De opmars van de elektrische auto

Ten aanzien van de toekomstige groei van het aantal elektrische auto’s wereldwijd zijn er heel wat scenario’s denkbaar, uiteenlopend van heel erg optimistisch tot ronduit pessimistisch.

Een scenario voor groei aantal elektrische auto’s

Hieronder  een scenario voor de (verwachtte) toekomstige groei in het aantal elektrische voertuigen wereldwijd. Het scenario is afkomstig uit dit artikel.

Voor de ‘echte’ optimisten zal het gegeven scenario als veel te pessimistisch opgevat worden en voor de ‘echte’ pessimisten als te optimistisch.

Volgens het scenario in het gelinkte artikel zal wereldwijd het totaal aantal auto’s toenemen van 1,1 miljard in 2016 tot 1,8 miljard in het jaar 2035. Het aantal elektrische auto’s (lichtere voertuigen) zal toenemen van ongeveer 1 miljoen in 2016 tot 140 miljoen in het jaar 2035 (8% van het totaal):

Today there are about 1.1 billion cars in the world’s light duty vehicle fleet, of which approximately 1 million are EVs. By 2035, we think there will be around 140 million EVs on the roads, or 8% of the total fleet of 1.8 billion.

Volgens het aangehaalde artikel zal niet zozeer de verwachtte toename van het aantal elektrische auto’s maar wel het zuinigere verbruik van toekomstige conventionele auto’s het meest gaan bijdragen aan een verminderende toekomstige vraagstijging naar olie:

While EVs undeniably get most of the media attention, the greatest impact on oil demand displacement in road transport will actually be the rising fuel efficiency of the current internal combustion engine (ICE) fleet. We forecast that the average light vehicle will become one third more fuel efficient by 2030, displacing more than nine million barrels of daily oil consumption in that year– or the equivalent of 10% of current global demand. ICE vehicles are still expected to form more than 93% of the total fleet in 2030. Their efficiency gains will have a much larger impact on oil than the aggressive move towards EVs that we project.

Volgens het aangehaalde artikel zal het nog jaren gaan duren eer we het effect van elektrische auto’s op het totaal olieverbruik gaan merken:

Our EV projections require sales to grow by around 25% per annum between now and 2035, lifting their share of sales from approximately 0.5% today to 13% in 20 years. This would displace 2.3 million barrels of oil demand per day in 2035, approximately 2% of current demand. Our projections in this regard put us firmly at the ‘green’ end of the spectrum, well above the levels projected by ‘traditional’ industry consultants.

De optimisten zullen beweren dat bovengenoemd artikel uit de ‘pro fossiele’ hoek komt, en waarschijnlijk hebben ze daarin wel gelijk. Persoonlijk ben ik pessimistisch (namelijk dat toename flink zal gaan tegenvallen) over wat betreft de wereldwijde toename van het aantal conventionele auto’s en ook over de wereldwijde toename van het aantal elektrische auto’s.

Bovengenoemde aantallen betreffen pure ‘plug in’ elektrische auto’s, dus geen hybride auto’s.
Zonder verder commentaar ook nog een link naar een artikel (klik hier voor artikel) met meer optimistische gegevens.

Persoonlijk zou ik liever zien dat het autorijden zoveel mogelijk beperkt wordt en dat er vooral ingezet wordt op bijvoorbeeld elektrisch aangedreven vrachtauto’s en elektrisch aangedreven zware machinerie ten behoeve van bijvoorbeeld de landbouw, mijnbouw en bouw. Het is natuurlijk afwachten of er de komende decennia nog flinke vorderingen gemaakt zullen worden in de batterij technologie, in de opwekking van duurzame elektriciteit en de benodigde infrastructuur (o.a. opslag van energie) in verband met de elektriciteitsvoorziening (distributie).

Puur technisch kan men mijns inziens wat betreft het elektrificeren van de samenleving heel ver geraken. Maar of men binnen 10 of 20 jaar [in het geval er geen revolutionaire doorbraken plaatsvinden in bijvoorbeeld kernfusie of thorium reactoren] met behulp van hernieuwbare energie in staat zal zijn om onze (vanuit historisch oogpunt) hoog complexe industriële samenleving in voldoende mate te ondersteunen, lijkt me om diverse redenen heel twijfelachtig. Maar dat is weer een ander verhaal.

Want naar mijn bescheiden mening [indien men een transitie wil realiseren waarbij onze samenleving in een groener jasje in huidige vorm blijft bestaan of zelfs nog luxer van aard wordt] begint de tijd al enorm te dringen [om een dergelijke transitie te realiseren, los van de vraag of het überhaupt mogelijk is]

Over bloed zweet en tranen in een wereld met grenzen aan de groei

Een gechargeerd intermezzo met herhalingen.

Naar mijn bescheiden mening gaan we niet ontsnappen aan noodgedwongen flink minder consumeren. Maar flink minder consumeren hoeft naar mijn idee nog geen ongelukkig leven of echte armoede te impliceren.

Denk, binnen de context van een eindige wereld, bijvoorbeeld aan producten die langer mee gaan, het accepteren van massaproductie (bouw) van bijvoorbeeld goedkope en kleinere milieuvriendelijke huizen. Minder luxe, een minder breed scala aan diensten en producten, maar daarentegen wel minder bloed, zweten en tranen om een flink minder breed scala aan luxe producten en diensten in stand te houden. Een maatschappij waarin basale levensbehoeften een stuk goedkoper worden, maar wel ten koste van een minder aantal en minder breed scala aan luxe diensten en artikelen.

En natuurlijk niet het kind met het badwater weggooien en doelgericht blijven innoveren op duurzamere producten. Niet meer maar wel beter, zoals sommigen wel eens opmerken.
Een ver doorgevoerde geautomatiseerde productie machine waarmee op een zo efficiënt mogelijke wijze duurzamere producten ten behoeve van vooral basale levensbehoeften (wonen, voedsel, kleding, gezondheid) vervaardigd worden.
Idealiter zou in een wereld met grenzen aan de groei op lokaal niveau ook een breed scala aan producten geproduceerd kunnen worden, in het geval het niet teveel grondstoffen en energie vergt waardoor meer basale behoeften in het geding komen.
Verder een basisinkomen waarmee een heel basaal leven geleid kan worden met minder onnodig bloed, zweet en tranen.
Om een groot deel van de bevolking maar aan het werk te zetten, omdat werken bijvoorbeeld vanuit een soort van calvinistisch oogpunt nu eenmaal moet, ook al betreft het werk wat niets bijdraagt aan de werkelijke economie of het welzijn, lijkt me onzinnig. Daarentegen proef ik vaak ‘tussen de regels door’ dat oneindige rijkdom in een eindige wereld ‘verdiend’ door bloed en zweet en tranen door menigeen rechtvaardig gevonden wordt [vooral door degenen die zelf extreem rijk zijn], ook al gaat het ten koste van het groter geheel. Nog los van de vraag in hoeverre alle mega rijken rijk geworden zijn door eigen bloed, zweet en tranen en niet door het bloed, zweet en tranen van onderbetaalde werknemers of slaven.

Volgens menig [vaak ook vermogend] persoon zullen ook degenen die op minimum niveau leven zoveel mogelijk bloed, zweet en tranen moeten doorstaan om het minimale bestaan te rechtvaardigen, ook al draagt al dat bloed, zweet en tranen in een eindige wereld nauwelijks bij aan extra luxe, laat staan het milieu ten goede komt. Een zeer materialistische invulling van het bloed, zweet en tranen principe, ook naar mijn idee door mensen die ‘kerks’ zijn. Ik ben zelf niet verbonden aan een kerk, maar dat terzijde.

Om in herhaling te vallen: Al dat extra bloed, zweet en tranen ondersteunt in een eindige grondstoffen wereld en [praktisch gezien] eindige energie wereld vooral de zeer rijke medemens. In een oneindige wereld is het een ander verhaal, maar het lijkt me zeer onaannemelijk dat we in een oneindige wereld leven. Het zal naar mijn bescheiden mening steeds meer duidelijk worden dat er duidelijke grenzen zijn aan de wereldwijde economische groei.
Door menigeen (naar ik vermoed) wordt met behulp van het bloed, zweet en tranen argument een bovengemiddeld rijk bestaan gerechtvaardigd. Dat iedereen bloed, zweet en tranen moet laten vloeien om in een sterk geautomatiseerde eindige grondstoffen [en praktisch gezien ook eindige energie wereld] zoveel mogelijk de rijkdom van de rijken der aarde in stand te houden…ook al draagt al dat bloed, zweet en tranen niet of nauwelijks bij aan het welzijn van de gemiddelde wereldburger, ergo alleen maar ten koste gaat van het welzijn van de meeste wereldburgers. Als men nauwelijks bezittingen heeft en op het randje van hongerlijden verkeerd en dan in een eindige wereld ook nog keihard moet werken om te voldoen aan het in mijn ogen calvinistische bloed, zweet en tranen principe [lees om als slaaf te dienen van een naar mijn idee steeds meer internationaal opererende extreem rijke en luxe levende bovenlaag], lijkt me pas echt crimineel.
Degenen die in staat zijn om een groot deel van de mensheid als slaaf te behandelen, zijn pas echt heel machtig.

Overwinning Trump:
Voor zie zover ik kan overzien is de overwinning van Trump goed nieuws voor bijvoorbeeld de Amerikaanse fossiele industrie (schalie olie/ schalie gas/ steenkool), maar slecht nieuws bijvoorbeeld de Amerikaanse hightech sector welke bezig is met het verder uit ontwikkelen en implementeren van duurzame energie (energie infrastructuur) en het vervaardigen van duurzamere producten.
Dat Trump in de belangenstrijd tussen enerzijds de ‘fossiele industrie’ en anderzijds de ‘industrie welke de wereld minder afhankelijk van fossiele brandstoffen wil maken’ duidelijk de voorkeur voor de fossiele industrie heeft.

Geringe wereldwijde reserve olieproductie capaciteit:
Volgens onderstaande tabel afkomstig uit een rapport (Oil Market Report, october 2016) van de in Parijs gevestigde IEA (Internationaal Energie Agentschap), is heden ten dage de olieproductie reserve capaciteit van de OPEC landen erg laag.

Als men OPEC landen als Irak, Libië en Nigeria niet meerekent bedraagt de reserve olieproductie capaciteit van de OPEC landen slechts 1,8 miljoen vaten per dag. Bovendien komt het overgrote deel van de, in ieder geval op papier, bestaande reserve olieproductie capaciteit op conto van Saudi Arabië namelijk ongeveer 1,6 miljoen vaten per dag. Menig onafhankelijk analist gaat ervan uit dat Saoedi Arabië hooguit een half miljoen vaten per dag aan reserve productie capaciteit heeft. Als laatstgenoemden gelijk hebben, zal binnen enkele jaren [vanwege de huidige flinke bezuinigingen in de wereldwijde oliewinning] de terugval in de wereldwijde olieproductie des te steviger gaan uitpakken. De uitval van olieproductie in landen zoals bijvoorbeeld Libië en Nigeria is de laatste maanden al noemenswaardig afgenomen. Dus ook landen als Nigeria en Libië zullen de na grofweg het jaar 2018 verwachtte flinke daling van de wereldwijde olieproductie nauwelijks kunnen compenseren. In Iran en Irak zijn flinke investeringen nodig om de olieproductie aldaar nog noemenswaardig op te krikken. Tot nu toe vinden de benodigde investeringen in laatstgenoemde landen nog niet plaats. Ook zijn de analisten het niet eens in hoeverre de Amerikaanse schalie olieproductie weer opnieuw opgekrikt kan worden. Er zijn in ieder geval behoorlijk hoge olieprijzen benodigd om de Amerikaanse olieproductie op economisch rendabele wijze flink op te krikken. De economisch winbare reserves aan Amerikaanse schalie olie (tight oil) zijn volgens onder andere het EIA en IEA te klein om een langdurige hoge productie in stand te houden. De kans dat vanaf of vooral na het jaar 2018 er een flinke olieshock zal plaatsvinden neemt met de dag toe.

In de rest van de wereld is er vrijwel geen reserve olieproductie capaciteit aanwezig.

Als ik diverse bronnen mag geloven, zal, zeker in het geval de investeringen in de olieproductie zo laag blijven als nu het geval is, er over een paar jaar een flinke stagnatie (kleiner wordende jaarlijkse toename) van de wereldwijde olieproductie ontstaan.
Ergo, volgens menig onafhankelijk analist zal grofweg vanaf het jaar 2019 of 2020 de totale wereldwijde olieproductie al gaan dalen. Ondertussen zal naar verwachting de wereldwijde vraag naar olie de komende jaren op jaarbasis gemiddeld met een miljoen vaten per dag verder toenemen. Dus dat vanaf grofweg het jaar 2018 of 2019 het aanbod niet meer aan de stijgende vraag naar olie kan voldoen.

De grote vraag is in hoeverre wereldwijd de benodigde hoge olieprijzen [om de wereldwijde olieproductie nog enige tijd op peil te houden] volgehouden kunnen worden zonder tot flinke vraagvernietiging te leiden. Ik ben van plan om in een ander artikel gedetailleerder in te gaan op de mogelijk flinke terugval in de wereldwijde olieproductie vanaf of na het jaar 2018. Het ziet er naar mijn bescheiden mening steeds meer naar uit dat binnen enkele jaren de krapte aan betaalbare olie heel erg voelbaar gaat worden. Dat terwijl we nog steeds heel erg afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen, met name olie en  voorlopig dat nog wel zullen blijven. Dat de transitie naar een minder van fossiele brandstoffen afhankelijke wereld veel minder makkelijk zal verlopen dan naar mijn idee menigeen vanuit gaat.

Advertenties

Over paradoxnl

Man, 53 jaar, Nederland.
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s