner wordt, zal het steeds lastiger worden om op relatief makkelijke wijze om te gaan met steeds minder olie. In het begin is het nog makkelijk om met minder olie toe te komen, men kan bijvoorbeeld de auto wat vaker laten staan. Maar als het olie aanbod zodanig klein wordt dat ook basale activiteiten en benodigdheden in het geding komen, dan wordt het een heel ander verhaal.
Samengevat: Vooral diesel zal op basis van wat ik gelezen heb al heel snel een flinke bottleneck voor het welvaren van het huidige wereldwijde ‘financieel-economische gebeuren’ worden.
Structurele tekorten aan diesel (of te dure diesel) zal de transportsector steeds meer in de problemen brengen (en daarmee de economie als geheel) in het geval er niet snel alternatieven op de markt komen die op relatief goedkope wijze en op korte tijd op grote schaal ingezet kunnen worden. Laatstgenoemde zal naar mijn bescheiden mening erg lastig worden en in een te laag tempo plaatsvinden. De noodgedwongen transitie naar een wereld met een flink kleiner olie aanbod zal niet zonder flinke kleerscheuren gaan plaatsvinden.

Netto productie
Het zit in mijn hoofd om nog een stuk te schrijven over de zogenaamde wereldwijde netto olieproductie. Want als men het over de olieproductie heeft, heeft men het meestal over de bruto olieproductie. En wat de laatste jaren steeds meer begint op te vallen is dat zowel bij de conventionele als bij de onconventionele olieproductie er steeds meer middelen en bruikbare energie nodig is (waaronder ook olie) om er een bepaalde hoeveelheid aan olie of andere bruikbare energie voor terug te krijgen. Er blijft door de steeds lastiger winbare olie (en afnemende kwaliteit van olie) netto steeds minder bruikbare energie over voor maatschappelijke doeleinden. Ook al stijgt de komend jaren de wereldwijde bruto olieproductie nog een beetje, vanuit een netto energieperspectief is de kans groot dat de wereldwijde netto bruikbare energieproductie al tijdje aan het dalen is. Men moet steeds harder lopen om op gelijke hoogte te blijven, totdat men niet meer harder kan lopen om op gelijke hoogte te blijven. Naar mijn bescheiden mening hebben we nu al het laatstgenoemde moment bereikt…

Advertenties

Over paradoxnl

Man, 53 jaar, Nederland.
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

10 reacties op Piekolie

  1. Hans zegt:

    Paradox,

    Wat ik toch nog maar steeds vreemd vindt, is dat de prijzen aan de pomp nog niet echt een(al dan niet)fors stijgende trend laten zien. De laatste dagen bijvoorbeeld, zijn die prijzen weer gedaald. En dat in een land als Nederland, wat toch erg afhankelijk is van Export. Je zou toch zeggen dat met deze ontwikkelingen de prijzen met de dag(figuurlijk gezien), hoger moeten worden. Nu gaat dat proces maar zeer langzaam. Vreemde situatie. Of toch niet?

    • Hans Verbeek zegt:

      De olieprijs is ook niet meer zo hoog als een jaar geleden, Hans
      Sinds gisteren kun je voor minder dan $100 een vat Brent-olie kopen.
      Ik denk dat de economische recessie (in Europa en Japan) leidt tot een dalende vraag en daardoor tot lagere prijzen. In de VS is geen officiële recessie, maar de koopkracht van de Amerikanen daalt snel, ze kunnen steeds minder benzine kopen.
      Lees op Our Finite World, het blog van Gail Tverberg meer over de dalende vraag naar olie.
      http://ourfiniteworld.com/2013/04/11/peak-oil-demand-is-already-a-huge-problem/

      • Hans zegt:

        Dank voor je antwoord, Hans.
        Dat verklaard natuurlijk wel een en ander. Vreemd blijf ik het toch wel een beetje vinden. Immers als er hier(of Japan)minder olie nodig is, dan zijn er toch genoeg andere landen die wel(meer) olie nodig hebben(Bric landen bijvoorbeeld). Al zit nu zo’n beetje de hele wereld in mineur, het een beïnvloed het ander, dat ook wel weer. Het stuk van Gail, had ik al gelezen.

    • Paradoxnl zegt:

      Mijn nogal lange antwoord…het is een versimpelde voorstelling van zaken

      1)
      Mijn vermoeden is dat het veel grotere totale economische volume [en het daarmee samenhangende hoge olieverbruik van de sterk van olie-import afhankelijke afhankelijke economieen] van de VS, Japan en Europa ten opzichte van het totale economische volume van bijvoorbeeld de BRIC landen, er de oorzaak van is dat de totale olievraag van de als eerst genoemde groep (Japan, VS, Europa) veel sterker aan schommelingen onderhevig is dan de totale olievraag van de tweede genoemde groep (BRIC). En door krapte op de wereldwijde oliemarkt leiden schommelingen in de totale vraag naar olie tot sterke schommelingen in de olieprijzen. Zelfs bij erg hoge olieprijzen is men wereldwijd nauwelijks meer in staat de olieproductie nog te verhogen.

      Stel dat in Japan, de VS en Europa door een recessie (mede veroorzaakt door te hoge olieprijzen) binnen een half jaar tijd de olieconsumptie met bijvoorbeeld 2% inzakt, dan komt er op relatief korte tijd ineens veel extra olie op de markt. Door al die extra vrijkomende (beschikbare) olie op de wereldmarkt dalen de oliepijzen.
      Aangezien het totale economische volume van de BRIC (met uitzondering van China) nog steeds veel kleiner is dan die van onder andere de VS, Japan en Europa, zullen eerstgenoemde economieen niet direkt profijt weten te maken van al die vrijkomende olie. Hun economisch volume is te klein om in relatief korte tijd al dat extra olie aanbod te absorberen.

      2)
      En mijns inziens net zo belangrijk:
      Vanwege o.a. de sterk doorgevoerde globalisatie is het economisch welvaren van een land als China sterk afhankelijk van het economisch welvaren van landen of groeplanden als bijvoorbeeld Japan, de VS en Europa. De vraag naar producten uit het sterk van export afhankelijke China is minder sterk wanneer de economie van bijvoorbeeld Europa en de VS in moeilijk vaarwater verkeerd, waardoor de economische activiteit in China minder makkelijk kan toenemen ondanks de dalende olieprijzen.

      Vanwege bovengenoemde redenen komt er door een recessie in olie importerende landen met een hoog economisch volume een tijdlang meer olie vrij op de wereldmarkt dan door landen met een sterk groeiende economie, maar een minder hoog economisch volume, direkt geabsorbeerd kan worden. Het gevolg is dus tijdelijk een minder hoge wereldwijde vraag naar olie met als gevolg een dalende olieprijs.
      Wanneer door vraagvernietiging van olie in de Westerse Wereld, de olieprijzen weer voldoende laag zijn om weer extra economische activiteit mogelijk te maken, waardoor de vraag naar olie weer toeneemt, zal de olieprijs in korte tijd weer flink gaan stijgen, omdat het heel lastig is om de wereldwijde olieproductie nog noemenswaardig op te krikken. Al snel zal de wereldwijde krapte aan olie weer flink voelbaar worden. De gemiddelde olieprijs komt dan mogelijk weer wat hoger te liggen dan voorheen het geval was…totdat voor de wereldeconomie als geheel de rek er totaal uit is, waardoor de wereldeconomie niet meer in staat is om in toekomstige jaren nog gemiddeld hogere olieprijzen te verdragen. Ons van groei afhankelijke en op schuld gebasseerde financieel ecomisch systeem kan dan zodanig onder druk komen te staan dat het gehele systeem in elkaar stort.

      3)
      Zoals Hans V. al opmerkte speelt heden ten dage ook het volgende:
      Wanneer de olieprijs te laag wordt, zullen vele olieprojecten die afhankelijk zijn van hoge olieprijzen om economisch rendabel te zijn, stop gezet worden. Gevolg is dat er bij te lage olieprijzen (maar in vergelijking met 10 jaar of langer geleden betreft het nog steeds erg hoge olieprijzen) er al snel minder olie aanbod komt, waardoor de olieprijzen weer stijgen. Een te hoge olieprijs leidt weer tot vraagvernietiging. Vermoedelijk kan momenteel de Chinese economie een hogere olieprijs verdragen dan de Amerikaanse en Europese economieen.

      • Hans zegt:

        Dank je Paradox, voor deze(zeer) uitgebreide uiteenzetting.

        Het is me nu een stuk duidelijker geworden, waar die fluctuaties aan de pomp(indirect een gevolg van het stijgen en dalen van de olieprijzen), vandaan komen. Ik vroeg me dat al lange tijd af. Ook een beetje naar aanleiding van het filmpje There’s no tommorrow, een van de eerste filmpjes die ik zag destijds. Daar heeft men het ook, het zij enigszins symbolisch, over sterk stijgende brandstofkosten aan de pomp. Daar zag/zie ik in de praktijk nog niet zo veel van terug namelijk. Naar mate het totale economische volume van de wereldwijde bevolking gaat toenemen, zal dat wel langzaam gaan ontstaan.

  2. Hans Verbeek zegt:

    Paradox, goed punt dat er op sommige plaatsen te weinig diesel is voor economische groei.
    Ik denk dat er op sommige plaatsen ook te weinig koopkracht is om de economie te laten groeien. Oplopende werkeloosheid en afnemende koopkracht leidt tot dalende vraag naar brandstof en consumptiegoederen. De autoverkoop in Europa dondert in elkaar. De vraag naar brandstof neemt ook af.
    Een lagere olieprijs (en lagere benzineprijs) kan eventjes zorgen voor wat meer koopkracht. Maar bij een lagere olieprijs zullen oliemaatschappijen stoppen met investeren in moeilijk winbare olie (gebeurde ook in 2008-2009)
    We gaan langzamerhand de trap weer af: telkens een treedje lager.

    • Paradoxnl zegt:

      Hans,

      Wat jij volgens mij ook zegt…
      Het één kan niet los gezien worden van het andere.
      Te dure brandstofprijzen heeft een effect op onder andere de koopkracht, werkeloosheid en vraag naar fossiele brandstoffen.
      Afnemende koopkracht (en toenemende werkeloosheid) heeft weer zijn effect op de vraag naar fossiele brandstoffen (en dus de prijs ervan). Interactie effecten.

      “Een lagere olieprijs (en lagere benzineprijs) kan eventjes zorgen voor wat meer koopkracht. Maar bij een lagere olieprijs zullen oliemaatschappijen stoppen met investeren in moeilijk winbare olie (gebeurde ook in 2008-2009)
      We gaan langzamerhand de trap weer af: telkens een treedje lager”.

      Naar mijn idee belangrijk punt en goed samengevat. Aangezien de makkelijk (goedkoop) winbare olie al op haar retour is, het gemiddeld steeds duurder wordt om de ‘olie uit de grond te halen’ en bovendien de gemiddelde kwaliteit van olie aan het afnemen is…helemaal mee eens. Zelfs gematigde optimisten geven toe dat het goedkope olietijdperk er definitief opzit (mits de wereldeconomie niet instort natuurlijk en daarmee de vraag naar olie)

  3. Hans zegt:

    Sorry voor mijn late reactie op dit artikel ik heb hier eigenlijk nog een vraag over.

    Waarom verwacht je dat juist diesel een probleem gaat vormen? Dat is toch een verdere raffinage van olie en heeft dan toch niet zo veel met voorraden te maken. Wel dat het de brandstof duurder maakt en dat is dan wat je deels(ook) bedoeld. Of zie ik hier iets anders over het hoofd(waarschijnlijk wel)?

    Paradox, mocht je het ooit al eens eerder beschreven hebben, dan kun je misschien even aangeven in welk stuk van jouw, dan lees ik dat gewoon door.

  4. Block zegt:

    Hans, je kan uit een vat ruwe olie maar x aantal liter diesel halen x aantal liter benzine enz.

    Als de vraag naar diesel stijgt kan je niet zeggen we gaan minder stookolie uit de ruwe olie halen en meer diesel.

    Over die lage olieprijs wil ik ook even zeggen dat de hefboomwerking van de beurs enorm doorweegt op de prijs. Toen China zei dat de economie maar met amper 4% ging groeien( wat nog enorm veel is) wou iedereen plots af van zijn olie-aandelen.

  5. Hans zegt:

    Dank je voor je antwoord Block, het is me nu duidelijk.

    Ik was meer linear aan het denken, zo van: we hebben 1000 liter olie en daar maken we 1000 liter diesel van(bij wijze van). Maar zo werkt het inderdaad niet, je krijgt uit die 1000 liter maar een x aantal.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s