ASPO-internationaal: Het belang van netto energie bij met name de wereldwijde olieproductie

Alvorens stil te staan bij het ‘ASPO-internationaal’ verhaal, zijn m.i. onderstaande artikelen de moeite van het lezen absoluut waard:
1) Een artikel uit de hand van Gail Tverberg.
2) De wekelijkse Piekolie nieuwsupdate op website van ‘Peakoil Nederland’.
3) En als laatste en zeker niet de minste een helder verwoord artikel uit de hand van Ron Patterson over onder andere de Iraakse oliereserves, namelijk dat deze wel eens flink te hoog in geschat kunnen zijn!

Onderstaand verhaal bevat de nodige herhaling, dat is doelbewust gedaan.

Op de website van ‘ASPO-internationaal’ [ASPO:Association for the study of Peakoil&gas] wordt de komende tijd extra stilgestaan bij het belang van netto energie bij de wereldwijde energie productie. Vooral de toenemende (energie) kosten bij de wereldwijde olieproductie is reeds heel erg voelbaar in de vorm van steeds hogere benodigde olieprijzen om de winning van olie rendabel te houden. Grote hoeveelheden aan betaalbare olie is nog steeds cruciaal voor de wereld economie.
Kort samengevat is de boodschap als volgt:
Volgens ASPO [en menig ander analist of econoom welke energie serieus neemt] wordt, wanneer men alleen kijkt naar de bruto energie opbrengst [vooral de wereldwijde bruto olieproductie], er een veel te optimistisch beeld gegeven van de werkelijke wereldwijde energie situatie en daarmee ook van de (toekomstige) wereldeconomie.. Zie daartoe onderstaande quote:

Net-energy.
As mentioned above, Campbell’s hydrocarbon forecast model has recently been expanded to account for net energy. This is an important step, and makes it – at least to my knowledge – the first detailed oil and gas forecast model to include this aspect.
Energy return on energy invested (EROEI; sometimes EROI in the US) is likely to be a crucial aspect of mankind’s energy future, but is almost always overlooked. It is important because nearly all of the ‘new’ fuels, whether from fossil hydrocarbons (oil from fracking, tar sands, Orinoco heavy, kerogen oil, GTLs, or CTLs; and gas from fracking, other tight gas, CBM, UCG, or methane hydrates), or nuclear or renewables, have – or will probably have when commercial – lower EROEI ratios than most current fuels, and in many cases very much lower. Thus moving to these sources of energy is likely to significantly reduce the amount of useful energy available to mankind.
But virtually all current energy modelling – whether from the IEA, the IIASA GES study, the UK’s DECC, or other ‘mainstream’ modellers, simply does not take falling EROEI ratios into account, and therefore paints almost certainly a far more optimistic picture than reality. It is a reasonable guess that in time all such models will come to include this aspect; and this journal looks forward to reporting on these as they become available.

ERoEI en netto energie.
Het begrip ‘Energy return on energy invested’ [ERoEI] is bij netto energie van belang.
Alhoewel het lastig is om de ERoEI te meten, zijn een heleboel analisten het wel eens dat het cruciaal is om een zo gedegen mogelijke inschatting van de ERoEI te maken gedurende verschillende fasen in het energie winning proces.
Wat olie betreft wordt de ERoEI meestal direkt aan de bron gemeten [daar waar de olie uit de grond stroomt]. Maar ook voor de raffinage van olie tot allerlei petroleumproducten is er input van energie nodig. Ook om al die petroleumproducten te distribueren kost energie. En vervolgens kost het weer extra energie om de petroleum hogerop in de keten tot nut te laten komen in de vorm van diensten of producten. Voor diensten of producten die ver in de keten liggen is al gauw een ERoEI die flink groter is dan 1 benodigd, bijvoorbeeld groter dan 9 aldus sommige energie analisten.
Hoe lager de ERoEI des te kleiner zal de voor de maatschappij resterende bruikbare hoeveelheid aan (netto) energie bedragen. Zolang de ERoEI noemenswaardig groter dan 1 is kan men er voor kiezen om steeds meer brandstoffen uit de grond te halen. Maar aangezien het in de grond resterend volume aan olie met voldoende hoge ERoEI eindig is, ontsnapt men niet aan een afnemende totale hoeveelheid aan netto energie…ook in het geval wanneer men erg hun best doet om de totale hoeveelheid aan netto energie te verhogen.
Op bepaald moment in de tijd (misschien nu al) zal de hoeveelheid aan netto energie verkregen uit allerlei in de grond aanwezige brandstoffen al dermate gering zijn, dat het in onvoldoende mate bijdraagt aan de werkelijke economie, waardoor de koopkracht van mensen gemiddeld steeds minder wordt. Het gevolg is een samenleving welke steeds minder in staat is hogere olieprijzen te verdragen.
Vele toekomstige scenario’s zijn denkbaar, maar misschien dat er in de toekomst er alleen nog maar voldoende petroleumproducten beschikbaar zal zijn voor de rijken der rijken. Dat de rest van de samenleving tot een veel armoediger levenswijze gedwongen zal worden. Persoonlijk hoop ik op een minder materialistische samenleving, waarbij de focus meer op welzijn dan op materieele welvaart ligt.  Wanneer de focus teveel op materieele welvaart blijft liggen wordt het een  ‘race naar de bodem’. Het streven naar teveel individueel gewin zal bij een afnemend grondstoffen en netto energie aanbod het geheel veel meer kwaad doen dan goed. Gechargeerd gezegd: de rijkdom van de één zal steeds meer de oorzaak van de armoede van een ander betekenen.

Dalende netto energie opbrengsten leiden na enige tijd tot verminderde koopkracht.
De erg hoge olieprijzen van de afgelopen jaren, naast andere factoren, hebben volgens menig onafhankelijk analist de gemiddeld koopkracht flink aangetast.
Er is verhoudingsgewijs steeds meer bruikbare energie/geld/middelen nodig om de wereldwijde energie en grondstoffen voorziening op peil te houden. Deze middelen en energie kunnen niet ingezet worden voor overige economische componenten [welke niets van doen hebben met de energie en grondstoffen voorziening].
Wanneer het totale volume aan netto energie relatief snel afneemt zal grosso modo ook de werkelijke economische output afnemen met uiteindelijk [bij constant blijven of groeien van bevolking] een gemiddeld steeds geringere koopkracht. Door de dalende koopkracht kan de wereldwijde economie steeds minder hoge olieprijzen verdragen.
Verbeterde technologie en toenemende efficientie kunnen nu al niet meer opboksen tegen de steeds lastiger winbare brandstoffen en grondstoffen. Integendeel, de efficientie neemt eerder af dan toe, bijvoorbeeld vanwege achterstallig onderhoud aan infrastructuur, omdat het relatief steeds duurder wordt om de infrastructuur in voldoende mate te onderhouden.
De te dure olieprijzen van de afgelopen 10 jaar [met uitzonder van het jaar 2009] zijn naar mijn bescheiden mening de oorzaak geweest van een enorme investeringsgolf in het Amerikaanse schalie olie en gas. Er werden dankzij de enorme hoeveelheden aan goedkoop geld enorm veel tastbare spullen (diensten) ingezet voor de winning van schalie olie. Die middelen konden daardoor niet ingezet worden voor andere activiteiten. Het lijkt er nu heel erg op, alhoewel het lastig te meten is, dat het winnen van de schalie olie uiteindelijk meer bruikbare middelen heeft gekost dan het aan bruikbare middelen oplevert. Laatstgenoemde is niet direct zichtbaar in het grotere geheel.

Bruto productie en netto productie
Het wordt dus niet alleen steeds lastiger om de bruto wereldwijde olie productie op peil te houden, de hoeveel netto energie verkregen uit een bepaalde hoeveelheid olie neemt ook versneld af.
Het gros van het ‘lage kwaliteits’ olie fruit zal nooit uit de grond gehaald, omdat het teveel energie (wat zich vertaald in te hoge prijzen) kost om het te winnen, raffineren en te distribueren. Het wereldwijd nu nog resterende volume aan (technisch) winbare olie is veel lastiger te winnen en van (flink) mindere kwaliteit dan de olie die tot nu reeds uit de grond gehaald is.
Hoe sneller men de olie uit de grond tracht te halen, des te sneller zal het punt bereikt worden dat er geen olie meer in de grond zit welke bij betaalbare prijzen nog economisch winbaar is.
Het zou me niet verbazen dat we dit punt nu al bereikt hebben, namelijk dat ieder vat aan nieuwe olie in feite meer kost dan dat het oplevert, of met andere woorden een negatieve bijdrage aan het ‘Bruto Binnenlands Product’ levert.

Ook het gebruik [bij winning en verwerking van olie] van overige energievormen verminderen de totale netto energie hoeveelheid.
Bij de oliewinning is naast olie ook steeds meer energie benodigd uit bijvoorbeeld steenkool, aardgas of alternatieve energie. In verband met oliewinning is er bij gebruik van steenkool, aardgas of andere bronnen er minder steenkool, aardgas of energie uit andere bronnen beschikbaar voor de samenleving [economie] welke niets van doen heeft met de energieproductie of de winning van grondstoffen. De steenkool of het aardgas welke gebruikt wordt tijdens de winning en verwerking van olie, dient eerst uit de grond gehaald te worden alvorens het gebruikt kan worden voor bijvoorbeeld de oliewinning. Er is olie nodig om de steenkool en het aardgas uit de grond te halen en te transporteren naar de plekken waar oliewinning plaats vind. Ook is er nog steeds olie nodig om de alternatieve energie ‘opwekkers’ te bouwen en te onderhouden.
Volgens menig onafhankelijk energie analist is olie nog steeds onmisbaar om onze huidige levenswijze in stand te houden. Alternatieve energie is tot heden alleen een noemenswaardige vervanger voor met name steenkool, maar nog niet noemenswaardig voor olie. 1 energie unit aan olie draagt gemiddeld gezien noemenswaardig meer bij aan het Bruto Binnenland Product dan 1 energie unit aan andere energievormen.
Het valt niet uit te sluiten dat er nu al per ‘geextraheerde hoeveelheid aan olie’ uit bijvoorbeeld teerzanden, tight olie en diepzee te weinig bruikbare energie overblijft om de extractie ervan ‘te rechtvaardigen’.

Mijn ‘vrees’ is dat we reeds veel te laat zijn begonnen met een transitie naar een noemenswaardige duurzame samenleving, waarbij in een min of meer groen jasje onze huidige levenswijze in stand gehouden kan worden. De wereldeconomie is nog steeds veel te afhankelijk van olie. Wanneer de economie vanwege een structureel gebrek aan betaalbare olie in een structurele depressie geraakt, zal het super lastig worden om een transitie te realiseren naar een meer duurzame, flink minder van olie afhankelijke samenleving. Voor een reeks van olie afhankelijke vitale economische activiteiten zal snel een grootschalig betaalbaar alternatief gerealiseerd dienen te worden om onze huidige levenswijze in een groener jasje voort te zetten. De vele miljarden aan euro’s die noodzakelijk zijn voor de transitie zullen tijdens een verdiepende economische depressie opgebracht ‘moeten’ worden. We gaan er m.i. niet aan ontsnappen om een flinke stap terug te doen in onze welvaart. We kunnen m.i. beter proberen om ons geluk flink minder afhankelijk van materieele welvaart te maken. Maar ja, is gemakkelijker geroepen dan gedaan, zeker binnen de context van het financieel economisch monster.

Wereld schreeuwt om zeer goedkoop winbare olie.
Vanwege de afgenomen koopkracht (denk aan de enorme schuldenberg, ook private schulden) schreeuwt de wereld om zeer goedkope olie.
Helaas is het goedkope oliewin tijdperk voorbij, terwijl de koopkracht van mensen reeds flink aangetast is. Menig burger is bijvoorbeeld druk doende zijn of haar schuld af te lossen. Er blijft zodoende minder geld over voor extra consumptie.
De afgelopen tien jaar zijn de kosten om nieuwe bruikbare olievelden op te sporen, de olie uit de grond te halen, te raffineren en te distribueren verhoudingsgewijs veel sterker toegenomen dan de groei van de wereldeconomie. Hetzelfde patroon (toenemende kosten) ziet men niet alleen bij de oliewinning maar ook bij de steenkoolwinning en bij het mijnen van een heleboel elementen [bijvoorbeeld ijzer en koper].
Volgens menig analist kost het steeds meer bruikbare energie om er een bepaalde hoeveelheid aan gewenste bruikbare energie [vooral energie in de vorm van diesel of benzine is nog steeds super belangrijk voor de wereldeconomie] voor terug te krijgen. Aangezien het laaghangend fruit vrijwel geheel al in gebruik is, wordt de wereldwijde olievoorziening meer en meer afhankelijk van dure, lastig winbare onconventionele olie. De vraag is of, zeker vanuit een netto energie perspectief, het niet veel beter is om die olie maar in de grond te laten zitten.

Advertenties

Over paradoxnl

Man, 53 jaar, Nederland.
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

2 reacties op ASPO-internationaal: Het belang van netto energie bij met name de wereldwijde olieproductie

  1. Hans Verbeek zegt:

    “Dalende netto energie opbrengsten leiden na enige tijd tot verminderde koopkracht.”

    Die zin vat de peakoil-problematiek heel goed samen.
    De overvloed aan netto-energie in de 20e eeuw is gebruikt om heel veel materiële welvaart op te bouwen en fantastische bijna gratis voorzieningen voor iedereen (in het rijke Westen). Wegen, spoorlijnen, luchthavens en vliegtuigen, communicatiemiddelen, het internet enz. zijn allemaal opgebouwd met de overvloed aan netto-energie uit fossiele brandstoffen. Bij een ERoEI van 20 of hoger kan dat makkelijk.
    Maar bij een ERoEI van lager dan 15:1 is het onmogelijk om die complexe voorzieningen en structuren op te bouwen. Wordt de ERoEi nog lager, dan zal zelfs het onderhoud van ons mooie Westerse technologie-paradijs moeilijk worden.
    https://deepresource.wordpress.com/2015/03/20/americas-neglected-infrastructure-cbs-60-minutes/

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s