Enkele ‘mogelijke’ scenario’s in verband met toekomstige ‘tight’ oilproductie in de VS en de wereldwijde olieproductie.

Voor de meest recente gegevens (en analyses) over het ‘tight oil’gebeuren in de VS bezoek ik de laatste maanden regelmatig de blog van ene Ron Patterson. Ron baseert zich bij zijn analyses op data van diverse bronnen. In verband met het tight oil gebeuren is voor mij ook de website van ene Dennis Coyne erg interessant. De artikelen op de website van Dennis C. zijn wel wat technischer van aard.

Hieronder staan enkele grafieken met prognoses over de verwachte toekomstige tight olie productie. De grafieken zijn afkomstig van de website van Ron en de website van Dennis.
Wat opvalt is dat Dennis en menig ander onafhankelijk analist een meer pessimistische visie over de toekomstige Amerikaanse tight olie productie hebben dan bijvoorbeeld het EIA. Vooral over het productie potentiaal van de categorie ‘other’ [dat zijn gebieden buiten De Bakken en de Eagle Ford] is menig onafhankelijk analist een stuk somberder dan bijvoorbeeld het EIA.
De rode lijn in grafiek 2 welke de categorie ‘LTO other’ (Light Tight Oil) weergeeft, betreft voor het overgrote deel de verwachte toekomstige olieproductie in California en dan met name in de ‘Monterey Formation’ waar op deze blog in een eerder artikel reeds is stilgestaan.

Grafiek 1:
Prognose over toekomstig productieverloop in de Bakken en Eagle Ford. Op conto van laatstgenoemde gebieden is momenteel ruim 80% van de Amerikaanse tight olie productie afkomstig.

Grafiek 1 betreft de visie van Dennis over de toekomstige tight olieproductie in de Bakken (rode lijn), Eagle Ford (groene lijn) en Bakken + Eagle Ford (blauwe lijn) .

In onderstaande grafiek 2 wordt de visie van Dennis afgezet tegen de visie van het EIA.
Grafiek 2:

De groene lijn is de visie van Dennis [volgens hem is dit scenario nog aan de optimistische kant] over de toekomstige totale Amerikaanse tight olie productie. Ook andere onafhankelijke analisten vermoeden dat het scenario van Dennis te optimistisch is.

De blauwe lijn is de visie van Dennis over de toekomstige tight olie productie in de Bakken en Eagle Ford ‘bij elkaar opgeteld’.

De rode lijn is de visie van Dennis over de toekomstige tight olie productie in overige gebieden van de VS. Het betreft vooral de productie in de ‘Monterey Formation’ in California.

De paarse lijn in grafiek 2 is een scenario afkomstig uit het ‘AEO 2013’ rapport van het EIA. Het EIA is wat betreft de tight olieproductie in de Monterey Formation een stuk optimistischer dan menig onafhankelijk analist. Laatst genoemd optimisme van het EIA over het toekomstig olieproductie potentiaal in de Monterey Formation is indirect weerspiegelt in de relatief geringe productie afname van de totale Amerikaanse light oil productie na het jaar 2020 (zie paarse lijn). Ook volgens mij is het EIA vooral vanaf het jaar 2020 veel te optimistish.
In hun ‘AEO 2014’ rapport is het EIA nog optimistischer dan in hun ‘AEO 2013’ rapport. Alhoewel, recentelijk trof ik wel berichten aan dat het EIA hun eigen optimisme ten aanzien van hun prognoses over de toekomstige Amerikaanse tight olie productie in twijfel trekken (helaas geen link bij de hand). Er is ook nog een audio waarin David Hughes geinterviewd wordt over het toekomstige olieproductie potentiaal in de staat California. Misschien dat ik later nog een link naar die audio geef (heb link momenteel niet bij de hand). In deze audio geeft één of andere CEO [van een bedrijf welke betrokken is bij de oliewinning] toe dat ook hij sterk twijfelt aan de optimistische verwachtingen van onder andere het EIA. De CEO zegt zoiets van ‘maar we kunnen het in ieder geval eerst proberen en dan zien we wel wat het wordt met die productie aldaar’. Volgens mij kunnen ze al dat geld beter investeren in meer duurzame (alternatieve) energievoorziening, maar dat terzijde.
Samengevat kan de Amerikaanse tight olie productie wel eens veel sneller in elkaar gaan zakken dan menig energiewaakhond van uitgaat. Als laatstgenoemde bewaarheid wordt, zal ook de wereldwijde bruto ruwe olieproductie al heel snel noemenswaardig gaan dalen.
‘Dankzij’ de relatief sterk toegenomen Amerikaanse ruwe olieproductie (inclusief condensaten) gedurende de meest recente jaren, is de totale wereldwijde ruwe olieproductie (inclusief condensaten) nog een beetje toegenomen. Zonder de recente toename in de Amerikaanse olieproductie zou de wereldwijde ruwe olieproductie al licht aan het dalen zijn. Als binnen enkele jaren de verwachtingen van de onafhankelijke analisten gaan uitkomen, dan zal de Amerikaanse olieproductie snel gaan inzakken. De vraag is of er dan nog landen zijn die hun olieproductie op betaalbare wijze nog noemenswaardig op kunnen krikken om de terugval in de Amerikaanse olieproductie te compenseren. Meer over laatstgenoemde onder onderstaand kopje ‘Landen waarvan volgens het IEA de olieproductie nog noemenswaardig kan toenemen’.

Landen waarvan volgens het IEA de olieproductie nog noemenswaardig kan toenemen:
Zoals eerder vermeld is dankzij de recente toename van de Amerikaanse olieproductie de totale wereldwijde olieproductie nog niet noemenswaardig gedaald.
Grafiek 3: Sterke recente toename Amerikaanse ruwe olieproductie.

Grafiek 4: Wereldwijde ruwe olieproductie inclusief Amerikaanse olieproductie:

Grafiek 5: Wereldwijde ruwe olieproductie exclusief Amerikaanse olieproductie:
De blauwe lijn betreft de wereldwijde olieproductie exclusief de Amerikaanse. Voor de blauwe lijn staat op de linker Y-as de productie aangegeven in duizend vaten per dag. [bijvoorbeeld 69.000 betekend 69 miljoen olievaten per dag].

Als het scenario dat weergegeven is met de groene lijn in grafiek 2 bewaarheid gaat worden [volgens menig onafhankelijk analist en ook Dennis C. zelf is dat nog een relatief optimistisch scenario] zou grofweg vanaf het jaar 2020 de Amerikaanse olieproductie flink gaan inzakken. De vraag is of er nog landen resteren die vanaf dat moment de terugval in de Amerikaanse olieproductie kunnen compenseren.

Volgens het ‘IEA’s WEO 2013’ rapport zijn er slechts een vijftal landen [zie grafiek 6] die in ieder geval ‘op papier’ hun olieproductie nog noemenswaardig kunnen verhogen.

Grafiek 6:

Slecht één van die vijf landen heeft nog goedkoop winbare olie in de grond zitten, namelijk IRAK. De overige landen moeten het hebben van lastig tot zeer lastig (dure) te winnen olie in de grond. Laatstgenoemde landen zijn dus erg afhankelijk van hoge olieprijzen om hun olieproductie nog noemenswaardig op te voeren. Deze vier landen (Kazachstan, Brazilie, VS en Canada) zijn dus erg afhankelijk van erg hoge olieprijzen om hun olieproductie nog noemenswaardig te kunnen verhogen.
Ook in Irak komt de verwachte toename van de olieproductie maar niet van de grond. De belangrijkste oorzaak is sociale onrust en een ongunstig investeringsklimaat. Maar naar mijn idee moet de wereld so wie so noodgedwongen de komende jaren steeds meer met stukken minder olie toe gaan zien te komen. Naar mijn idee zal ook bij een alles op alles zetten op alternatieve energievoorziening vooral ook wij in het nog relatief rijke en super energie arme West-Europa er niet aan gaan ontsnappen om ‘flink met minder’ toe te moeten komen. Noodgedwongen consuminderen zal m.i. de trend van de toekomst worden, met alle sociale onrust als gevolg. Zeker als de inkomensverschillen extreme vormen aannemen.

Tot nu toe is er nog weinig terecht gekomen van de verwachte noemenswaardige olieproductie toename in Brazilie en Kazachstan en m.i. gaat de toename ook in de komende jaren er flink tegenvallen. Ook in Canada stijgt de olieproductie veel minder hard dan eerder geraamd. Al met al ziet het er volgens mijn bescheiden mening heel erg naar uit dat de wereldwijde bruto ruwe olieproductie piek al rond of voor het jaar 2020 gaat plaatsvinden. Hierbij negeer ik het gegeven dat nu al vrijwel geen goedkope oliereserves meer resteren (met uitzondering van Irak), om de terugval van de huidige olieproductie te compenseren. Vanuit een netto energie oogpunt ligt de wereldwijde netto oliepiek al achter ons, welke ons financieel economisch systeem nu al flink in haar voegen laat barsten.

Olieprijzen en voedselprijzen
Als de olieprijzen te hoog worden (bijvoorbeeld meer dan 115 ‘2013’ dollars per vat), dan wordt de wereldwijde vraag naar olie minder omdat de olie simpelweg te duur is geworden. Er vind bij hogere olieprijzen meer en meer vraagvernietiging plaats.
De mensen welke het meeste last hebben van dure olieprijzen zijn de arme mensen (arme landen). Er is een sterk verband (hoge correlatie) tussen enerzijds hoge olieprijzen en anderzijds hoge voedselprijzen (even geen link ter beschikking, maar er zijn over laatstgenoemde verband meerdere artikelen te vinden). Voor heel veel arme mensen is het dagelijks voedsel de afgelopen jaren vanwege de hoge olieprijzen vrijwel onbetaalbaar geworden. De protesten in menig Noord-Afrikaans land hadden m.i. veel van doen met flink stijgende voedselprijzen, waardoor voedsel voor heel veel mensen aldaar vrijwel onbetaalbaar is geworden. Daarnaast heb ik het nog niet eens over de wereldwijde watervoorziening. Er wordt met behulp van olie heel veel drinkwater uit zeewater gemaakt. Op deze blog wordt (vrijwel) niet over water geschreven, maar schaarste aan water is m.i. op korte termijn nog een dringender probleem dan schaarste aan betaalbare energie. Maar schaarste aan het ene verergert schaarste aan het andere.

Advertenties

Over paradoxnl

Man, 53 jaar, Nederland.
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s