Staan we aan het begin van een wereldwijde deflatoire crisis ? Deel 2

Een vervolg op deel 1. In deel 1 is inleiding van het aangehaalde Engelstalige artikel vertaald.
In dit deel 2 is uit het aangehaalde Engelstalige artikel de tekst onder het kopje “stuctural policy stupidity” (thema 1) vertaald. Ook hier kan men ervan uit gaan dat de vertaling niet zuiver is.

Begin van vertaling:
Uitleg nummer 1: “structurele domheid van het uitgevoerde beleid”

Allereerst de structurele domheid van het uitgevoerde beleid – alle politiek moet op één of andere manier worden verkocht aan het grote publiek. Zelfs autocraten (alleenheersers) streven er naar om te regeren met [eenvoudige] ideeën en [soms] ook via het aanpraten van angst.
De retoriek van politici moet in zekere mate overeenkomen met de manier waarop mensen over dingen denken – dat betekent dat een ingrediënt voor een succesvolle politiek er één is waar politici erin slagen een beroep te doen op de populaire illusies belichaamd in “gezond verstand”.
Een van deze populaire illusies is dat staten [overheid] bij het regelen van de overheidsfinanciën dezelfde principes hanteren als die de gewone huishoudens hanteren [om hun persoonlijke financiën te regelen]. Ook al is het misschien niet helemaal de waarheid toch het volgende – de politici die het beleid vormgeven en gebruik maken van retoriek die een beroep op de “man in de straat” standpunt hebben een voorsprong.
Zoals een aantal economen hebben opgemerkt werken deze politici met een zeer eenvoudig (en verkeerd) model van de economische realiteit – dat als de overheid bepaalde regels hanteert en niet overmatig lenen dit het vertrouwen zal bevorderen, waardoor de economie, aangespoord door concurrentie, zal groeien.
Het maakt niet uit dat dit idee zichzelf tegenspreekt wanneer een economie weer in een recessie glijdt – het belangrijkste punt is dat de collectieve illusies in stand gehouden worden wanneer zij [collectieve illusies] voldoen aan een collectief doel voor degenen [elite] die er belang bij hebben deze illusies in stand te houden.
Een belangrijk collectief doel van “de illusie van het begrotingsevenwicht” is dat het ervoor zorgt dat de communicatie met kiezers veel makkelijker verloopt. Het maakt een boodschap tegen ‘kwetsbare groepen welke gemakkelijk als zondebok gebruikt kunnen worden’ mogelijk in de trend van ‘we kunnen ons niet veroorloven’ en ‘wreed om vriendelijk te zijn’.

Complexe boodschappen zijn niet populair en niet goed te verkopen, zelfs als ze beter de werkelijkheid weerspiegelen. Let op dat ik hier iets meer zeg dan dat politici zich vergissen – mijn argument is dat ideeën zoals het begrotingsevenwicht een illusie is, meer dan “een vergissing”.
Een illusie heeft een structurele functie in het politieke proces. Het is geen toeval dat dit specifieke thema zich telkens opnieuw heeft herhaalt in de geschiedenis. Er is geen reden om te geloven dat, zodra een idee na een bittere leerervaring door een bepaalde generatie is afgewezen, dat een volgende generatie welke niet dezelfde bittere leerervaring heeft ondergaan, het helemaal opnieuw zal leren op de harde manier.

Een van de uitspraken van de ‘beleidstheoreticus’ Stafford Bier was dat “het doel van het systeem is wat het doet.” Ik vind dit een betekenisvolle uitspraak, want het snijdt door alle retorische rechtvaardigingen en excuses. Als een systeem als de eurozone wordt geruineerd door de minder concurrerend leden ten gunste van de meer concurrerende leden dan is dit het doel van het systeem. Ware het niet het doel van het systeem dan zouden de sterkste spelers het veranderen.

In dit verband is de structuur van de eurozone ideaal gebleken voor het buiten het bereik van de democratische politieke processen brengen [er boven verheffen] van de bancaire en financiële elite van Europa . De [euro] munt wordt zodanig beheerd dat het buiten het bereik van de [democratische regeringen van] afzonderlijke euro landen blijft, waarbij elke staat ‘verplicht’ is een set van regels na te volgen om hun begroting in evenwicht te houden.
Gezien de onvermijdelijke crises waarmee iedere regering die (economisch) kwetsbaar wordt mee geconfronteerd zal worden, zal de kwetsbare regering (kwetsbaar euroland) meer en meer van hun economische beleid moeten loslaten ten behoeve van de financiële belangen van groepen/instituten die vrij zijn om ieder euroland een ​​neoliberaal beleid, zoals privatisering quasi automatisch op te leggen. De “coup” tegen Griekenland was een ontwerp kenmerk van de Euro en toont aan dat financiën de boventoon voeren [en dus niet de democratische politiek].

Gezien de complexiteit van het bestuur van de eurozone, waarbij elke staat wordt verondersteld inspraak te hebben en te kunnen beslissen en er eindeloos over gedebatteerd kan worden, lijkt het [wordt als argument aangedragen] om het regeren van de eurozone mogelijk te maken, dat er een set van regels nodig zijn waar iedere overheid in de eurozone zich aan houdt, omdat er anders tussen de staten onderling eindeloos onderhandelt zou moeten worden – onderhandelingen voor elke nieuwe situatie, en voor elke staat, dat zou eeuwig doorgaan. Laatstgenoemde betreft de uitleg Yanis Varoufakis in een interview in de New Statesman toen hij zijn visie gaf over de standpunten van Wolfgang Schaueble.

“Schäuble was consistent. Zijn visie was: ‘Het programma [waarin een set van regels is vastgelegd waaraan ieder euroland zich dient te houden] – werd door de vorige regering aanvaard en we kunnen onmogelijk toestaan ​​om daar via een verkiezing iets aan te veranderen. Als we de hele tijd verkiezingen hadden, en er zijn er 19 van ons [19 landen?],zou er elke keer nadat er na een verkiezing in een euroland iets veranderde, de contracten tussen ons [de verschillende leden van de eurozone] niets betekenen’. ”

Als je erover nadenkt is dit niet alleen een recept voor de ontkenning van de democratie, maar is het de ontkenning van elke vorm van economische beleidsdiscussie of politieke variabiliteit [diverse politieke keuzes]. Een gemeenschappelijke muntzone kan niet werken onder deze omstandigheden, omdat het al van het begin verlamd wordt door de complexiteit van het economisch beleid [en de regelmatige aanpassing ervan].
De [gekozen] standaard [om zaken eenvoudig te kunnen leiden waarbij de onderliggende complexiteit genegeerd wordt] is vervolgens een neo-liberaal beleid waarbij een sluitende begroting (of overschot op de begroting, vrije marktregels en privatisering) centraal staat.
Alles wat de landen in de eurozone kunnen doen, is om een ​​reeks van vooraf bepaalde regels te volgen. Laatstgenoemde beleid vernietigd de economie, zoals in het geval van Griekenland wordt weergegeven. Het is de prijs die betaald wordt om eindeloze heronderhandelingen te voorkomen.
Het probleem voor de eurozone en de wereldeconomie is dat dit leidt tot een enorme deflatie …of misschien is dit vanuit een ‘elite-oogpunt’ niet zo negatief.

Misschien is dit niet “domheid van het uitgevoerde beleid”, maar een slim plan??? In een enorme crisis waarin alleen de super elite wordt gered en iedereen die niet tot de elite behoort geruïneerd, zal er nog een grotere enorme concentratie van rijkdom en macht plaatsvinden dan nu al het geval is. Wellicht denken leden van de super elite – de 1% van de 1% – op deze manier. Of misschien ben ik paranoïde.

[Einde vertaling thema 1]

Binnenkort volgt deel 3 met daarin de vertaling van thema 2.

Advertenties

Over paradoxnl

Man, 53 jaar, Nederland.
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Een reactie op Staan we aan het begin van een wereldwijde deflatoire crisis ? Deel 2

  1. Pingback: Staan we aan het begin van een wereldwijde deflatoire crisis ? Deel 3 | Paradoxnl's Blog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s