NOS teletekst: OPEC verlengt productiebeperking

De schuingedrukte tekst onderin dit blogartikel (boven de onderin getoonde video) is afkomstig van NOS-teletekst.
De gegeven tekst bevat naar mijn idee het bekende ‘typische commentaar’ welke in verband met de oliesituatie meestal in de grote mediakanalen wordt aangetroffen, namelijk dat de olieprijzen laag zijn en dat er (het wordt niet letterlijk zo gezegd) vrij vertaald gesuggereerd wordt dat de stijgende Amerikaanse schalie olie productie momenteel al zo gigantisch groot is dat het als het ware de hoofdoorzaak is van de huidige ‘lage’ olieprijzen. Dat de onderliggende boodschap er vooral eentje is van…er is niets aan de hand met de (toekomstige) olievoorziening, oneindige economische groei blijft mogelijk, als het uiteindelijk niet mogelijk is om wereldwijde economische groei te voeden met olie en overige fossiele brandstoffen dan wel met wind en zon of overige alternatieven.

Naar mijn bescheiden mening is ‘grenzen aan de groei’ in onze sterk door het neoliberale gedachtegoed beïnvloedde samenleving het grootste taboe, maar daar zal door mij in de toekomst nog een en ander over geschreven worden.
Om het voorlopig vaag te houden: Wat velen als gematigd zien (bijvoorbeeld gematigd beleid om de status quo in stand te houden) is in mijn ogen heel extreem in een eindige wereld.
Een combinatie van consumentisme, neoliberaal kapitalisme, technocratie en een soort van corpocratie houden een gerichtheid in stand die goed past bij een wereld van overvloed (Cornucopia). Grenzen aan de groei komt niet in het boek voor. Onze kinderen zullen naar mijn bescheiden mening door laatstgenoemde gerichtheid en overtuiging (namelijk dat de wereld soort van Cornucopia is) verteerd worden.
Het streven naar en realiseren van een soort van eco-socialisme lijkt me uiteindelijk veel beter voor het geheel dan de huidige vrijheden in met name het streven naar haast oneindige materiële rijkdom, maar je zal er niet veel vrienden mee maken binnen het huidige neoliberale tijdsgewricht. 😉

Ik ‘vrees’ dat binnen een paar jaar duidelijk zal worden dat al dat super optimisme over het Amerikaanse schalie oliegebeuren wel zal gaan afnemen, omdat tegen die tijd het wel duidelijk zal zijn geworden dat de economisch winbare reserves aan schalie olie in de VS veel te klein zijn om op structurele basis in de toekomst de wereldwijde olievoorziening op peil te houden.
Trouwens de olieproductiestijging van de afgelopen paar jaar is vooral afkomstig uit de Canadese teerzanden, de diepzee en de Amerikaanse schalie olie. Allemaal dure olie en vaak ook van beneden gemiddelde kwaliteit. Ondanks de enorme investeringen (tot eind 2014) in de wereldwijde oliewinning is de conventionele oliewinning grofweg de afgelopen tien jaar niet of niet noemenswaardig meer gestegen. De stijging komt voor het grootste deel op conto van dure onconventionele oliewinning. En laat daar nu sinds een jaar of twee a drie al flink op bezuinigd worden, met name de diepzee olie, maar ook de Canadese teerzanden. Dat gaan we over een paar jaar volop merken. Misschien dat de olieproductie in Irak op korte tijd nog flink opgekrikt kan worden, maar dan moet er wel snel aldaar vrede ontstaan en flink geïnvesteerd worden.

Nu ‘al’ lijkt het er op dat ook bij hogere olieprijzen de olieproductie in belangrijke ‘schalie olie productie gebieden’, zoals o.a. (uit mijn hoofd) de ‘Bakken’ en ‘Eagle Ford’, nog niet verder aan het stijgen is en naar verwachting ook de komende jaren op zijn best hooguit een beetje zal gaan toenemen.
Menig onafhankelijk analist is behoorlijk pessimistisch over het toekomstig productie potentiaal van laatstgenoemde gebieden, maar dat terzijde.

Alleen in de Permian kan de schalie olieproductie naar verwachting nog meer dan noemenswaardig opgekrikt worden, mogelijk met zo’n drie miljoen vaten per dag binnen enkele jaren, maar dat is bijlange na niet voldoende om over enkele jaren de wereldwijde olieproductie op peil te blijven houden.
De economisch winbare oliereserves (bij hoge olieprijzen) in de Permian worden op grofweg zo’n 20 a 30 miljard vaten geschat en daarmee kan slechts voor enkele jaren tegenwicht geboden worden aan de stagnatie van de olieproductie in diverse delen van de rest van de wereld. En als de totale Amerikaanse schalie olieproductie mogelijk al binnen een jaar of vijf haar maximum bereikt, dan heeft men er een extra probleem bij…als het ware.

Wat betreft de lage olieprijzen, in vergelijking met grofweg de afgelopen 12 jaar zijn de huidige olieprijzen relatief laag, maar als men de olieprijzen vergelijkt met het langjarig historische gemiddelde zijn de huidige olieprijzen (ook gecorrigeerd op inflatie) bovengemiddeld duur.
Voor veel opkomende economieën en derde wereldlanden (denk hierbij ook aan voedselprijzen) zouden de huidige olieprijzen nog een stuk lager ‘moeten’ zijn om economische groei in laatstgenoemde landen flink te kunnen stimuleren.

En op basis van wat ik zoal lees is de ‘opkomst van zon en wind’ momenteel nog te beperkt om het wereldwijde olieverbruik noemenswaardig te beperken, omdat zon en wind vooral met het opwekken van elektriciteit van doen hebben en dat raakt vooral het steenkool en aardgasverbruik. Dus het m.i. wel mogelijk dat zon en wind nu al een noemenswaardig effect hebben op het wereldwijde steenkool en aardgasverbruik (maar niet op het olieverbruik). Het wereldwijde olieverbruik neemt nog steeds toe.

De OPEC,de club van olie-exporterende
landen,heeft de lopende beperking van
de productie verlengd.De beperking ging
afgelopen november in en zou volgende
maand aflopen.De afspraak geldt nu tot
maart 2018,zo is in Wenen bepaald.

Verwacht wordt dat landen als Rusland,
die geen OPEC-lid zijn,zich bij de
afspraken aansluiten.De economie van de
olielanden heeft sterk te lijden onder
de lage prijs voor ruwe olie op de
wereldmarkt.

Olielanden als Saudi-Arabië hebben veel
last van schalie-olie uit de VS en de
opkomst van alternatieve energiebronnen
als wind en zon.

Ook jongeren houden zich blijkbaar op directe of indirecte wijze bezig met ‘grenzen aan de groei’. Bijvoorbeeld de jonge dame ‘op haar manier’ in onderstaande video. Over ‘Worshipping of things’.
Tussen minuut 8 en 9 zegt ze iets waar ik me zeker in kan vinden, namelijk gechargeerd gezegd dat we ons volledig afhankelijk hebben gemaakt van een financieel economisch monster:

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

24 mei 2017: Nog veel sneeuw in grote delen van noordwest en noord Rusland

Omdat ik het zo leuk vind weer maar eens een ‘weer gerelateerd’ blogstukje.
Momenteel, 24 mei 2017, is er boven grote delen van noordwest en noord Rusland nog een voor de tijd van het jaar flink dik sneeuwtapijt aanwezig.
In onderstaand plaatje staan 7 plaatsen omcirkeld. De zwarte lijn representeert het Oeral gebergte, de scheidingslijn tussen Europees Rusland en Siberië.

Om aan te geven hoe in een bepaald gebied de sneeuwhoogten van het ene op het andere jaar enorm kunnen verschillen, is verder naar onderen (voor de zeven zwart omcirkelde plaatsen in het hierboven getoonde plaatje) de sneeuwhoogten weergegeven voor 24 mei 2017 en 24 mei 2016.

Van links naar rechts betreft het de volgende plaatsen:
1) Kojnas:
sneeuwhoogte 24 mei 2017: 14 cm
sneeuwhoogte 24 mei 2016: 0 cm

2) Narjan:
sneeuwhoogte 24 mei 2017: 40 cm
sneeuwhoogte 24 mei 2016: 0 cm

3) Pechora:
sneeuwhoogte 24 mei 2017: 55 cm
sneeuwhoogte 24 mei 2016: 0 cm

4) Varandey (zie zonnetje in plaatje):
sneeuwhoogte 24 mei 2017: 107 cm
sneeuwhoogte 24 mei 2016: 0 cm

5) Vorkuta:
sneeuwhoogte 24 mei 2017: 83 cm
sneeuwhoogte 24 mei 2016: 0 cm

6) Nyda (zie zonnetje in plaatje):
sneeuwhoogte 24 mei 2017: 119 cm
sneeuwhoogte 24 mei 2016: 49 cm

7) Novyj Urengoj:
sneeuwhoogte 24 mei 2017: 79 cm
sneeuwhoogte 24 mei 2016: 34 cm

Op menige plaats in noord en noordwest Rusland zijn dit seizoen al verscheidene laatrecords voor de 21-ste eeuw geboekt wat betreft het voor het eerst in het seizoen (volledig) weggesmolten zijn van het sneeuwtapijt. Als ook de komende dagen het sneeuwtapijt stand houdt, zullen er nog flink wat meer laatrecords geboekt worden. Er ligt boven Eurazië voor de tijd van het jaar niet alleen een dik maar ook omvangrijk sneeuwtapijt. Boven Noord-Amerika begint, zoals het er nu naar uitziet, het sneeuwtapijt in hoog tempo ‘te verdwijnen’.

Bovengemiddelde sneeuwomvang in late lente en (vroege) zomer ‘kan’ afsmelt van ijs noemenswaardig afremmen

Als de omvang van het sneeuwtapijt boven Eurazië ook de komende juni maand bovengemiddeld blijft zal dat volgens onderstaande Engelstalige quote afkomstig uit dit artikel gevolgen ‘kunnen’ gaan hebben voor de ijs omvang in het noordpoolgebied, namelijk dat vanwege de vele sneeuw er misschien aldaar geen nieuw diepterecord in de ijs omvang bereikt zal worden. Afwachten maar weer. Momenteel is de ijs hoeveelheid (dus niet ijs omvang) in het noordpoolgebied hoogstwaarschijnlijk nog record laag.

Snow cover this spring has been more resilient to melt than in previous recent springs. This is due to a deep snow pack that became established across the high latitudes of the NH during this past winter and periods of cool temperatures this spring. NH snow cover could still suffer a rapid decline in the coming weeks but if it does manage to melt slowly or at a near normal pace, it could have important impacts on the upcoming summer weather. More snow cover results in moister soils. Moister soils result in cooler temperatures. There has been a significant improvement in drought conditions across the US this past winter. A positive feedback could develop of cool temperatures favoring moister soils and moister soils favoring cooler temperatures regionally across the US and even Canada. A similar positive feedback could take place this summer across parts of Eurasia. It has been relatively dry across Western Europe so far this year and if heat builds across Western Europe, the dry soils could help elevate temperatures even further.

Finally if snow cover can remain more extensive this coming June relative to recent Junes, then this could retard the melt of Arctic sea ice. It is inevitable that the minimum in Arctic sea ice this upcoming September will be well below normal given the record low maximum extent this year and because sea ice thickness remains a fraction of what it was a few decades earlier. However more abundant snow cover in early summer could be enough to prevent a record low sea ice minimum this upcoming September.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Teletekst: China schakelde CIA-informanten uit

Onderstaande is afkomstig van NOS teletekst:

Aannemend dat het verhaal in grote lijn klopt, is voor mij ‘een vraag’ hoeveel gebeurtenissen er gemiddeld jaarlijks plaatsvinden die ‘op zich nieuwswaardig zijn’ maar niet of niet snel in de nieuwsmedia bericht zullen worden (omdat het zoveel mogelijk geheim gehouden wordt, dus ook voor de media kanalen). Men kan natuurlijk niet alles berichten, maar wie weet zijn er tal van gebeurtenissen die nooit vermeld worden, maar volgens allerlei criteria qua nieuwswaarde voorpagina nieuws ‘zouden kunnen zijn’.

Tussen 2010 en 2012 zijn in China
circa twintig CIA-informanten vermoord
of opgesloten,meldt The New York Times
op basis van gesprekken met voormalige
CIA-medewerkers.Een informant zou zelfs
zijn geëxecuteerd op de binnenplaats
van een overheidsgebouw om eventuele
andere CIA-informanten te waarschuwen.

Volgens de oud-medewerkers begon eind
2010 de informatie uit China op te
drogen en korte tijd later verdwenen er
spionnen.Hoe de Chinezen achter de
identiteit van de informanten kwamen,is
nooit duidelijk geworden.

In 2013 begon de CIA aan het opbouwen
van een nieuw netwerk van informanten.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Arthur Berman over naderende olieshock en Chris Martenson over de grote macht van financiële instituten

Arthur Berman en Chris Martenson over onder andere de naderende olieshock. Mijn inziens een aanrader.
Mijn ‘eigen’ commentaar volgt laten.

Geplukt van Wikipedia:

Financialisering is het toenemen van de invloed van financiële markten, financiële instellingen en financiële elites op economische beleid en economische resultaten. Door financialisering verandert een economisch systeem en groeit het belang van de financiële economie ten opzichte van de reële economie. Waarde van goederen worden daarbij steeds meer uitgedrukt in financiële producten en de derivaten daarvan. Doorheen de geschiedenis van het kapitalisme zijn periodes van financialisering te ontdekken, waarvan de recentste begon in de jaren 80 en tot heden voortduurt.

En een tweede video waarin Chris vrij vertaald zijn visie geeft over de grote macht van bijvoorbeeld de centrale banken. Mijns inziens een aanrader. Mijn ‘eigen’ commentaar volgt later (onder andere over de macht van allerlei financiële instituten die als het ware boven de wet staan. Over het taboe van ‘grenzen aan de groei’ in onze sterk door het neoliberale gedachtegoed beïnvloede samenleving, waarin bijvoorbeeld het (economische) groeimodel een vanzelfsprekendheid is, het gehanteerde model is. Verder over de in mijn ogen totaal doorgeslagen “financialisering” waarin simpel gesteld vooral geld uit geld gemaakt wordt waar vooral een smalle heel rijke bovenlaag extra profiteert ten koste van de middelbare en lagere inkomensgroepen):

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

April 2017: Bovengemiddelde sneeuwomvang boven het noordelijk halfrond

Onderstaande afbeeldingen zijn allen afkomstig van de website van Rutgers University.

Na 4 jaar weer eens een bovengemiddelde sneeuwomvang over het noordelijk halfrond voor de maand April.

Zie onderstaande grafiek i.v.m. met de sneeuwomvang in de aprilmaand vanaf het jaar 1967:

En ook op dit moment (3 mei 2017) is volgens ‘Rutgers University’ de sneeuwomvang nog flink bovengemiddeld. Er zijn namelijk nog veel meer blauwe vakjes dan rode vakjes te tellen. Blauwe vakjes geven gebieden aan waar nu nog sneeuw ligt waar normaal geen sneeuw meer ligt. De rode vakjes geven gebieden aan waar normaal nog sneeuw ligt maar nu geen sneeuw meer ligt:

Wat mij erg benieuwd is of de gemiddelde sneeuwomvang in mei 2017 eindelijk eens normaal of bovengemiddeld gaat scoren, want het is al sinds het jaar 2004 geleden dat er boven het noordelijk halfrond in mei een bovengemiddelde sneeuwomvang aanwezig was:

In het jaar 2013 liet de mei maand een flink beneden gemiddelde sneeuwomvang voor het noordelijk halfrond zien, dat terwijl de voorgaande maand (april 2013) flink boven het gemiddelde scoorde. Eind april 2013 begon de sneeuwomvang boven het noordelijk halfrond in erg hoog tempo af te nemen, waardoor mei 2013 flink onder normaal scoorde. Volgens het weekoverzicht van ‘Rutgers University’ scoorde vooral de laatste week van april 2017 erg hoog. Als ook de komende weken niet al te laag gaan scoren, dan zal mei  eindelijk weer eens een gemiddeld normale of zelfs boven normale sneeuwomvang gaan vertonen. Het is nog even afwachten, maar de kansen zijn nog ruim aanwezig.

Week 17 is de laatste week waarvoor (op Rutgers University) de sneeuwomgang gegevens bekend zijn op het noordelijk halfrond. Wat opvalt is dat week 17 van het jaar 2017 beduidend hoger scoort dan week 17 van het jaar 2013, dat terwijl week 17 van het jaar 2017 later in het jaar valt:

Week 17, jaar 2017 (25 april t/m 1 mei): 27.28 miljoen vierkante kilometer.
Week 17, jaar 2013 (23 april t/m 29 april): 26,78 miljoen vierkante kilometer.
Week 18, jaar 2013 (30 april t/m 6 mei ): 22,03 miljoen vierkante kilometer.

Sneeuwhoeveelheid ook nog steeds (3 mei 2017) bovengemiddeld hoog
En volgens diverse bronnen ligt er momenteel ook nog een (flink) bovengemiddelde hoeveelheid sneeuw boven het noordelijk halfrond. Ik ga hier nu niet verder op in, misschien wel in een nieuw blogartikel op het eind van deze maand of begin volgende maand (in het geval er dan nog steeds gemiddeld of bovengemiddeld veel sneeuw ligt).

Bovengemiddelde hoeveelheid sneeuw zorgt momenteel voor temperend effect op temperatuur
De huidige (3 mei 2017) flinke hoeveelheid sneeuw heeft temperend effect op de temperatuur in een noemenswaardig deel van het noordelijk halfrond, met name grofweg tussen 55-ste en 75-ste breedtegraad.

Bijvoorbeeld dit artikel beschrijft naar mijn idee heel goed het afkoelend effect van sneeuw.
De auteur van het artikel was, zoals hij zelf schrijft, vrij vertaald verrast door het te koude einde van een arctische winter (2016/2017) die ‘tot dan toe’ veel te warm was verlopen. Volgens de auteur (en ook volgens mezelf en andere bronnen) heeft de extreem zachte arctische winter waarin er tot laat in de herfst veel open water in de ijszee aanwezig was, geleid tot extreem veel sneeuwval in een groot deel van het noordpoolgebied en gebieden die er aan grenzen, zoals bijvoorbeeld Canada en Rusland.

Enkele quotes uit het artikel:
1)

A surprise cooling temperature shift caused by too much snow on the ground,  changed winter from all time cloudiest and warmest,  to seasonal

In de loop van de afgelopen April maand heeft er volgens de auteur een opmerkelijke afkoeling plaatsgevonden boven grote delen van het Noordelijk halfrond, onder andere ook boven Canada. Van gemiddeld veel te zacht werd het in korte tijd gemiddeld normaal voor de tijd van het jaar. De auteur van het artikel schrijft dat hij die plotselinge afkoeling niet had verwacht en (vrij vertaald) hij vermoed dat de oorzaak van de plotselinge afkoeling ligt bij het voor de tijd van het jaar enorm uitgestrekte en dikke sneeuwtapijt boven het noordelijk halfrond.

2)

This year, sunsets were commonly strongly Southwards in March,  more Northwards in April,  this reflected a sudden cooling of the entire Canadian Arctic which gained prominence as it spun a small vortex shutting down het East coast of North America.   This cooling came from Central Ellesmere,  partner in cooling crime with Greenland,  dry air from the 2nd biggest glacier in the world,  along with Ellesmere covered with thick snow which fell from moisture rich warmest Arctic winter in recorded history ,  changed this amazing cloudy warm winter to a normal end.

Als voorbeeld geeft hij de plotselinge afkoeling die de afgelopen April maand plaatsvond in het Canadese deel van het noordpoolgebied. Maar bijvoorbeeld ook in grote delen van noordwest en noord Rusland was het de afgelopen april maand (en nu nog steeds) gemiddeld aan de koude kant. Er ligt nog steeds (3 mei 2017) een heel dik sneeuwtapijt in grote delen van noord Rusland, maar daar kom ik in een toekomstig artikel misschien nog op terug.

3)

But with the thinnest sea ice ever,  the meaning of 2017 “First melt” has been hijacked by too much snow on top of sea ice,  much more than 2016,  more or less double.

Volgens de auteur van het hierboven aangehaalde artikel ligt er momenteel boven het noordpoolijs grofweg 2x zoveel sneeuw dan in het jaar 2016 het geval was.

Even los van bovenstaande quotes, verwacht de auteur van het hierboven aangehaalde artikel dat (ondanks de huidige koelere fase) er dit jaar een nieuw diepte record bereikt zal worden van de hoeveelheid ijs en mogelijk ook van de ijs omvang in het noordpoolgebied. Persoonlijk heb ik geen flauw idee hoe groot de kans is op een nieuw diepterecord in het noordpoolgebied wat betreft ijs omvang en ijs hoeveelheid.
Afwachten maar weer. 🙂
De hoeveelheid ijs in het noordpoolgebied is (als ik me niet vergis) op dit moment nog steeds record laag.

Geplaatst in Uncategorized | 4 reacties

Het belang van megaprojecten in verband met toekomstige wereldwijde olieproductie

“What we need in the industry is… megaprojects that would mitigate the decline over the long-term. Otherwise the decline will accelerate… closer to 10pc, which would be difficult to compensate for over the long term.”

Alvorens in te gaan op het belang van megaprojecten i.v.m. toekomstige wereldwijde olieproductie, eerst het volgende…

Consensus over serieuze oliekrapte vanaf of iets na het jaar 2020
Recentelijk is er ook in ‘de grotere’ media weer de nodige aandacht voor de (uit diverse hoek) verwachte oliekrapte vanaf of iets na het jaar 2020.
In bijvoorbeeld dit artikel worden de visies (verwachtingen) van o.a. enkele investeringsbanken en onafhankelijke energie adviesbureaus ten aanzien van de toekomstige wereldwijde olieproductie op een rijtje gezet. Wat opvalt is dat er bij de diverse partijen een grote consensus is, dat vanaf of iets na het jaar 2020 er op de wereldmarkt flinke krapte aan olie gaat ontstaan. Over ‘of er al voor het jaar 2020 een serieuze krapte aan olie kan ontstaan’ is m.i. noemenswaardig minder consensus.
Een quote uit het artikel:

UBS, for its part, expects a 4-million-bpd supply gap by 2020. “Beyond 2017, the impact of a collapse in longer-cycle conventional investment over 2014-16 begins to be felt. 2015 saw just six major upstream projects totaling [some] 0.6 million bpd … versus the 3-4 million bpd average, and 2016 has seen just one major liquids project sanctioned,” UBS strategist Jon Rigby told Reuters.

Op basis van bovenstaande quote kan men stellen dat UBS super somber is over de olieproductie in het jaar 2020, onder andere dat er rond 2020 al sprake kan zijn van een olieproductietekort van maar liefst 4 miljoen vaten per dag.

Wall Street Journal
Om maar wat te noemen, ook de Wall Street Journal (WSJ) besteedde recentelijk [op basis van informatie afkomstig van het IEA (Internationaal Energie Agentschap)] in één van haar artikelen aandacht aan de verwachte oliekrapte vanaf of iets na het jaar 2020.
Wat mij opvalt is dat het WSJ artikel behoorlijk somber is over wat betreft de toekomstige wereldwijde olieproductie. Helaas bevind het artikel zich achter een betaalmuur, maar via een zijweg heb ik het artikel kunnen lezen en er voor mezelf een kopie van gemaakt.
Volgens het artikel is het IEA i.v.m. ‘de aanstormende verwachte krapte op de wereldwijde oliemarkt’ van plan haar ‘waarschuwingsniveau’ de komende tijd flink te gaan verhogen.
Verder zal volgens het WSJ artikel het IEA de komende juli maand een uitgebreid rapport gaan uitbrengen waarin nader gespecificeerd staat waarom volgens hun de kans nu al groot is dat er binnen enkele jaren een flinke krapte aan olie zal gaan ontstaan.

Een quote uit laatstgenoemd artikel:

Don’t expect output from U.S. shale producers to fill the void, the IEA said.
American shale production is expected to grow by 2.3 million barrels a day or more over the next five years, but that isn’t enough to make up for declining output elsewhere.

Dat volgens het IEA, ook al stijgt de Amerikaanse schalie olieproductie de komende vijf jaar nog met ruim 2 miljoen vaten per dag, de Amerikaanse schalie olie niet in staat zal zijn om, vanwege de stagnerende (of mogelijk zelfs dalende) olieproductie in de rest van de wereld, een serieuze krapte op de wereldwijde oliemarkt te voorkomen.

Afname van aantal (nieuwe) megaprojecten zal binnen enkele jaren leiden tot een toenemende jaarlijkse afname van de olieproductie in bestaande producerende velden
In mijn ogen hele belangrijke informatie is terug te vinden in dit artikel, namelijk de volgende informatie:

“What we need in the industry is… megaprojects that would mitigate the decline over the long-term. Otherwise the decline will accelerate… closer to 10pc, which would be difficult to compensate for over the long term.”

Bovenstaande quote is afkomstig uit de mond van het hoofd (Amin Nasser) van het Saoedische Aramco.
Volgens Amin Nasser dient er vrij vertaald flink meer geïnvesteerd te worden in nieuwe megaprojecten, omdat anders (vanwege de drie jaar geleden ‘begonnen’ flinke afname in het aantal bekrachtigde nieuwe mega olieprojecten) op termijn de jaarlijkse daling van de olieproductie in bestaande producerende velden flink zal gaan toenemen!
Volgens de hierboven vermelde quote zal in het geval er ook in de toekomst niet meer megaprojecten bekrachtigd worden dan momenteel het geval is, de jaarlijkse ‘natuurlijke’ afname van de olieproductie in bestaande velden toenemen van 5% naar 10%. Een daling van 5% per jaar of een daling van 10% per jaar maakt veel uit. Als de bestaande olieproductie uit grofweg 80 miljoen vaten per dag bestaat, dan dient er jaarlijks 4 miljoen vaten per dag aan ‘nieuwe’ olie online te komen om de olieproductie op peil te houden. Bij jaarlijkse daling van 10% is dat al 8 miljoen vaten per dag. In het laatstgenoemde geval zullen er ieder jaar opnieuw flink wat nieuwe olieprojecten bekrachtigd dienen te worden om de wereldwijde olieproductie op een niveau van grofweg 80 miljoen vaten per dag te houden. Een m.i. (en ook volgens menig ander) vrijwel onmogelijke opgave.

Dus vanwege de recente afname van het aantal megaprojecten, zal op termijn er een toenemende jaarlijkse daling van de olieproductie in bestaande producerende velden gaan plaatsvinden. Er dient daardoor in de toekomst ieder jaar meer nieuwe olie voor de markt beschikbaar te komen om de wereldwijde olieproductie op constant niveau te houden. Als de vraag naar olie ook in de toekomst nog een tijdlang noemenswaardig blijft stijgen, dient er ieder jaar extra veel nieuwe olie online te komen.

Nog een quote uit het hierboven vermelde artikel:

Speaking in Paris, Aramco chief executive Amin Nasser said: “The supplies required for the years ahead are falling behind substantially because the vast, long-term investments in proven and reliable energy sources are not being made. This presents a grave and growing threat to world energy security”, Nasser said, adding that 30mn b/d of oil production capacity needs to be developed over the next five years. The IEA last month warned that crude output growth “all but stalls” after 2020, and today said exploration spend and project approval are likely to be low again this year.

De olieproductie uit een mega olieveld kan op een relatief gemakkelijke en goedkope wijze voor tientallen jaren op peil gehouden worden, terwijl de olieproductie uit kleinere olievelden veel minder lang op peil gehouden kan worden.
Er kan, om een voordeel van een megaproject te noemen, met voldoende onderhoud in een mega olieveld vele tientallen jaren gebruikt gemaakt worden van de aangelegde infrastructuur, terwijl bij een kleiner olieproject slecht een paar jaar of nog minder lang gebruik gemaakt kan worden van de aangelegde infrastructuur. Laatstgenoemde is één van de redenen waarom bij een megaveld per opgepompt vat olie de kosten over het algemeen gemiddeld lager uitvallen dan de (gemiddelde) kosten van een opgepompt vat olie bij een middelgroot of klein olieveld.
Bij een mega olieveld is de zogenaamde Reserve/Productie verhouding (als ik me goed herinner) noemenswaardig groter dan bij kleinere olievelden. Stel (bijvoorbeeld) dat een conventioneel homogeen mega olieveld een 25 keer zo grootte doorsnede (oppervlakte) en een 4x dikkere oliekolom bevat dan een kleiner olieveld. Stel verder dat er in het mega olieveld 25 olieputten aanwezig zijn en bij het kleinere olieveld 1 olieput en uit iedere olieput wordt dagelijks evenveel olie gewonnen, dan zal simpel gesteld de olie in het kleinere olieveld 4 x zo snel opgepompt zijn dan in het mega olieveld, omdat de oliekolom van het mega olieveld in bovengenoemd voorbeeld 4 x zo dik is als in het kleinere olieveld.
De R/P ratio van het kleinere olieveld is in het voorbeeld dus 4 x zo klein dan bij het mega olieveld. Als het grote olieveld grofweg 20 jaar jaarlijkse een bepaalde hoeveelheid aan olie levert, zal dat in het kleinere olieveld slechts 5 jaar zijn. Een olieveld met een minder dikke oliekolom is over het algemeen veel sneller leeg gezogen (dan een olieveld met een dikkere oliekolom). De praktijk is natuurlijk veel complexer dan in bovenstaand voorbeeld gesuggereerd wordt. Denk alleen maar aan verschillende dieptes waarop olievelden kunnen voorkomen, de aanwezige druk, in welke mate olieveld gefragmenteerd is, noem maar op.

Om een lang verhaal kort te maken:
Als de bestaande producerende mega olievelden (die uitgeput beginnen te raken) niet in voldoende mate vervangen worden door nieuwe producerende mega olievelden (nieuwe megaprojecten), zal op basis van wat ik zoal gelezen heb binnen niet al te lange termijn (binnen tien jaar) de jaarlijkse ‘natuurlijke’ daling van de olieproductie uit bestaande producerende velden flink gaan toenemen, namelijk van 5% nu tot maar liefst 10% in de verdere toekomst. Aangezien een groot deel van de huidige wereldwijde olieproductie afkomstig is uit een tiental mega olievelden, is een super snelle daling van de wereldwijde olieproductie niet meer tegen te houden wanneer de nu nog resterende producerende mega olievelden binnen nu en enkele tientallen jaren al dan niet één voor één uitgeput geraken.
En het ziet er nu al sterk naar uit dat bovengenoemd scenario zich al binnen grofweg een jaar of tien of twintig gaat verwezenlijken (bewaarheid gaat worden). Men dient, omdat er geen makkelijk en goedkoop winbare mega olievelden meer aanwezig zijn die nog niet in gebruik zijn genomen, als het ware steeds harder te lopen en steeds meer kosten te maken om een voldoende hoeveelheid aan nieuwe economisch winbare kleinere olievelden op te sporen om de toekomstige wereldwijde olieproductie in de toekomst op peil te houden. Om het zacht uit te drukken is laatstgenoemde (toekomstige wereldwijde olieproductie op peil houden) niet lang meer ‘vol te houden’.

Tot slot nog een quote uit een artikel en een grafiek
Onderstaande quote is afkomstig uit dit artikel:

The offshore sector, which accounts for almost a third of crude oil production and is a crucial component of future global supplies, has been particularly hard hit by the industry’s slowdown. In 2016, only 13% of all conventional resources sanctioned were offshore, compared with more than 40% on average between 2000 and 2015.

Volgens laatstgenoemde quote is vooral de olieproductie op zee hard getroffen door de recente bezuinigingen. Uit mijn hoofd is er op deze blog al in een eerder artikel stil gestaan bij de ‘offshore’ olieproductie, namelijk dat volgens ‘Douglas-Westwood’ mogelijk al in het jaar 2019 een maximum (van ongeveer 29 miljoen vaten per dag) bereikt zal worden in de wereldwijde offshore olieproductie (in de wereldwijde olieproductie op zee).

Onderstaande grafiek is in diverse artikelen terug te vinden:

In boven getoonde grafiek is ten eerste te zien dat de jaarlijkse hoeveelheid aan (nieuw) ontdekte olie resources flink minder is dan wat er jaarlijks aan olie uit de bodem gehaald wordt. Zie daartoe de rode lijn in de grafiek. Terzijde: Resources zijn nog geen reserves. Wat niet in de grafiek te zien is, maar volgens allerlei analisten wel het geval is, is dat heden ten dage getracht wordt extra veel olie uit bestaande olievelden te halen, dus dat bijvoorbeeld met flink wat extra kosten in plaatst van 60 procent van de aanwezige olie in een veld, nu getracht wordt er 70 procent uit te halen. Maar laatstgenoemde extra’s houden natuurlijk ook een keer op. De gevolgen van dat er de afgelopen jaren veel te weinig nieuwe olie resources ontdekt worden, zullen volgens o.a. Rystad vooral over grofweg een jaar of tien een negatief effect gaan hebben op de wereldwijde olieproductie.

Ten tweede kan uit de grafiek gelezen worden dat de bekrachtigde olieprojecten van de afgelopen twee jaar een flink kleinere hoeveelheid aan olie resources bevat. Terzijde: Resources zijn nog geen reserves.
We profiteren m.i. heden ten dage nog steeds van de enorme hoeveelheid aan in het jaar 2009 bekrachtigde projecten met een flink hoog volume aan resources. Dat was hard nodig want in het jaar 2008 was de wereldwijde reserve aan olieproductiecapaciteit heel erg klein geworden en diende er snel flink wat meer olie op de wereldmarkt te komen om de wereldeconomie van een nieuwe (toekomstige) recessie te besparen vanwege te hoge olieprijzen/ krapte aan olie.
Maar ook het positieve aandeel van het jaar 2009 is al snel aan het uitwerken. Heden ten dage worden er al een tijdlang veel te weinig nieuwe olieprojecten bekrachtigd om over enkele jaren de wereldwijde olieproductie nog op peil te houden. De vraag is of het überhaupt nog wel mogelijk is, ook bij flink hogere olieprijzen, de toekomstige wereldwijde olieproductie nog op peil te houden zonder tot bijvoorbeeld teveel koopkrachtverlies te leiden, waardoor wereldeconomie een flinke klap krijgt.

Om af te sluiten nog een laatste opmerking: Er is bij de huidige olieprijzen nog weinig te merken van de verwachte krapte in de toekomstige wereldwijde olieproductie. De huidige olieprijzen schommelen nu rond de 50 dollar per vat en dat is volgens menig adviesbureau en analist veel te weinig om een voldoende aantal economische winbare olieprojecten op te starten. Het verwachte toekomstige tekort is dus nog niet verrekend in de huidige olieprijzen. Als ik me niet vergis wordt er in de ‘oliewereld’ meestal niet veel verder dan twee jaar in de toekomst gekeken en dit jaar en waarschijnlijk ook volgend jaar is er nog voldoende aanbod van olie. Als ook volgend jaar er niet flink meer nieuwe olieprojecten bekrachtigd worden, dan is een langdurige krapte aan olie vanaf of iets na het jaar 2020 naar mijn bescheiden mening vrijwel 100 procent zeker geworden. Afwachten maar weer. 🙂

Geplaatst in Uncategorized | 4 reacties

Energieverbruik 2 procent gestegen

Geplukt van NOS Teletekst:

Nederland heeft vorig jaar 2 procent
meer energie verbruikt dan in 2015.
Dat meldt het CBS.Er werd vooral meer
aardgas verstookt en dat kwam doordat
het gemiddeld een kouder jaar was.

Ruim 90 procent van de energie komt nog
altijd uit aardgas,olie en steenkool,
al wordt dat laatste wel minder.De rest
komt van kernenergie,zon en wind,afval
en uit het buitenland.

De productie van aardgas daalde.Om aan
de vraag te voldoen,werd 6,3 miljard
kubieke meter aardgas gebruikt dat
eerder was gewonnen en was opgeslagen
in lege gasvelden en zoutgrotten.Ook
werd meer aardgas geïmporteerd.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen