Vooral in het jaar 2018 flink minder ‘startups’ bij oliewinning en al in 2019 krimp olieproductie?

Maar weer eens een lang verhaal voor mijn ‘olie dagboek’.
Ik heb een verhaal samengesteld welke uit vier delen bestaat.
Voor ieder deel zal een apart blogartikel verschijnen.

Het verhaal bevat onderstaande vier delen:

Deel 1, het onderwerp van dit blogartikel, gaat ten eerste over de voor het jaar 2018 verwachte flinke daling van het aantal startups en ten tweede over de volgens verscheidene bronnen verwachte krimp in de wereldwijde olieproductiecapaciteit in het jaar 2019. De blogtitel refereert alleen naar deel 1. Capaciteit is hierboven doelbewust vet gemaakt. Verderop wordt uitgelegd waarom het woord vet is gemaakt.

Het toekomstige blogartikel Deel 2 zal gaan over de tight olie productie in de VS.

Het toekomstige blogartikel Deel 3 zal gaan over de Russische olieproductie

Het toekomstige blogartikel Deel 4 zal gechargeerd commentaar bevatten.

Deel 1:
Het is niet alleen het IEA dat waarschuwt voor tekorten aan olie vanaf ongeveer het jaar 2019/2020.
Onderstaande is een greep uit de vele berichten die waarschuwen dat de kans nu al groot is dat nog voor het jaar 2020 er een flinke olieshock gaat optreden.
Ten eerste volgens bijvoorbeeld dit artikel […zit nu achter een betaalmuur, maar ik heb nog een kopie voordat er sprake was van betaalmuur…] zullen er volgend jaar (2018) bij de oliewinning flink minder ‘startups’ zijn dan in de afgelopen jaren het geval was. [Zie verderop in dit artikel onder kopje ‘Enige uitleg over startups…‘ voor meer uitleg over start-ups].
En ten tweede volgens dit artikel zal in het jaar 2019 de hoeveelheid aan nieuwe olieproductie niet meer ‘opwegen’ tegen de daling van de olieproductie uit bestaande producerende olievelden wereldwijd, zeker in het geval wanneer de wereldwijde vraag naar olie de komende jaren nog noemenswaardig zal toenemen.

Aangezien gemiddeld na grofweg 1 jaar een ‘startup project’ haar maximale (piek) productie bereikt, is het niet verbazingwekkend dat pas een jaar na het jaar 2018 ‘we’ de voelbare gevolgen gaan merken van de flinke daling van het aantal ‘startups’.
Volgens het aangehaalde artikel (welke achter betaalmuur zit) waren er in de jaren 2015 en 2016 gemiddeld flink meer startups dan in de jaren 2017 t/m 2020 naar verwachting het geval zal zijn.
Als ik het goed gelezen heb zal het aantal startups in het jaar 2017 relatief gezien nog wel meevallen, maar voor het jaar 2018 wordt een flinke afname van het aantal startups verwacht.
Aangezien de startups van het jaar 2017 gemiddeld pas in het jaar 2018 hun maximale productie bereiken, is er met een slag om de arm in het jaar 2018 nog geen of nog geen al te grote daling van de wereldwijde olieproductiecapaciteit te verwachten, met nadruk op capaciteit.

Van Pre-fid tot neergang
Op basis van wat ik heb gelezen zijn bij een olieproject o.a. de volgende fasen (statussen) te onderkennen:

(1)Pre-FID
(2)FID
(3)Startup
(4)Bereiken van begin van piekproductieperiode (project is volwassen geworden)
(5)neergang (daling van productie).

Gemiddeld duurt het na het definitieve besluit (FID) om een olieproject op te starten grofweg 3 jaar eer de eerste olie uit het project (project krijgt dan label ‘startup’) ter beschikking komt voor de markt. Na gemiddeld grofweg ruim een jaar bereikt een ‘startup’ project haar piekproductie.

In het artikel welke achter een betaalmuur zit is uitgegaan van startups waarvan ten eerste de olieproductie meer dan 10 duizend olievaten per dag is of zal gaan zijn en ten tweede het tijdsbestek tussen FID en Startup minimaal 2 jaar bedraagt. De Amerikaanse ‘tight’ olie projecten voldoen (als ik me niet vergis) niet aan laatstgenoemde eis. Veel overige projecten wereldwijd, vooral de grotere, voldoen wel aan de genoemde eisen.

Enige uitleg over start-ups, althans wat ik ervan begrepen heb:
Startups zijn vrij vertaald olieprojecten die gedurende een specifiek jaar voor het eerst olie aan de markt leveren. Bijvoorbeeld alle olieprojecten die voor het eerst olie leveren in het jaar 2017, zijn ‘startups’ voor het jaar 2017. Olieprojecten die voor het eerst olie leveren in het jaar 2018, zijn startups voor het jaar 2018.
Gemiddeld bereikt een ‘startup’ na grofweg ruim 1 jaar haar piekproductie. Dus als een olieproject bijvoorbeeld in het jaar 2015 voor het eerst olie levert (dus een ‘2015 startup’ is geworden), zal in 2016 of 2017 de olieproductie van het project haar maximale productie (piek) bereiken, vervolgens enige tijd op piekniveau blijven produceren en tenslotte zal de productie ervan gaan dalen.

Nadat formeel bekrachtigd is om een nieuw olieproject op te starten [dat gebeurt meestal via een zogenaamde ‘Final Investment Decision’ oftewel FID] duurt het gemiddeld ongeveer drie jaar eer de eerste olie uit een olieproject beschikbaar komt voor de markt (of met andere woorden een olieproject een ‘startup’ wordt). In de periode tussen ‘FID’ en ‘Startup’ wordt voor het project bijvoorbeeld alle benodigde middelen aangeschaft, de noodzakelijke infrastructuur aangelegd en de olieputten geboord. Wanneer gedurende een specifiek jaar uiteindelijk de eerste olie uit het project beschikbaar komt voor de markt is het project een Startup voor dat specifieke jaar geworden. Een project kan maar voor één
specifiek jaar een startup zijn, dus niet voor meerdere jaren achtereen.

Vooral in het jaar 2018 flink minder startups en in 2019 daling van wereldwijde olieproductiecapaciteit?
Als ik dit artikel (zit achter betaalmuur, maar ik heb er informatie van) mag geloven zullen er in het jaar 2018 flink minder startups zijn dan in voorgaande jaren het geval was.
Volgens het aangehaalde artikel bedroeg voor de jaren 2015 en 2016 de totale (nieuwe) productiecapaciteit van startups ongeveer 4,4 miljoen vaten per dag, dat is dus gemiddeld 2,2 miljoen vaten per dag op jaarbasis.
Voor de periode vanaf het jaar 2017 t/m 2020 is uit startups in het beste geval (naar verwachting) een totale (nieuwe) productiecapaciteit van ongeveer 5,9 miljoen vaten per dag te verwachten. Dat is ongeveer 1,5 miljoen vaten per dag op jaarbasis. Het ‘realistische scenario‘ gaat voor de jaren 2017 t/m 2020 uit van in totaal ongeveer 4,5 tot 5 miljoen vaten per dag aan nieuwe olieproductie capaciteit uit startups, dat is ongeveer 1,2 miljoen vaten per dag op jaarbasis. Dat is een miljoen vaten per dag minder dan gemiddeld in de jaren 2015 en 2016 het geval was.
Vooral voor het jaar 2018 worden er flink minder startups verwacht. De gevolgen van laatstgenoemde zullen hoogstwaarschijnlijk pas één jaar later (2019) voelbaar worden. Lees daartoe bijvoorbeeld het hierboven vermelde artikel.

Een quote uit het artikel:

Delays and cancellations of projects by cash-strapped energy giants mean the volumes of new crude production coming onstream will not be enough to make up for the decline from existing fields and meet growing demand, Barclays analysts said in a research note.

They forecast that 2019 would see the “the lowest year for new capacity” on their records, which stretch back to the Nineties, with just 1.2m barrels per day (bpd) of new supply.

By contrast, decline from existing fields and growing demand would together equal 4m bpd, resulting in a gap of almost 3m bpd.

2019 marks a juncture where supply becomes a concern. With current volatility and oil price uncertainty, project sanction approval continues to be difficult,” they wrote.

Samengevat zal volgens bovenvermelde quote in het jaar 2019 een gat van bijna 3 miljoen olievaten per dag ontstaan tussen enerzijds ‘een combinatie van (naar verwachting) een toenemende wereldwijde vraag naar olie en een daling van de olieproductie in bestaande producerende velden’ en anderzijds de nieuwe hoeveelheid aan ‘nieuwe’ olie die dat jaar beschikbaar komt. Dus dat het jaar 2019 bij lange niet in staat zal zijn om met behulp van nieuwe olie te compenseren voor de verwachte stijging in de vraag naar olie en de ‘natuurlijke’ afname van de olieproductie uit bestaande velden.

Om terug te komen op het vetgedrukte woordje ‘capaciteit’:
Het woordje capaciteit is hierboven vet gedrukt, omdat in het jaar 2019 de olieproductie nog verder kan stijgen ondanks dat de totale wereldwijde olieproductiecapaciteit afneemt.
Ik neem aan dat, zeker in het geval de OPEC trouw blijft aan haar productiebeperking, in de loop van het jaar 2018 de wereldwijde overvloed aan bovengronds opgeslagen olie is weggewerkt. Als laatstgenoemde het geval is geworden, resteert bijvoorbeeld nog de aanwezige wereldwijde olieproductie reservecapaciteit om het gat tussen olievraag en olieaanbod niet te groot te laten worden.
Dankzij de recentelijk ingeperkte olieproductie (de OPEC heeft onlangs haar olieproductie met ongeveer 1 miljoen vaten per dag verminderd) bedraagt de wereldwijde olieproductie reservecapaciteit momenteel ruim 3 miljoen vaten per dag en dat is vanuit een historisch perspectief nog steeds weinig!
Als bijvoorbeeld in het jaar 2019 de OPEC besluit al haar (nog resterende) reserveproductiecapaciteit aan olie op de markt te brengen (of m.a.w. besluit al haar oliekranen volledig open te draaien), kan de wereldwijde olieproductie in 2019 misschien nog een beetje stijgen, maar is de reservecapaciteit aan olieproductie in 2019 tot nul gereduceerd. Het hoeft wat betreft olieproductie dan maar een beetje tegen te zitten en er ontstaan al snel flinke tekorten aan olie.
Het is niet uitgesloten dat bijvoorbeeld de olieproductie in Venezuela (nota bene het land met op papier de grootste oliereserves ter wereld) vanwege de aldaar heersende onrust en economische malaise de komende jaren flink gaat inzakken.
Naar verwachting zal ook de totale Aziatische olieproductie, zeker in het geval de investeringen in de oliewinning aldaar niet flink toenemen, noemenswaardig gaan inzakken, mogelijk met een miljoen vaten per dag tussen nu en het jaar 2025!
En de komende jaren zal naar verwachting bijvoorbeeld ook de olieproductie in Mexico nog noemenswaardig verder dalen, zeker in het geval de investeringen aldaar niet flink toenemen.

De rode draad in het oliegebeuren is mijns inziens het volgende:
Vanwege het uitgeput raken van de makkelijk winbare olie kost het steeds meer middelen, dient men steeds meer te investeren om de wereldwijde bruto olieproductie op peil te houden.
Er is al enige tijd sprake van ‘dimishing returns’ (afnemende meeropbrengsten) in de olie verwerkende industrie.
Men dient als het ware steeds harder te lopen om op gelijk niveau te blijven.
Men ziet ‘het steeds harder moeten lopen om op gelijk niveau te blijven’ niet alleen terug bij olie maar ook bij andere brandstoffen en ook bij de grondstoffenwinning.
De vraag is in hoeverre de wereld de komende jaren nog in staat zal zijn om de steeds hogere investeringen op te brengen die nodig zijn om de wereldwijde olieproductie de komende jaren nog op peil te houden, want olie is naar mijn bescheiden nog steeds de belangrijkste brandstof voor de wereldeconomie.
Het is niet alleen de hoeveelheid olie die dagelijks uit de grond gehaald wordt, maar ook de kwaliteit van de olie. Als ik diverse verhalen mag geloven is de hoeveelheid aan olie van goede kwaliteit al flink afgenomen. Het kost steeds duurdere middelen (en energie) om via raffinage de olie te verwerken tot bruikbare petroleumproducten zoals bijvoorbeeld benzine en diesel.

Volgens diverse onafhankelijke analisten en energiebureaus zal de komende jaren veel gaan afhangen van de mate waarin vooral de Amerikaanse ‘tight’ olieproductie op betaalbare wijze weer terug opgekrikt kan worden om een flinke wereldwijde olieshock zoveel mogelijk te voorkomen.
Want in tegenstelling tot vele olieprojecten wereldwijd kan de Amerikaanse ‘tight’ olieproductie in relatief korte tijd noemenswaardig opgekrikt worden, althans dat is de verwachting.
Er bestaat bij diverse analisten en energiebureaus zacht uitgedrukt de nodige twijfel of laatstgenoemde gaat lukken, maar meer hierover in Deel 2.

Advertenties

Over paradoxnl

Man, 53 jaar, Nederland.
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

8 reacties op Vooral in het jaar 2018 flink minder ‘startups’ bij oliewinning en al in 2019 krimp olieproductie?

  1. Dan zal de olieprijs spoedig weer flink omhoog gaan. Het einde van Luilekkerland van lage rente en goedkope olie.

    • paradoxnl zegt:

      Ik hou het zelfs voor mogelijk dat enkele jaren geleden de rente doelbewust flink verlaagt is om de economie niet teveel te laten lijden onder de hoge olieprijzen. Een combinatie van hoge olieprijzen en hogere rente zou waarschijnlijk tot flinke economische stagnatie of misschien wel een nieuwe recessie geleid hebben.
      Als binnenkort (of misschien nu al) de paardenmiddelen van Zirp (nul procent rente beleid) en het toepassen van kwantitatieve verruiming hun positieve effect op de wereldeconomie verloren hebben, zit ons financieel economisch stelsel m.i. echt in een crisis, zeg maar een soort van systeemcrisis.
      Uit mijn hoofd werd begin jaren 70 van de vorige eeuw de goudstandaard losgelaten ten faveure van fiat geld. Een tijdperk brak aan waarin het ook voor burgers gebruikelijk (normaal) werd om flink wat schulden aan te gaan om een en ander vroegtijdig te kunnen aanschaffen, welke een positief effect had op de wereldwijde economische groei. Toen laatstgenoemde (tijdelijke) positieve effect begon te verminderen, kwam er een volgende paardenmiddel om de hoek kijken, namelijk globalisatie van de (wereld)economie, welke ook weer een tijdelijk positief effect had op de wereldwijde economische groei. Toen vervolgens ook het positieve effect (welke haar nieuwe winnaars en verliezers kent) van globalisatie op de wereldwijde economische groei begon te stagneren, kwamen de paardenmiddelen ZIRP en kwantitatieve verruiming om de hoek kijken.
      Afwachten of men in de nabije toekomst nog nieuwe paardenmiddelen weet te bedenken om de wereldwijde economische groei weer nieuw leven in te blazen. Volgens mij zitten we, onder andere vanuit een economisch , ecologisch en ook energie perspectief nu al in een soort van systeemcrisis.

  2. gerard d'Olivat zegt:

    Bij complexe/chaotische zaken als klimaatsverandering zijn er tal van modellen ontwikkelt die prognoses doen en analyses maken over bv. de invloed van smeltend arctic poolijs op het weer in Europa enz enz. Die modellen ontwikkelen zich verder door toegenomen rekenkracht en het verwerken van data over een steeds langere periode. Die modellen zijn natuurlijk altijd weer onderdeel van allerlei wetenschappelijke en politieke kritiek maar geven toch tenminste enig houvast.
    In de diskussies over energie mis ik voor zover ik kan na gaan uitgebreide onderbouwde modellen en analyses over de mate waarin de ‘energie’prijs economische groei beperkt of juist bevordert. Tveberg publiceert er natuurlijk wel allerlei nogal ‘energie filosofische’ omzwervingen over.
    Ze zijn wel enigszins onderbouwd en interessant, maar laten wel erg veel ruimte over voor laat ik zeggen ‘borrelpraat’.
    EROI diskussies blijven over het algemeen erg binnen de sector hangen en geven feitelijk weinig inzicht in meer fundamentele vragen.
    Jouw laatste antwoord geeft ook weer breed ruimte voor speculatie en je eindigt met een waarschuwing over een ‘systeem’ crisis.
    Nou ben ik dat op zich wel met je eens maar eh….ik zou het wel wat concreter ingevuld zien door bij wijze van spreke ‘energie-economen’.
    Het voordeel van energie is namelijk dat toch vrij makkelijk te berekenen zou kunnen zijn in hoeverre mijn ‘brood’prijs er door beinvloed wordt (m.m)
    Energie/economische modellen zouden erg handig kunnen zijn bij diskussies over bijvoorbeeld de haalbaarheid van ‘energietransitie’…kernenergie etc.
    Bestaan er degelijke analyses wat dat betreft ? of is dit een schimmig grijs gebied…..

    • paradoxnl zegt:

      Hoi Gerard,

      ….ik zou het wel wat concreter ingevuld zien door bij wijze van spreke ‘energie-economen’.

      Wat betreft het concreter invullen door ‘energie-economen’ is mijn vrees dat er nog een hele lange weg te bewandelen is, als het überhaupt mogelijk is. Wil niet zeggen dat men geen onderbouwde uitspraken kan doen over allerlei interactie effecten tussen energie en economie, maar dat zal dan meer zijn in de vorm van een hele reeks aan mogelijke uitkomst scenario’s.
      Een voorbeeld is Charles A.S. Halles met als specialisatie ‘Biophysical economics’.
      En zo zijn er nog wel meer voorbeelden te noemen.
      Ook de Fransman Gaël Giraud (een econometrist, wiskundig econoom) hecht flink belang aan energie in het economisch gebeuren. Als ik me niet vergis is binnen Frankrijk Gaël een invloedrijke econoom.
      Gaël heeft een model ontwikkeld waarbij de energie factor verwerkt is in de ‘economische rekenregels’. Volgens berekeningen gebaseerd op zijn model ‘wordt aannemelijk gemaakt’ dat betaalbare energie [en betaalbare winning van energie!] cruciaal is voor de economie van een land (en wereld als geheel) en dat in het recente verleden de dure energie reeds een flink negatief effect had op de wereldwijde economie. Hij verondersteld dat het meer en meer schaarser worden van betaalbare energie reeds nu al grote gevolgen heeft voor de economie. De negatieve effecten van afnemende hoeveelheid aan betaalbare energie zal de komende jaren volgens hem alleen maar erger worden.

      Naar mijn mening (en niet alleen die van mij) zou economie veel meer een interdisciplinair vakgebied moeten zijn dan tot nu toe het geval is.
      Naar mijn idee is met name grofweg de laatste tien jaar er een trend om ook op universiteiten steeds meer vanuit een ecologisch perspectief naar het economisch gebeuren ‘te kijken’, of in ieder geval ecologie (en energie) veel zwaarder te laten meewegen in het economisch vakgebied.

      “Het voordeel van energie is namelijk dat toch vrij makkelijk te berekenen zou kunnen zijn in hoeverre mijn ‘brood’prijs er door beïnvloed wordt”

      Op papier is dat wel mogelijk lijkt mij, maar of de werkelijke wereld zich zo snel laat vatten in een energie/ economisch model waarbij een concreet (op de werkelijkheid aansluitend) antwoord op jouw vraag gegeven kan worden betwijfel ik ten zeerste.
      Er is wel een sterke correlatie tussen wereldwijde olieprijzen en de voedselprijzen wereldwijd, dat wel.
      Het werkelijke economisch gebeuren, waarvan prijsbepaling een onderdeel is, vind toch plaats in een erg dynamisch open systeem in plaats van een gesloten systeem? Er zijn enorm veel storende factoren, variabelen te bedenken die een effect hebben op de broodprijs, van factoren die van doen hebben met politiek economische besluitvorming tot hoe goed de oogst in een jaar zal verlopen. Men kan daar wel bijvoorbeeld constanten voor invullen, maar dan is de kans extra klein dat het berekende maar enigszins aansluit op de werkelijke (dynamische) wereld.
      Men kan naar mijn bescheiden mening wel praten over waarschijnlijke trends, maar om daar dan direct hele concrete waardes aan toe te kennen is naar mijn idee het creëren van een vorm van ‘schijn’ exactheid. Een exactheid die alleen binnen een hele specifieke en versimpelde context opgaat.
      En men hoeft maar één factor over het hoofd te zien die in de werkelijke wereld een significante rol speelt bij de prijsbepaling en de validiteit van het gehele model komt ter discussie te staan. Men kan m.i. alleen uitspraken doen in de trant van als als als als als als als als als als als ….dan. En sommige ‘als-en’ zijn niet altijd even eenduidig te bepalen, bijvoorbeeld wanneer ze betrekking hebben op politiek economische besluitvorming, op niet al te zekere geologische gegevens, op onzekere factoren in (bio)technologische ontwikkelingen en een grote mate van onzekerheid in economisch winbare voorraden aan allerlei benodigde elementen. Technologie is nog geen energie. Alles is nu eenmaal niet zomaar exact te berekenen, of althans niet zodanig dat het ‘berekende’ uiteindelijk overeenkomt met wat er in de toekomstige werkelijke wereld gaat gebeuren, hoe krachtig en intelligent de computermodellen ook zijn. Men kan niet alle facetten van het economisch gebeuren wereldwijd controleren, laat staan bijvoorbeeld geo-politieke factoren die van invloed zijn op het economisch gebeuren.

      “Energie/economische modellen zouden erg handig kunnen zijn bij diskussies over bijvoorbeeld de haalbaarheid van ‘energietransitie’…kernenergie etc.”

      Natuurlijk, mee eens, maar om tot een dergelijke model te komen moet er naar mijn idee nog veel meer samengewerkt te worden tussen diverse wetenschappelijke disciplines, denk aan economie, ecologie, geologie, natuurkunde, scheikunde, techniek, verzin maar.

      Los van bovengenoemde verwijs ik gaarne naar een pdf-document welke te vinden is onder onderstaande link:
      http://www.mdpi.com/2071-1050/2/6/1784/pdf

      Klik op link -> popup wordt geopend.
      Klik op op optie openen met… en vervolgens OK.
      PDF bestand wordt geopend.

      Het hierboven vermelde pdf document geeft naar mijn idee een goede samenvatting van belangrijke ‘factoren’ die volgens met name ‘ecologie economen’ flink onderbelicht of flink gebagatelliseerd worden in de zogenaamde orthodoxe economie (met al haar smaken). Het document is naar mijn idee een goede instap om een gevoel te krijgen welke kritiekpunten vanuit alternatieve visies op de orthodoxe economische visie bestaan (of althans wat voor orthodox door mag gaan).

      Samengevat is er naar mijn bescheiden mening een multidisciplinaire benadering (visie) van het economisch gebeuren benodigd.
      Volgens mij is er het afgelopen decennium reeds sprake van onderstaande trend:
      Naast economen die vanuit een ecologisch of energie perspectief kijken zijn er ook ‘niet economen’ die vanuit hun eigen discipline (van natuurkundigen tot ecologen) steeds meer naar het economisch gebeuren kijken en daar, al dan niet verbonden aan een universiteit, ook artikelen over schrijven.
      Wat me wel opvalt dat ecologie economen, althans datgene wat ik ervan gelezen heb, over het algemeen behoorlijk somber zijn over de toekomstige economie.

      In een ander antwoord kom ik nog terug op een systeemcrisis vanuit een schuldenperspectief. Heb daar nog een grafiekje over.

  3. paradoxnl zegt:

    Wat betreft de systeemcrisis in mijn eerste commentaar het volgende:
    Het begrip systeemcrisis kan ook m.i. op diverse manieren ingevuld worden en daardoor blijft het wat vaag.
    Met ‘systeemcrisis’ in mijn laatste commentaar doelde ik op een crisis die van doen heeft met het op een gezonde wijze kunnen aflossen van schulden binnen ons (huidig) financieel economisch stelsel.

    Uit bijvoorbeeld onderstaande grafiek zou men kunnen concluderen dat er steeds meer schulden aangegaan dienen te worden om een bepaald percentage aan economische groei te bewerkstelligen. Het waarom van deze trend is weer een andere vraag.

    Bovenstaande grafiek is afkomstig uit dit artikel
    Ook in dit artikel wordt beweerd dat aangegane schulden steeds minder bijdragen aan de werkelijke economische groei.
    In mijn blogartikel https://paradoxnl.wordpress.com/2016/07/13/economie-in-wurggreep-door-combinatie-van-duur-winbare-energie-hoge-schuldenberg-en-te-geringe-koopkracht/ heb ik eerder al stilgestaan bij schuldenproblematiek.

    Het lijkt me aannemelijk dat wanneer de wereldeconomie met een hoog percentage groeit, het makkelijker is om (binnen de context van ons huidig financieel economisch stelsel) schulden af te lossen dan wanneer de wereldeconomie met een klein percentage of laat staan een negatief percentage groeit.
    Een ongezonde manier van ‘schulden aflossen’ is bijvoorbeeld door noodgedwongen faillissementen, waarbij als bijkomend effect het vertrouwen in de economie een extra deuk oploopt.

    Volgens mij spelen energie en grondstoffen een hele belangrijke rol bij het welvaren van ons huidig financieel economisch stelsel. Dat stellig uitgedrukt ‘betaalbare’ energie en economische groei niet los van elkaar gezien kunnen worden.
    En dan kom ik weer terug op het punt van de interactie tussen energie en economie.
    Naar mijn bescheiden mening is laatstgenoemde interactie een flink ondergeschoven kindje binnen het economie onderwijs.
    Gechargeerd gezegd kan men onderscheid maken tussen de orthodoxe economie (waarbinnen meerdere smaken te onderkennen zijn) en de ecologische economie (waarbinnen ook meerdere smaken te onderkennen zijn).
    Voor meer informatie over belangrijke verschilpunten tussen orthodoxen en ecologie economen kan men op onderstaande link klikken, waarna een popup verschijnt waarin men het relevante Pdf-document kan openen:
    http://www.mdpi.com/2071-1050/2/6/1784/pdf
    Om maar een verschilpunt te noemen, onder ‘niet orthodoxe economen’ wordt de economie vaak niet als een platte schijf voorgesteld maar als een omgekeerde piramide, waarbij energie, grondstoffen en voedsel de basis van de piramide (de economie) vormen en de overige componenten als het ware afgeleiden zijn van deze basiscomponenten.
    Een platte schijf daarentegen suggereert dat alle economische componenten even belangrijk voor de economie (voor het BNP) zijn. Of het nu voedselvoorziening of toerisme betreft, maakt niet uit voor de economie. De orthodoxe benadering is zogenaamd neutraal. In de ecologie economie zijn voedsel, energie en grondstoffen een basisvoorwaarde voor de overige componenten.
    Wat me wel opvalt is dat ecologie economen over het algemeen somberder zijn over de toekomstige economie dan de meer orthodoxe gestoelde economen.

    De interactie tussen energie en economie is zoals reeds aangegeven in mijn vorig commenteer ook naar mij idee (nog) een flink grijs gebied en ook een zeer complex dynamisch ‘onderzoeksterrein’ welke nog maar in de kinderschoenen staat.

    Bepalen welk energie alternatief (of combinatie van energie alternatieven) het meest geschikt is voor een energie transitie, is op basis van wat ik gelezen heb niet zo makkelijk.
    Het is bijvoorbeeld niet alleen het gemak waarmee grote hoeveelheden aan energie opgewekt kunnen worden, maar ook de energie soort.
    Met bijvoorbeeld kernenergie wordt alleen elektrische energie opgewekt.
    Als men alle componenten van de economie wil gaan elektrificeren komt er een extra uitdaging om de hoek kijken om een transitie te realiseren. De transport sector is bijvoorbeeld nog steeds vrijwel volledig afhankelijk van petroleum producten. Olie is nog steeds cruciaal om betaalbare petroleum producten te leveren.
    Er dient bij het grootschalig overschakelen naar een alternatieve energievoorziening hoogstwaarschijnlijk flinke infrastructurele aanpassingen plaats te vinden om een transitie te kunnen realiseren.
    En zo zijn er nog wel meer voorbeelden te bedenken waarmee met een energie transitie zoal rekening gehouden dient te worden, bijvoorbeeld in hoeverre mensen hun levenswijze aan dienen te passen om het alternatief zoveel mogelijk tot haar recht te laten komen. Of dat een bepaald cruciaal element niet in voldoende mate beschikbaar is of veel te lastig en duur te winnen is om een transitie te realiseren.

    Ik vrees dat we er uiteindelijk niet aan gaan ontsnappen om met flink minder spullen en energie een toch zo plezierig mogelijk leven te kunnen leiden, maar dat is weer een ander verhaal waar op internet heel wat informatie over te vinden is.

    Tot slot wil ik nog verwijzen naar een eerder artikel op deze blog,namelijk:
    https://paradoxnl.wordpress.com/2013/02/03/een-perfecte-storm-energie-financieen-en-het-einde-van-de-groei/

    Het rapport is afkomstig van tullet prebon. Ene Tim Morgan (is een econoom en ex-militair) is de oprichter ervan. Ik heb nog een van de boeken van Tim Morgan gelezen, namelijk ‘life after growth’. Het was voor mij een inspirerend boek.

  4. gerard d'Olivat zegt:

    Bedankt voor je uitgebreide reacties. Interessant is dat waar bijvoorbeeld in de diskussie over transitie en renewables de ‘klimasceptici’ permanent wijzen, naast de wetten van de thermodynamica en entropie, op de onmisbare basisvoorwaarde van de fossiele brandstoffen voor welvaart en groei en beschaving uberhaupt.
    Een terugval naar de middeleeuwen voorspellen zij in koor, wanneer de ‘transitie en klimaat’ groupies hun zin zouden krijgen. Zou best kunnen trouwens daar niet van.
    In de discussies met hen stel ik hen regelmatig de vraag tot welke hoogte de prijs van fossiele brandstoffen mag stijgen voor er eenzelfde terugval zou kunnen plaatsvinden en wijs hen dan op het explosief stijgen van de energieprijzen in de jaren voorafgaande aan de crisis.
    Dan valt er een diep stilzwijgen, omdat zelfs waar het voor iedereen duidelijk is in die kringen dat fossiele brandstoffen een basisvoorwaarde is, er verder geen enkel idee bestaat over de relatie tussen energie en economische groei.
    Ze wijzen steevast naar ‘marktwerking’ en ‘technologie’ als de ‘dei ex machinae’ die redding zullen brengen, waarbij de shalegas revolutie als lichtend voorbeeld naar voren wordt gehaald..
    Ze wijzen ook graag op de toename van het aantal mensen dat hun warmte en lichtrekeningen niet meer kunnen betalen etc om de vloek van de duurzaamheid aan te tonen..
    Dat laatste, dat binnen de steeds groter wordende tweedeling mensen steeds vaker problemen met hun energie huishouding hebben klopt zonder enige twijfel, maar ze vergeten dat eea. verder vooralsnog weinig met de ‘transitie’ economie te maken heeft.
    Inderdaad ‘energie’ als onderdeel van een groeiend BNP heeft iets van het serveren van sigaren uit eigen doos.
    Wat dat betreft zijn wellicht de ‘eco’ economische modellen bruikbaarder, maar ja dat ondergraaft het paradigma van het heersende markt economisch denken.
    Tja en dan weet je het wel. De Surplus E side van Tim Morgan is interessant, bedankt.

  5. Pingback: Overzicht ‘economische winbaarheid’ van Amerikaanse schalie olie | Paradoxnl's Blog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s