Begin permanente daling van wereldwijde ruwe olieproductie staat voor de deur.

De titel is doelbewust stellig geformuleerd, omdat ondanks de huidige erg hoge olieprijzen bij steeds meer olieproducerende landen [welke niet door onrust geteisterd worden] de olieproductie niet meer verder stijgt of al aan het dalen is.

Om een stellige uitspraak over het begin van de permanente daling van de wereldwijde olieproductie te doen:
Als de onrust in Libie en Irak voortduurt, zal het begin van de daling van de wereldwijde olieproductie al in de periode 2015 tot 2018 gaan plaatsvinden, waarbij de kans groter is dat deze al in het jaar 2015 zal gaan plaatsvinden dan in het jaar 2018. Dankzij de recentelijk flinke stijging van de Noord-Amerikaanse olieproductie is de totale wereldwijde ruwe olieproductie nog steeds niet permanent aan het dalen. Echter, naar verwachting zal de toename van de Amerikaanse olieproductie al in het jaar 2015 of 2016 vrijwel tot stilstand komen, om (zich) daarna voor een paar jaar op een piek productie plateau te begeven. Volgens de meeste recente prognose van het EIA zal de Amerikaanse totale olieproductie al vanaf het jaar 2020 gaan dalen.

De wereldwijde ruwe olieproductie bevind zich al vanaf grofweg het jaar 2004 op een golvend plateau, met een lichte toename gedurende het afgelopen jaar. Vooral dankzij de flink gestegen ruwe olieproductie in de VS gedurende de afgelopen jaren, is de totale wereldwijde ruwe productie nog steeds niet aan het inzakken. De Amerikaanse tight olie wordt vanwege haar eigenschappen (goede kwaliteit) onder de ruwe olie geschaard, ondanks dat het flink duur is de tight olie te winnen.
Wanneer men de Amerikaanse olieproductie buiten beschouwing laat [= wereldwijde olieproductie minus Amerikaanse olieproductie] vertoond de totale ruwe olieproductie al een lichte daling!

Op de blog van Ron Patterson staan enkele mooie grafieken van de ruwe olieproductie van enkele toonaangevende en minder toonaangevende olieproducerende landen.

De twee meest interessante plaatjes betreffen
A: De totale wereldwijde olieproductie (inclusies VS)
B: De wereldwijde olieproductie exclusief VS.

Grafiek A: Totale wereldwijde ruwe olieproductie inclusief VS

Grafiek B: Wereldwijde ruwe olieproductie exclusief VS (minus ruwe olieproductie VS)

Een grote olieproducent is Rusland.
Het is nog even afwachten, maar het zou nu al zo kunnen zijn dat de Russische ruwe olieproductie nu al permanent aan het dalen is. In de periode 2000 – 2005 zorgde een flinke stijging van de Russische olieproductie en met name flink stijgende Russische olie export ervoor dat de wereldwijde olieprijzen pas vanaf het jaar 2004 flink begonnen te stijgen. Volgens menig onafhankelijk analist resteert er vrijwel geen enkel land meer welke op betaalbare wijze haar olieproductie nog noemenswaardig kan verhogen.
Het land welke er nog wel toe in staat zou zijn is Irak. Maar zolang de onrust in Irak blijft aanhouden, zal de olieproductie aldaar niet noemenswaardig kunnen toenemen.
Ook bijvoorbeeld landen als Lybie en Iran zouden hun olieproductie weer terug noemenswaardig kunnen verhogen als er respectievelijk geen onrust meer zou zijn of geen economische sancties opgelegd worden. De overige landen zitten waarschijnlijk nu al op hun piekniveau of is de olieproductie nu al permanent aan het dalen.
Afwachten maar meer.

Olieprijzen hoeven nog maar een beetje te stijgen om binnen huidige wereldeconomie tot piekvraag (is peakproductie) te leiden.

Enerzijds zijn steeds hogere olieprijzen benodigd om de wereldwijde olieproductie op niveau te houden.
Anderzijds begint boven een bepaalde olieprijs de wereldwijde vraag naar olie af te nemen. (of m.a.w.: boven een bepaalde olieprijs krijgt vraagvernietiging de overhand)

De hoogte van de wereldwijde olieproductie is sterk afhankelijk van de olieprijs.
Op basis van wat ik gelezen heb hoeven (binnen context van de huidige wereldwijde economische situatie) de olieprijzen niet veel meer te stijgen om de zogenaamde piekvraag te bereiken. Als de olieprijzen verder stijgen dan de olieprijzen waarop de piekvraag plaats vind, begint de wereldwijde vraag naar olie af te nemen omdat vraagvernietiging dan de overhand krijgt.
Wanneer de piekvraag bereikt is en de olie industrie heeft niet meer de economische middelen ter beschikking om (al dan niet op economisch rendabele wijze) de wereldwijde olieproductie nog verder te laten stijgen, dan zullen, wil men de wereldwijde economie niet in een flinke recessie laten belanden door te weinig olie aanbod, de olieprijzen noodgedwongen dermate hoog ‘moeten’ blijven zodat vraagvernietiging net niet de overhand krijgt.

Als bijvoorbeeld in het jaar 2014 de piekvraag optreedt bij een Brent prijs van 120 dollar per vat en de wereldwijde (nationale – en internationale) oliewinning branche is vanwege de steeds lastigere winbare olie bij ‘piekvraag’ olieprijzen niet meer in staat de nodige middelen in te zetten (te verkrijgen) om de wereldwijde olieproductie nog wat verder te laten toenemen [en door de extra productie de olieprijs te temperen om teveel vraagvernietiging te voorkomen], dan zal ook in de toekomstige jaren de wereldwijde olieproductie niet meer toenemen.
En aangezien het laaghangend olie fruit [=betaalbare olie reserves van voldoende kwaliteit] steeds schaarser wordt, zullen ten eerste de oliewinningskosten steeds verder toenemen en ten tweede de totale omzet vanwege vraagvernietiging niet extra kunnen toenemen. Gevolg is dat noodgedwongen de wereldwijde olieproductie steeds meer zal gaan inzakken, ondanks nog hogere olieprijzen dan nu al het geval is. De hoeveelheid olie die ieder jaar op betaalwijze uit de grond gehaald kan worden, zal mogelijk al vanaf het jaar 2015 ieder jaar minder en minder worden. Als mede ten gevolge van een afnemend olie aanbod de wereldwijde economie in een flinke recessie geraakt, zal de wereldwijde olieproductie extra snel afnemen, omdat de meeste oliewin projecten dan te duur worden. Kans is groot dat het wereldwijde financieel economisch systeem bij een volgende stevige recessie gaat crashen, omdat door structurele tekorten aan essentiele brandstoffen de reele economie noodgedwongen structureel zal gaan krimpen.

Tot slot nog wat informatie over diverse olieprijzen:
Een zwaarwegende benchmark voor olie is Brent. Brent is belangrijk voor de Euro-Aziatische wereld. Een andere iets minder zwaarwegende benchmark is WTI. WTI is een belangrijke benchmark voor Noord-Amerika.
De Brent olieprijs beweegt zich al geruime tijd noemenswaardig boven de $100 dollar per vat. Momenteel staat Brent op ruim $108 per vat. Uit mijn hoofd zijn sinds grofweg het jaar 2004 de olieprijzen de lucht in gevlogen, met een kortdurende dip gedurende het jaar 2009.
Ook de WTI olieprijs staat momenteel weer boven de $100 per vat.

Advertenties

Over paradoxnl

Man, 53 jaar, Nederland.
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s