Over geld, economie, grondstoffen, energie, ecologie, klimaat en politiek

Een ‘begin opzet’Ā  van hoe ik tegen allerlei zaken aankijk.

Nog geruime tijd in bewerking…verhaal zal nog flink aangepast en aangevuld worden…

Het maakt in kader van welke weg men in de nabije en verdere toekomst wil gaan bewandelen mijns inziens sterk uit of men enerzijds vanuit een puur ‘geldperspectief’ of anderzijds veel meer vanuit een energie/grondstoffen/ecologische perspectief naar de wereldeconomie (of economie van een land, een continent, noem maar op) kijkt.

Geld
Over de rol (betekenis) van geld wordt in een later artikel (over Tim Morgan) nog stil gestaan. Maar toch alvast het volgende:
‘Puur’ in termen van geld worden de componenten waaruit het wereldwijde bruto product is opgebouwd vaak in een platte schijf weergegeven. In de platte schijf kan afgelezen worden hoeveel procent iedere component bijdraagt aan het wereldwijde Bruto Product.
Iedere component in de schijf wordt als even belangrijk opgevat, er is een zogenaamd neutrale kijk op de samenstelling van het wereldwijde bruto product.
Als bijvoorbeeld simpel gesteld ‘energie’ 3% van het wereldwijde bruto product uitmaakt, kan, simpel gesteld, vanuit een ‘geldperspectief’ geconcludeerd worden dat energie niet zo van belang is voor de wereldeconomie, omdat het toch maar 3% betreft.

Er zijn ook economen die veel meer in termen van energie/grondstoffen/ecologie naar de opbouw van het wereldwijde bruto product kijken. De opbouw van het wereldwijde bruto product wordt dan regelmatig als een omgekeerde piramide weergegeven, waarin de diverse componenten ‘gelaagd’ weergegeven worden en vooral een groot gewicht toegekend wordt aan het belang van energie, grondstoffen en voedsel.
Bijvoorbeeld binnen het vakgebied van de zogenaamde ‘Natural resource economics’ of binnen het vakgebied van de zogenaamde ‘Ecological economics’.

Als men in plaats van puur in termen van geld veel meer in termen van energie, grondstoffen en ecologische draagkracht naar de wereldeconomie kijkt, zullen al snel heel andere conclusies getrokken worden over de staat en levensvatbaarheid van de wereldeconomie [dan in het geval men puur in termen van geld ernaar kijkt].
Wat me opvalt is (is natuurlijk persoonlijke indruk) dat heden ten dage ‘energie’ economen (economen die sterk redeneren vanuit de beschikbaarheid en betaalbaarheid van energie en grondstoffen, in bredere zin redeneren vanuit een ecologisch perspectief) over het algemeen somberder zijn in hun conclusies over de staat (de ‘gezondheid’) van de wereldeconomie dan de zogenaamd ‘neutrale’ economen die hoofdzakelijk in termen van geld naar de wereldeconomie kijken.
‘Energie economen’ redeneren bijvoorbeeld vanuit de discipline van de zogenaamde ‘Natural resource economics’ of de zogenaamde ‘Ecological economics’. .

Een voorbeeld van verschil van kijken in enerzijds termen van geld en anderzijds in termen van energie/grondstoffen/ecologie:
Het kost energie om olie te winnen, het kost energie (bijvoorbeeld het bouwen en draaiende houden van raffinaderijen) om olie met behulp van raffinage om te zetten in allerlei petroleumproducten, het kost energie om bijvoorbeeld benzine of diesel van een raffinaderij naar de tankstations te transporteren. Er zal in de diverse stappen ook ecologische schade optreden:
1)
Vanuit een puur geld perspectief is de gedachtegang bijvoorbeeld dat hoe meer tankwagens benodigd zijn om diesel en benzine te transporteren naar tankstations, des te meer chauffeurs aan het werk gezet kunnen worden (die daarvoor een loon ontvangen en daardoor meer koopkracht verkrijgen dan dat wanneer ze geen werk zouden hebben) en ook hoe meer tankwagens er nodig zijn (gefabriceerd dienen te worden) des te beter voor de economie (lees het Bruto Binnenlands Product). Dat meer banen en meer tankauto’s goed is voor het bruto binnenlands product van een land.
2)
Vanuit de gedachtegang van de ‘natural resource economics‘ of ‘ecological economics‘ wordt bijvoorbeeld gekeken naar ten eerste hoe hoog de energie kosten zijn om een bepaalde hoeveelheid aan bruikbare energie te verkrijgen en ten tweede en heel belangrijk de ecologische schade die ermee gepaard gaat.
Hoeveel bruikbare energie [gecorrigeerd op ecologische kosten en energiekosten om de energie of grondstoffen te winnen en geschikt te maken voor verder gebruik] blijft er uiteindelijk over waar de maatschappij direct gebruik van kan maken, bijvoorbeeld voor het transporteren van materiaal in verband met het bouwen van scholen of milieuvriendelijke, comfortabele kleinere huizen, of wat dan ook. Of anders geformuleerd, hoeveel kost het, ook in ecologische zin, om de energie en grondstoffen winning op peil te houden, in hoeverre is het vol te houden.
Idealiter worden er in de hele keten van het uit de grond halen van de olie tot en met het uiteindelijk afleveren van bijvoorbeeld benzine of diesel bij een tankstation, zoveel mogelijk petroleumproducten geproduceerd met zo weinig mogelijk middelen en zo weinig mogelijk ecologische schade. Denk bij benodigde middelen aan energie, grondstoffen (o.a. voor bouwen en onderhouden van benodigde raffinaderijen en tankwagens) en mankracht.
Laatstgenoemde manier van kijken is heel belangrijk in een wereld waarin het steeds lastiger wordt, steeds meer middelen kost om een bepaalde hoeveelheid aan bruikbare energie en grondstoffen te verkrijgen voor de maatschappij.
Simpel gesteld krijgt men een beter idee over welk deel van de gebruikte energie en grondstoffen direct ten goede komen aan de welvaart van de burger en welk deel van doen heeft met het ‘produceren’ van de benodigde hoeveelheden aan bruikbare energie en grondstoffen. Of anders geformuleerd welk deel van het BBP bijvoorbeeld op conto komt van energie en grondstoffen winning en welk deel van het BBP puur ten goede komt aan de welvaart en welzijn van een burger. Het deel van het BBP dat puur op conto komt van grondstoffen- en energiewinning staat los van het BBP dat direct ten goede van de burger komt. Hoe meer BBP van het totale BBP puur op conto van de grondstoffen en energie winning komt, des te kleiner zal het BBP zijn dat direct ten goede aan de burger komt.

Eindige groeiwereld versus oneindige groeiwereld
Als men bijvoorbeeld minder belang hecht aan de beschikbaarheid en betaalbaarheid van energie en grondstoffen, of dat men laatstgenoemde niet als primair belang ziet, veel sneller de conclusie getrokken kan worden dat we wat energie en grondstoffen betreft in een oneindige wereld leven, dat er veel minder stilgestaan wordt bij de betaalbaarheid van de toekomstige energievoorziening en grondstoffenwinning.
Dat als er bij tijd en wijle maar genoeg geld tegenaan gegooid wordt (bijvoorbeeld door de magie van de zogenaamde vrije markt) ook op de wat langere termijn altijd wel in voldoende aan de vraag naar grondstoffen en bruikbare energie voldaan kan worden.
Een grote stap in de goede richting is m.i. vooral het intomen van de bio-industrie, en dat niet alleen vanuit een broeikasperspectief maar zeker ook vanuit mededogen voor al wat leeft en groeit. Doet me denken aan een politieke partij. šŸ˜‰

Klimaat en energie
Bij verdergaande opwarming van de aarde [welke veroorzaakt wordt door toenemende concentraties van ‘forcerende’ broeikasgassen in de atmosfeer] zullen op de langere termijn de negatieve effecten van de opwarming steeds meer de ‘eventueel aanwezige’ positieve effecten van de opwarming gaan overheersen met uiteindelijk zeer nadelige gevolgen voor de gehele planeet’, althans dat is kort door de bocht in een notendop waar het IPCC vanuit gaat.
Er zijn op basis van wat ik gelezen heb een heleboel analisten/’deskundigen’ die Ć©n de opwarming van de aarde Ć©n ook dreigende tekorten aan betaalbare energie en grondstoffen (en niet onbelangrijk de ecologische draagkracht van de aarde) als een zeer serieus (toekomstig) probleem zien (wetenschapper Jean-Marc Jancovici behoort tot deze groep, daar wordt in een toekomstig blog artikel nog aandacht aanbesteed).
Maar er zijn ook ‘deskundigen’ die alleen de opwarming van de aarde (en ook ecologie) heel serieus nemen of ‘deskundigen’ die alleen de betaalbaarheid van de grondstoffen en energievoorziening (en ook ecologie) heel serieus nemen. Bovengenoemde verschillende groepen komen op allerlei punten vaak tot heel verschillende conclusies van welk beleid er wel dan niet gevoerd dient te gaan worden.
Zo zal bijvoorbeeld al snel een deskundige die alleen de opwarming van het klimaat als serieus probleem ziet, zich vooral bezighouden met de vraag hoe de door mensen uitgestoten hoeveelheid aan broeikasgassen verminderd kunnen worden, tot wezenlijk andere conclusies en daarmede ook een ander beleid voorstaan dan een deskundige die alleen de betaalbaarheid en beperkte beschikbaarheid van energie en grondstoffen heel serieus neemt of een deskundige die beide heel serieus neemt of een deskundige die beiden (klimaat en beperkte beschikbaarheid energie en grondstoffen) serieus neemt.

Om deels in herhaling te vallen, bijvoorbeeld het intomen van o.a. de bio-industrie [onder andere door minder vlees te eten, noem maar op], welke naar mijn idee niet alleen een zeer grote bijdrage zal leveren aan de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen en verbetering van het ecologisch welzijn van de aarde, maar in mijn ogen ook een hint is naar de destructieve tendensen in het kader van business as usual in een m.i. vanuit verschillend oogpunt begrensde wereld. Het is een m.i. een goede stap (het intomen van met name ‘wanpraktijken’ in de bio-industrie) in de richting van een minder op groei gerichte samenleving met een wezenlijke andere gerichtheid en ook sociale normen en waarden die beter in harmonie zijn met een wereld met grenzen aan de groei. Een wereld waarin haast noodgedwongen met andere ogen tegen welvaart en welzijn aangekeken wordt.

Een deskundige die alleen de opwarming van het klimaat als serieus probleem ziet en niet uitgaat van grenzen aan de groei (althans wat betreft grondstoffen en energie) zal naar mijn idee sneller een beleid voorstaan dat meer technisch van aard is en (los van goed of kwaad) beleid voorstellen dat hoort bij het gedachtegoed van een zogenaamde ‘ecomodernist’.
Een deskundige die uitgaat van grenzen aan de groei (een pessimistische verwachting heeft ten aanzien van de uiteindelijke bijdrage van diverse alternatieve energievoorzieningen, ook denkt vanuit ecologische draagkracht van de aarde) zal naar mijn vermoeden ook sneller geneigd zijn voorstellen te doen die ook op sociaal en politiek vlak veel ingrijpender zullen zijn. Intentie is om in dit artikel bij laatstgenoemde nog uitgebreid stil te gaan staan.
Onder andere over herverdeling van middelen, zodat de verschillen tussen arm en rijk niet nog groter worden dan ze nu al zijn en dat zeker het rijkere deel van een samenleving gaat accepteren dat genoeg ook genoeg is, dat het leven niet gaat over alleen geld, luxe en macht, integendeel. En over bijvoorbeeld de averechtse uitwerking van teveel waarde hechten aan het ‘vrije’ marktdenken [..en het geforceerd willen toepassen ervan in sectoren die met welzijn van mensen van doen hebben…], de potentieel erg destructieve gevolgen van de collectieve gerichtheid op economische groei in een wereld met grenzen aan de groei. En nog veel meer. šŸ˜‰

Rest van verhaal volgt later…kan nog tijdje duren…

Advertenties
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Solari Report: Waar zijn 21 biljoen (21000 miljard) aan dollars gebleven?

Independent reviews of financial records for two departments of the U. S. government have reported finding $21 trillion for which neither the source nor the use of the funds can be identified. How can this be true, when $21 trillion far exceeds the entire budgets of both departments, which are the Department of Defense (DOD) and the Department of Housing and Urban Development (HUD)? The shocking answer is that it can be and is true, and implications for American self-government prove the necessity of revolutionary reform.

It has now been about nine months since Catherine Austin and I released a report demonstrating how official government records indicate that the Department of Housing and Urban Development (HUD) and the Department of Defense (DoD) had $21 trillion in undocumentable adjustments over the 1998-Ā­2015 period.

Wat is er gedurende de periode van 1998 t/m 2015 met grofweg 21000 miljard Amerikaanse dollars gebeurd, waar zijn die gebleven?

Een ook naar mijn idee zeer belangrijk onderwerp met gevolgen die veel verder reiken dan een ‘boekhoudkundig’ schoonheidsfoutje. Een ontzagwekkend, onvoorstelbaar grote financiĆ«le fraude.

Catherine Austin viel jaren geleden op dat er voor 1000-den miljarden dollars die met name in het Amerikaanse militaire apparaat omgingen, geen verklaring gevonden kan worden. Of met andere woorden 1000-den miljarden dollars waarvan niet nagelopen kan worden waaraan deze nu eigenlijk besteed zijn. Catherine analyseerde vanwege haar beroep documenten die van doen hebben met financiƫn. Catherine heeft gelukkig een kopie van de relevante documenten gemaakt.

Ze begon er al in een vroeg stadium over te schrijven, maar haar bevindingen trokken merkwaardig genoeg weinig aandacht van andere deskundigen…tot een paar jaar geleden ene Dr. Mark Skidmore (zie getoonde video) haar bevindingen (en relevante documenten) onder ogen kreeg en vrij vertaald ‘tot zijn schrik’ constateerde (na analyse met zijn studenten van de relevante documenten), dat de bevindingen van Catherine Austin inderdaad over buiten proportioneel grote bedragen aan dollars gaan die niet getraceerd kunnen worden.
Bijvoorbeeld onder andere de FED zou bekend moeten zijn met wat er allemaal aan de hand is met die 21000 ‘verdwenen’ miljard dollar, waar het aan besteed is, maar de FED heeft aangegeven dat zij niet verplicht is om inzage te geven en dat ook niet gaat doen.

Alhoewel mijn kennis over alles wat met financiƫn van doen heeft relatief beperkt is, wil dat nog niet zeggen dat het onderwerp in hoofdlijnen niet te volgen zou zijn.
Al met al een voor mij heel interessant gebeuren wat tot nu toe m.i. zeer ten onrechte erg weinig media aandacht heeft gekregen.
‘The missing 21 trillion dollars’ is in de VS reeds bestempeld als een nationaal veiligheidsitem waardoor buitenstaanders relevante informatie geweigerd mag worden, aldus boven getoonde video.
Het bedrag is veel en veel te hoog om verklaard te kunnen worden door ‘slordigheidsfouten’ (bijvoorbeeld dubbeltelling, computers die niet goed met elkaar communiceerden noem maar op), aldus bijvoorbeeld Dr. Mark Skidmore.

Dit item kan men als een ‘tussendoortje’ zien waar ik in later stadium nog een en ander over wil gaan schrijven.
De prioriteit op deze blog ligt voorlopig met name bij onderwerpen die met energie of grondstoffen van doen hebben.

Meer uitleg over dit onderwerp en de relevante personages is te vinden in allerlei links, bijvoorbeeld:

https://missingmoney.solari.com/wp-content/uploads/2018/08/Missing_Money_Update.pdf
http://classicalcapital.com/Missing__21_Trillion.html
http://www.theeventchronicle.com/cabal-exposed/the-missing-money-21-trillion-dollars-is-missing-from-the-us-government/

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Over onze eindige (economische groei) wereld en gratis miljarden belastinggeld voor Shell

Aandacht voor dit artikel (klik hier) van Gail Tverberg over onze eindige(economische groei) wereld en misschien ook nog aandacht voor dit RTL artikel (klik hier) of dit artikel (klik hier) over gratis belastinggeld voor Shell.

Geforceerde schaalvergroting van elektrische automarkt op komst?

Alvorens in te gaan op het verhaal van Gail Tverberg, eerst nog een voor mij opmerkelijk nieuwsbericht (zelfs al in begin van de uitzending) van gisteren (29 november 2018) op het NOS-journaal. In kader van het klimaatgebeuren zou er een plan bestaan om iedere Nederlander die een elektrische auto aanschaft (gaat aanschaffen) 6000 euro subsidie te geven. De hoop is om zo tot schaalvergroting te komen van de elektrische automarkt [waardoor er meer middelen/ geld naar het EV gebeuren stroomt met de hoop dat EV’s uiteindelijk zo goedkoop worden dat het ook voor mensen met minder koopkracht betaalbaar wordt]. Misschien dat een ander doel is om het elektrificeren van de samenleving in een stroomversnelling te laten geraken. Tegelijkertijd zou de prijs van benzine met 1 eurocent extra opgekrikt worden en die van diesel met 2 eurocent per liter.
Er werd ook opgemerkt dat, in het geval het inderdaad de bedoeling is dat eerder genoemde maatregel geactualiseerd (doorgevoerd) gaat worden, er zacht uitgedrukt flinke (politieke) discussies zullen gaan ontstaan. Persoonlijk zie ik het als een geforceerde maatregel om business as usual met al luxe toeters en bellen, in feite de status quo, of het nu linksom of rechtsom is, (in een groener jasje) in stand te willen houden. Er valt daarover door mij nog veel meer te schrijven, maar dat komt misschien later. Bovengenoemde zie ik in het kader van het geloof in een oneindige economische groei wereld waarin het ‘normale’ alledaagse zakendoen (business as usual) de realiteit van de dag zal blijven.

Gail Tverberg
In kader van oneindige economische groei lijkt het me wel aardig om stil te staan bij de ‘visie’ van Gail Tverberg. Mijn intentie is om in toekomstige artikelen ook stil te gaan staan bij andere personages welke de energie factor in het economisch gebeuren zeer serieus nemen, bijvoorbeeld ene Tim Morgan of Jean-Marc Jancovici. Bij laatstgenoemde is al eerder stilgestaan op deze blog, ik zou nog op Jean-Marc terugkomen maar het is er nog steeds niet van gekomen. Maar goed, nu verder met het hoofdonderwerp van dit artikel:

Vrij vertaald zal [in tegenstelling tot het binnen het ‘business as usual’ gebeuren streven naar in feite oneindige economische groei], volgens Gail Tverberg de realiteit van de dag uiteindelijk een krimpende ‘reĆ«le’ economie gaan zijn [met enorme politiek en sociale gevolgen].
Haar opvattingen komen niet zo maar uit de lucht vallen en bevatten een onderliggende rode draad. Volgens de onderliggende rode draad van haar verhaal manifesteren kort door de bocht geformuleerd de negatieve effecten van toenemende kosten in de energie en grondstoffenwinning zich steeds meer in onder andere verregaande loonmatiging en toenemende inkomens verschillen.

Onpopulaire boodschap
Ze heeft in het verleden wel eens te pessimistische uitspraken gedaan (verkeerde timing), waardoor ze zichzelf in de vingers sneed, vooral ten aanzien van sceptici waarvan duidelijk was dat een groot deel ervan niet eens bekend zijn met waar ze eigenlijk over schrijft, mensen die zo wie zo al niets moeten hebben van ‘grenzen aan de groei’ opvattingen. Daar heeft ze zeker van geleerd om daar handiger mee om te gaan.
Dat terwijl de onderliggende rode draad in haar ‘model’ ook volgens mij goed hout snijdt. Ze krijgt in hoofdlijnen naar mijn idee ook steeds meer bijval en ondersteuning van diverse ‘energie economen’ of wetenschappers vanuit diverse hoek die (gekleurd door hun eigen wetenschappelijke discipline) vanuit een energie perspectief naar het economisch gebeuren kijken.
Trouwens, hoe vaak worden er in de reguliere media door allerlei analisten, economen, noem maar op uitspraken gedaan die niet bewaarheid worden. Denk alleen al aan het (door boel van de deskundigen) totaal niet zien aankomen van de grote financiĆ«le crisis in het jaar 2008. Dat bij menig econoom zelfs het idee bestond dat door specifiek economisch beleid recessies definitief tot het verleden zouden behoren. Daar valt menig ‘criticus’ dan weer niet over. Niet uitgekomen uitspraken wil nog niet zeggen dat de modellen waarop diverse analisten zich baseren onzin zijn, het zegt vaak meer iets over het zich laten verleiden tot uitspraken om toch maar aandacht te trekken, welke zeker bij opvattingen die niet populair zijn, onnodig ten koste gaat van de geloofwaardigheid.

Rode draad
Vrij geĆÆnterpreteerd is de rode draad in Gails verhaal het volgende (disclaimer: dit is geen garantie dat de visie van Gail door mij in dit blogartikel goed weergegeven wordt, voldoende recht aangedaan wordt):
Dat door de aard van ons financieel economisch stelsel, de gevolgen van de toenemende kosten bij de winning van grondstoffen en energie ‘productie’ [mede ook de afnemende kwaliteit van allerlei brandstoffen], de negatieve tendensen [o.a. afnemende meeropbrengsten door ten eerste grenzen aan schaalvergroting, ten tweede afnemende kwaliteit en bereikbaarheid van grond- en brandstoffen, het uitgeput raken van het laag hangend fruit, noem maar op] geleidelijk aan steeds meer de positieve tendensen [o.a. meer efficiĆ«nt gebruik en nieuwe toepassingen door betere en nieuwe (innovatieve) technologie] gaan domineren.
Gail ziet de economie als een netwerk bestaande uit onlosmakelijk met elkaar verbonden componenten, waarbinnen energie, grondstoffen en betaalbaarheid (en koopkracht) een cruciale rol spelen.
Dat er een steeds groter gedeelte van het bruto nationaal product direct of indirect terug gepompt dient te worden in de wereldwijde energie voorziening. Dat het verschil tussen de netto wereldwijde energieproductie en de bruto wereldwijde energieproductie steeds groter wordt. Het laaghangend fruit raakt meer en meer uitgeput, waardoor er steeds meer gebruik gemaakt dient te worden van minder laaghangend fruit of zelfs al in feite te hoog hangend fruit.
Dat er een steeds groter aandeel van het wereldwijde bruto nationaal product terug gepompt dient te worden in het energie en grondstoffengebeuren om de wereldwijde energieproductie en grondstoffenwinning op peil te houden. Dat een steeds groter aandeel van het Bruto nationaal product niet meer ‘direct’ ten goede komt aan het welzijn van een wereldburger.

Verder dat de toenemende negatieve tendensen in de werkelijke economie tijdelijk teniet gedaan kunnen worden door allerlei trucs als langdurige lage rente en kwantitatieve verruiming, maar dat de gevolgen van laatstgenoemden in de verdere toekomst het geheel meer kwaad dan goed zullen gaan doen, mede vanwege het ontkennen van grenzen aan de groei, waardoor de gerichtheid heel erg blijft hangen bij economische activiteiten die niet van doen hebben met noodzakelijke levensbenodigdheden.
Dat binnen het kapitalistische systeem de gerichtheid op winstmaximalisatie leidt tot schaalvergroting welke wel de prijzen goedkoper maken, maar ook de bijbehorende verspilling. En dat een groot deel van de verspilling producten of diensten betreffen die alleen toegankelijk zijn voor het rijke deel van de wereld en in feite uiteindelijk ten koste gaat van het welzijn van toekomstige wereldburgers.

Vooral olie krijgt ook bij Gail een groot gewicht toegekend, maar bijvoorbeeld ook steenkool. Denk bij laatstgenoemde aan de economische opmars van China welke voor een groot deel verklaard kan worden door de aldaar grote hoeveelheden aan steenkool van goede kwaliteit, welke reeds flink verminderd zijn.

Volgens Gail manifesteren de effecten van afnemende meeropbrengsten in het grondstoffen en energiegebeuren zich met name in flink meer loonmatiging . Ik verwijs naar haar artikelen voor het hoe en waarom. In ieder geval veel meer dan in het geval er geen sprake zou zijn van afnemende meeropbrengsten in het energie en grondstoffengebeuren.
Dat de per burger beschikbare netto hoeveelheid aan energie geleidelijk aan al begint af te nemen, waardoor de gemiddelde koopkracht (o.a. via loonmatiging en toenemende ‘schuldendruk’) van de burger meer en meer aangetast wordt.
Dat ogenschijnlijk loonmatiging en afnemende koopkracht veroorzaakt zou worden door bovengrondse oorzaken, maar in feite op structurele basis voor een groot deel verklaard kan worden door afnemende netto energie opbrengsten, of anders geformuleerd door toenemende kosten bij het wereldwijde energie en grondstoffen gebeuren en ook de afnemende kwaliteit en beschikbaarheid ervan.

(Olie)prijzen al snel te hoog?
Terugkomende op haar argument dat sterk dalende olieprijzen en ook langdurig aanhoudende lage olieprijzen steeds meer het gevolg gaan zijn van gemiddeld te geringe koopkracht, is volgens de visie van Gail kort samengevat steeds meer het gevolg van de geleidelijk afnemende netto energie opbrengsten. Toenemende kosten als onderliggende structurele oorzaak, bovenop tijdelijke bovengrondse oorzaken, welke vaak weer afgeleiden zijn van andere diepere onderliggende oorzaken.
Idealiter wordt er met zo weinig mogelijk middelen (geld/materiaal/mankracht) zoveel mogelijk grondstoffen en energie gewonnen, zodat het deel van de economie welke niets van doen heeft met energie- en grondstoffenwinning meer middelen ter beschikking staan om het welvaartsniveau van een burger extra te verhogen.

Als bijvoorbeeld in plaats van 5% van het Bruto Binnenlands Bruto (BBP) 10% van het BBP terug gepompt dient te worden in de grondstoffen en energieproductie [om laatstgenoemden op peil te kunnen houden], blijft er minder BBP over welke direct ten goede aan de burger komt, waardoor de welvaart van een burger grosso modo kleiner wordt.
Als een te groot deel van het BBP teruggestort dient te worden in de wereldwijde grondstoffenwinning en energieproductie, dan zal op een gegeven moment de koopkracht van wereldburgers niet meer in staat zijn om de benodigde middelen op te brengen die nodig zijn om de grondstoffen en energiewinning op peil te houden [om business as usual vol te kunnen houden].
Met kan simpel gesteld wel geld gaan bijdrukken en dat besteden aan grondstoffen en energie, maar dat betekend alleen maar dat de beschikbare lastig te winnen grondstoffen en brandstoffen des te sneller uitgeput raken en de uiteindelijke klap alleen maar groter zal worden.

Dat vooral wat betreft olie vanwege de toenemende kosten bij de oliewinning [OPEX, APEX, maar ook extra infrastructuur (en onderhoud ervan)] de olieprijzen al snel te laag zijn voor de olieproducenten, maar toch nog steeds te hoog voor een doorsnee consument. Dat het door afnemende koopkracht steeds lastiger wordt om op structurele wijze voldoende hoge olieprijzen te ondersteunen (en daarmee ook de toekomstige wereldwijde bruto olievoorziening). Ook bij andere brand- en grondstoffen gaat steeds meer hetzelfde verhaal op als bij olie.

Complexiteit
En niet onbelangrijk dat de toenemende negatieve effecten van afnemende meeropbrengsten ook meer en meer gecompenseerd worden door extra complexiteit (lees meer geavanceerde of nieuwe technologie, extra lagen van complexiteit) in te bouwen in de economie. Dat het Bruto Binnenlands Product een extra stimulans krijgt door de diensten en producten die met behulp van meer geavanceerde of nieuwe technologie verwezenlijkt kunnen worden.
Dat die extra ‘complexiteit’ bijdraagt aan de toenemende kloof in de lonen, mede omdat het gespecialiseerd werk oplevert met hoge lonen. Mede omdat de toenemende complexiteit niet onafhankelijk kan opereren van de onderliggende lagen van complexiteit, zal de kloof tussen arm en rijk alleen maar toenemen, omdat ook de hogere lagen van complexiteit gebruik maken van energie en grondstoffen die benodigd zijn voor het in stand houden van de overige lagen van complexiteit. Een heleboel basisproducten [basisvoorzieningen, denk hierbij ook aan vaste lasten in verband met levensnoodzakelijke voorzieningen] worden door de toenemende complexiteit niet goedkoper en alhoewel er door toenemende complexiteit meer BBP per eenheid energie verwezenlijkt kan worden, betekend dat niet dat de economie minder afhankelijk is geworden van energie en grondstoffen. Integendeel zelfs.

Tot slot nog even aandacht voor onderstaande grafiek uit artikel van Gail (ook door anderen wordt onderstaand verband vaak onder het voetlicht gebracht):

Er van uitgaand dat boven getoonde verband opgaat:
Als het energieverbruik wereldwijd sterk toeneemt is de kans bovengemiddeld groot dat met enige vertraging in de tijd het extra energieverbruik opvolgt zal worden door sterkere economische groei.
Als het energieverbruik wereldwijd sterk afneemt is de kans bovengemiddeld groot dat met enige vertraging in de tijd het verminderde energieverbruik opvolgt zal worden door minder sterke of zelfs afnemende economische groei.

Terzijde:
Een site die ik regelmatig bezoek is ‘Resilience.org’. Gerard had onlangs nog verwezen naar een ook voor mij lezenswaardig artikel (klik hier voor artikel).

In een volgend artikel waarschijnlijk aandacht voor dit artikel van Jean-Marc Jancovici over de rol van energie bij de verzwakking van de Italiaanse economie. Of aandacht voor Tim Morgan, waarbij het hoogstwaarschijnlijk ook over politiek zal gaan.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Het ‘New Policies Scenario’ van het IEA: De Amerikaanse schalie olieproductie dient flink opgehoogd te worden om aan de geprojecteerde toekomstige olievraag te kunnen voldoen

In dit blogartikel aandacht voor het van het Internationaal Energie Agentschap afkomstige ‘New Policies Scenario‘ ten aanzien van het wereldwijde oliegebeuren tot het jaar 2025.

Sustainable Development Scenario
Het IEA heeft ook nog het zogenaamde ‘Sustainable Development Scenario‘ samengesteld. In het Sustainable Development Scenario wordt er van uitgegaan dat het gebruik van elektrisch vervoer (met name elektrische auto’s) van af nu tot het jaar 2025 dermate sterk stijgt, dat daardoor de wereldwijde vraag naar olie al grofweg rond het jaar 2020/ 2022 haar top bereikt om vervolgens te gaan dalen. Volgens laatstgenoemd scenario zal in het jaar 2025 de wereldwijde vraag naar olie al een miljoen vaten per dag lager zijn dan in het jaar 2018.

Het IEA acht het Sustainable Development Scenario niet waarschijnlijk. Dat de opmars van de elektrische auto minder snel zal verlopen dan menigeen hoopt. Ook door een flinke recessie kan de vraag naar olie flink lager uit gaan vallen dan geraamd, maar dat is weer een ander verhaal.

New policies scenario
1)
In het ‘New Policies Scenario’ van het IEA wordt er van uitgegaan dat tot het jaar 2025, gerekend vanaf het jaar 2017, de wereldwijde vraag naar olie zal toenemen met 7,5 miljoen vaten per dag. Vrij geĆÆnterpreteerd gaat het IEA er vanuit dat de opmars van het elektrisch vervoer niet groot genoeg zal zijn om de wereldwijde vraag naar olie noemenswaardig te beperken. Er wordt ook vanuit gegaan dat de wereldeconomie niet in een recessie geraakt.

2)
Indien er tot het jaar 2025 nul,nul geinvesteerd gaat worden in zowel bestaande producerende velden als nieuwe productie uit nieuwe nog niet producerende velden, dan zal volgens het IEA de wereldwijde olieproductie tot het jaar 2025 maar liefst met 45 miljoen vaten per dag gaan dalen (laatstgenoemde is natuurlijk grove schatting van het IEA).

3)
Indien er tot het jaar 2025 wel ‘normale’ investeringen gaan plaatsvinden in bestaande producerende olievelden, maar nul,nul investeringen in nieuwe productie uit nog niet producerende olievelden, dan zal volgens het IEA de wereldwijde olieproductie tot het jaar 2025 met ongeveer 27,5 miljoen vaten per dag gaan dalen.

4)
Uit 1) en 3) volgt dat wanneer de investeringen in bestaande producerende olievelden op normaal niveau blijven, volgens het New Policies scenario van het IEA er (vanaf 2017 gerekend) tot het jaar 2025 er 35 miljoen vaten per dag (27,5 + 7,5) aan olie uit nieuwe olievelden online dienen te komen om in 2025 aan de geprojecteerde wereldwijde vraag aan olie te kunnen voldoen.

5)
De bijdrage van projecten die nu in ontwikkeling zijn (maar momenteel nog geen olie leveren) wordt ingeschat op 11 miljoen vaten per dag aan nieuwe olie in het jaar 2025.

6)
De bijdrage van projecten (exclusief Amerikaanse schalie olie) die vanaf nu tot het jaar 2025 volgens het New Policies Scenario nog in ontwikkeling genomen zullen gaan worden, zouden in het jaar 2025 ongeveer 13 miljoen vaten per dag aan nieuwe olie moeten gaan opleveren.
Hierbij is door het IEA aangenomen dat er vanaf 2018 tot het jaar 2025 ieder jaar ongeveer 16 miljard vaten aan nog niet in productie genomen olie reserves (nieuwe olievelden) door projecten in ontwikkeling gebracht zullen worden. Vele analisten vinden laatstgenoemde aanname veel te optimistisch en ook het IEA waarschuwt ervoor dat laatstgenoemde wel eens te optimistisch ingeschat kan zijn. Als de trend van de afgelopen paar jaar doorzet, dan zullen er tot het jaar 2025 slechts de helft aan nog niet producerende oliereserves door projecten in ontwikkeling gebracht worden, namelijk 8 miljard vaten op jaarbasis. De bijdrage zou dan in het jaar 2025 nog maar 7 miljoen vaten per dag bedragen in plaatst van 13 miljoen vaten per dag.

7)
Uit 5) en 6) volgt dat er in het jaar 2025 in totaal 24 miljoen vaten per dag aan nieuwe olie geproduceerd zal worden [namelijk 11 miljoen vaten per dag uit nieuwe olievelden die reeds in ontwikkeling genomen zijn maar nog geen olie produceren en 13 miljoen vaten per dag uit nieuwe olievelden welke nog in ontwikkeling genomen dienen te worden].
Hierbij is voor punt 6) uitgegaan van het optimistische 13 miljoen vaten per dag geval (in plaats van het pessimistische 7 miljoen vaten per dag geval).
Als de pessimistische variant van 6) bewaarheid wordt, zal er in het jaar 2025 slechts 18 miljoen vaten per dag aan nieuwe olie geproduceerd worden.

8)
Uit 7) volgt dat de Amerikaanse schalie olieproductie tot het jaar 2025 met 11 miljoen vaten per dag opgekrikt dient te worden om aan de verwachte wereldwijde olievraag in het jaar 2025 te kunnen voldoen [Berekening: 35 – 24 = 11 miljoen vaten per dag].
In het pessimistische geval zou dat 17 miljoen vaten per dag zijn [Berekening: 35 – 18 = 17 miljoen vaten per dag]

Zal in het jaar 2025 voldaan kunnen worden aan de wereldwijde vraag naar olie in het geval deze tussen nu (2018) en 2025 toeneemt met 7,5 miljoen vaten per dag?
Uit bovenstaand verhaal blijkt dat veel zal afhangen van in hoeverre de Amerikaanse schalie olie productie nog verder verhoogd kan worden en hoeveel nieuwe olieprojecten er in de rest van de wereld tussen nu en het jaar 2025 nog opgestart zullen worden.

Om in herhaling te vallen:
In het new policies scenario van het IEA wordt er dus van uitgegaan dat vanaf 2018 tot 2025 er ieder jaar nieuwe projecten opgestart zullen worden met een resource basis van 16 miljard vaten. De afgelopen paar jaar (en ook in het jaar 2018) bedroeg deze resource basis op jaarbasis slechts 8 miljard vaten. Dat is dus de helft minder dan waar het New Policies Scenario van uitgaat.
Als vanaf nu tot het jaar 2025 ieder jaar projecten opgestart worden waarbij 16 miljard vaten aan nieuwe oliereserves in ontwikkeling gebracht gaan worden (ten behoeve van de oliewinning), zou dat in het jaar 2025 grofweg 13 miljoen vaten aan nieuwe olieproductie dienen op te leveren. Om in 2025 aan de in het new policies scenario beoogde groei van de wereldwijde olievraag te kunnen voldoen, dient de Amerikaanse schalie olie productie nog met 11 miljoen vaten per dag opgekrikt te worden.

De afgelopen jaren werd er op jaarbasis door nieuwe projecten in totaal slechts 8 miljard vaten aan oliereserves in ontwikkeling gebracht. Als ook de komende jaren er op jaarbasis slechts 8 miljard vaten aan reserves uit nieuwe olievelden in gebruik genomen worden, dan zal in het jaar 2025 de bijdrage slechts 7 miljoen vaten per dag gaan bedragen. Om in laatstgenoemd pessimistisch scenario in 2025 aan de [in het new policies scenario] beoogde groei van de wereldwijde olievraag te kunnen voldoen, dient de Amerikaanse schalie olie productie nog met maar liefst 17 miljoen vaten per dag opgekrikt te worden.

Kort samengevat komt het er op neer dat het vrijwel onmogelijk is tot het jaar 2025 de huidige Amerikaanse schalie olieproductie nog met 11 miljoen vaten per dag op te krikken. En 17 miljoen vaten per dag extra in het jaar 2025 kan men wel als onmogelijk beschouwen.

Een gangbaar scenario is (uit mijn hoofd) dat de Amerikaanse schalie olieproductie maximaal nog met grofweg zo’n 3 a 5 miljoen vaten per dag opgekrikt kan worden om na het jaar 2025 al dan niet geleidelijk aan te gaan dalen. Menig analist gaat uit van een maximale stijging van minder dan 3 miljoen vaten per dag, maar zelfs als men uitgaat van een relatief optimistische stijging van 5 miljoen vaten per dag, dan nog is dat veel te weinig om aan de verwachte stijging in de wereldwijde vraag naar olie van het ‘new policies scenario’ te voldoen.

In het aangehaalde IEA artikel wordt bijvoorbeeld ook stilgestaan bij de stevige jaarlijkse daling van de bestaande Amerikaanse schalie olie productie. In het jaar 2017 bedroeg de totale Amerikaanse schalie olieproductie ongeveer 7,5 miljoen vaten per dag. Als er tot het jaar 2025 nul, nul geinvesteerd zou worden in bestaande en nieuwe schalie olieproductie, dan zou volgens het IEA artikel de Amerikaanse schalie olieproductie in het jaar 2025 nog maar 3,5 miljoen vaten per dag bedragen. Dit geeft aan hoe flink er de komende jaren wel niet geinvesteerd dient te worden om de Amerikaanse schalie olieproductie nog met vele miljoenen vaten per dag op te krikken. Het zogenaamde ‘Red Queen Syndroom‘ zal steeds venijniger om zich heen gaan slaan.

Resterende ‘economisch winbare’ reserves (jaar 2015) van onder andere nog niet in gebruik genomen ‘ontdekte’ reserves
Onderstaande grafiek is afkomstig van Rystad Energie (situatie 2015) over hoeveel economisch winbare reserves er nog resteren.

Bovenstaande grafiek is naar ik aanneem slechts een zeer grove weergave van [kort door de bocht geformuleerd]Ā  ‘economisch’ winbare oliereserves bij olieprijzen tot 100 dollar perĀ  vat. Bijvoorbeeld voor ‘onshore Middle East’ (oranje gekleurde 2-de kolom) is ‘break-even price’ volgens de grafiek 44 dollar per vat met een reserve aan grofweg 58 miljard ‘economisch’ winbare olievaten. De breedte van iedere kolom geeft de hoeveelheid aan oliereserves aan.

Bestaande producerende olievelden zouden in het jaar 2015 in totaal grofweg 760 miljard vaten aan olie reserves bevatten.
‘Ontdekte maar nog niet producerende olievelden’ zouden in totaal grofweg 440 miljard vaten aan olievaten bevatten.
Dat is niet veel (440 miljard) en een groot deel ervan betreft dan vooral zee en diepzee olie, teerzanden en Noord-Amerikaanse schalie olie en relatief weinig relatief makkelijk winbare conventionele olie welke op land gewonnen kan worden.

En het grootste deel van de benodigde oliegroei zou de komende jaren gerealiseerd dienen te worden met behulp van de nog niet in gebruik genomen ‘economisch’ winbare Noord Amerikaanse schalie olie reserves. Dat terwijl volgens de getoonde grafiek de ‘economisch’ winbare Noord Amerikaanse schalie oliereserves slechts grofweg 95 miljard vaten zouden bevatten. Dat is veel te weinig om op structurele basis de Amerikaanse schalie olieproductie voor nog vele jaren flink op te krikken.
En als de Amerikaanse schalie olieproductie op de korte termijn flink opgekrikt gaat worden, zal het moment van de productiepiek eerder gaan plaatsvinden met een stevige daling na de piek.
Menige prognose gaat bij ‘business as usual'(normale gang van zakendoen) uit van een piek in de Amerikaanse schalie olieproductie in grofweg het jaar 2022, 2023 of 2024 die een paar miljoen vaten per dag hoger zal liggen dan de huidige dagelijkse Amerikaanse schalie olie productie.
En op basis wat ik zoal gelezen heb zijn de investeringen buiten het Amerikaanse schalie oliegebeuren nog niet of nauwelijks toegenomen. Dat ook veel grote internationale oliebedrijven ervoor kiezen om voornamelijk te investeren in het Amerikaanse schalie oliegebeuren, omdat al binnen enkele maanden de eerste olie ‘opgepompt’ kan worden. Dat terwijl investeringen in zee en diepzee gebeuren pas na vele jaren de eerste olie oplevert. De sterk schommelende olieprijzen remmen investeringen in het diepzee gebeuren af en minder sterke schommelingen (meer zekerheid) stimuleren over het algemeen extra investeringen in met name zee- en diepzee gebeuren.

Op paradoxnl is al eerder stil gestaan bij informatie dat vanaf grofweg het jaar 2020 er flink minder nieuwe olie uit megaprojecten online gaat komen. Dat mede vanwege laatstgenoemde er, in het geval de wereldwijde vraag naar olie nog noemenswaardig blijft toenemen, rond of iets na het jaar 2020 al stevige tekorten aan olie zullen gaan ontstaan. Tot het jaar 2020 mogelijk nog een overaanbod in het geval bijvoorbeeld de landen behorende tot de OPEC hun kranen niet noemenswaardig terug dichtdraaien.

Nu lijkt er misschien nog weinig aan de hand wat betreft olietekorten, maar het zou wel eens de spreekwoordelijke stilte voor de storm kunnen zijn die (de storm) ons binnen een paar jaar zal gaan treffen in het geval de jaarlijkse groei in de vraag naar olie niet noemenswaardig gaat afnemen.

Ter afsluiting van dit lange verhaal nog het volgende:
Er dreigen vooral tekorten aan diesel. Er is momenteel meer dan genoeg benzine verkrijgbaar op de wereldwijde markt, mede doordat men om diesel te verkrijgen veel gebruikt maakt van lichtere olie vanwege tekorten aan middelzware olie. Uit lichtere olie wordt verhoudingsgewijs veel meer benzine verkregen dan uit middelzware olie. Er is volgens allerlei bronnen nu al een tekort aan middelzware olie (welke het meest geschikt is voor ‘productie’ van diesel), maar dat er een overaanbod is aan lichte olie. Diesel is nog steeds van cruciaal belang voor een heleboel zwaar machinaal werk.

En nog een verwijzing naar een in ieder geval voor mij zeer lezenswaardig artikel (klik hier, een aanrader, zeker het deel dat over olie gaat).

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

NOS teletekst: Weer Franse actie om dure brandstof

Geplukt van NOS-teletekst:

Voor de derde dag op rij wordt er in
Frankrijk geprotesteerd tegen de
stijgende brandstofprijzen.Wegen rond
steden als Perpignan,Caen,Calais en
Lyon werden geblokkeerd.

De actievoerders ageren tegen de hogere
accijns op brandstof.Premier Philippe
zei gisteravond nog dat die niet wordt
teruggedraaid.Volgens hem worden de
totale lasten voor de burger verminderd
door andere belastingverlagingen.

De protesten begonnen zaterdag.Toen
viel er Ć©Ć©n dode en raakten 227 mensen
gewond.Achter de acties zit geen
centrale organisatie.Het protest begon
spontaan na een petitie op internet.

Geplaatst in Uncategorized | 11 reacties

IEA world energy outlook 2018: Binnen enkele jaren grote tekorten aan olie verwacht

Onderstaande grafiek is afkomstig uit een recent uitgebracht rapport (World Energy outlook 2018) van het Internationaal Energie Agentschap:

Update 17 november 2018

In het IEA artikel ‘Crunching the numbers: are we heading for an oil supply shock?’…klik hier voor artikel…is extra uitleg over boven getoonde grafiek te vinden. In een volgend artikel wordt op paradoxnl ingegaan op het laatstgenoemde artikel.

Einde update 17 november 2018

Tot 2025
In het geval de groei in de vraag naar olie tot het jaar 2025 ‘gematigd’ op peil blijft, zal, om een olieshock te voorkomen, de Amerikaanse schalie olie productie met maar liefst 15 miljoen vaten per dag dienen toe te nemen, aldus informatie uit het door het IEA recentelijk uitgebrachte ‘World Energy outlook 2018‘ rapport.

In bovenstaand getoonde grafiek is te zien dat er een heel sterke daling van de bestaande olieproductie verwacht wordt. Zie daartoe het grijze deel in de grafiek. In het oranje gedeelte van de grafiek is te zien hoeveel extra schalie olie productie benodigd is (gerekend van grofweg het jaar 2018) om aan de toekomstige olievraag te kunnen blijven voldoen. Het betreft een benodigde enorme stijging van de Amerikaanse schalie olie productie. Er is m.i. nu al een grote consensus dat laatstgenoemde niet gaat lukken.
Het ‘gangbare’ scenario is dat de Amerikaanse schalie olieproductie tot het jaar 2025 grofweg nog met 3 miljoen vaten per dag zal toenemen. Dat is dus 12 miljoen vaten per dag minder dan benodigd bij een ‘gematigd’ groei scenario in vraag naar olie. Dat is een enorm tekort.
Bij de boven getoonde grafiek staat niet voor niet niets de tekst: ‘…require continuous exceptional growth in shale oil’.
Over de toekomstige bijdrage van olieprojecten buiten het schalie oliegebeuren (zie groen gekleurde deel in boven getoonde grafiek) bestaat het nodige pessimisme. Volgens menig analist is het groene deel in bovenstaande grafiek nog veel te optimistisch ingeschat, dat terwijl de bovenstaande grafiek al een zeer pessimistisch beeld over de olievoorziening tot het jaar 2025 laat zien.

Terwijl de olieprijzen wereldwijd momenteel flink ingezakt zijn [maar vanuit een historisch oogpunt nog behoorlijk duur] blijft het IEA (Internationaal Energie Agentschap) ook in haar recentelijk uitgebrachte ‘Word Energie Outlook 2018’ er van uitgaan dat de kans erg groot is dat er nog voor het jaar 2025 flink grote tekorten aan olie gaan ontstaan.
De zeer recente meer dan noemenswaardige daling van de olieprijzen is mede veroorzaakt door de zogenaamde ‘waivers’ (in verband met Iraanse olieboycot) die door Trump zijn toegekend aan een 8-tal olie importerende landen toen de Brent olieprijs boven de 85 dollar per vat dreigde te gaan stijgen.
Dankzij de ‘waivers’ [ontheffing van ‘plicht’ om geen Iraanse olie meer te importeren] is tot nu toe de Iraanse olie export beduidend minder laag uitgevallen dan eerder door menigeen van uitgegaan werd. De ‘waivers’ gelden als ik het goed gelezen heb tot mei 2019. Tot die tijd kunnen de relevante landen die flink wat olie importeren (importeerden) uit Iran op zoek gaan naar nieuwe olie leveranciers.

Tot 2020/2021
Op korte termijn (tot grofweg het jaar 2020) zal er wereldwijd nog voldoende olie aanbod aanwezig zijn of zelfs een overaanbod om aan de wereldwijde vraag aan olie te voldoen. Momenteel zijn de oliekranen wereldwijd vrijwel geheel opengedraaid. Er is momenteel dus vrijwel geen reserve aan olieproductie capaciteit aanwezig. Een boel van landen hebben de afgelopen maanden hun oliekranen volledig opgedraaid en daar bovenop is er ook bij enkele kleinere olie exporterende landen nog wat extra nieuwe olie bijgekomen en is de olieproductie in landen waar de olieproductie flink gedaald was door interne onrust (met name Libiƫ en Nigeria) de afgelopen maanden weer terug hersteld (gestegen tot een niveau welke lastig nog verder op te krikken is). Door onder andere de recentelijk sterk gestegen olieprijzen is de prognose voor de vraag naar olie weer wat naar beneden bijgesteld.
Bovendien voert Trump een politiek om de olieprijzen wereldwijd zo laag mogelijk te houden, al was het om na de maand mei van het jaar 2019 de ‘waivers’ (ontheffingen) in te kunnen trekken. Recente flink gedaalde olieprijzen hebben meer met politiek van doen dan met fundamenten.
De prijs van olie wordt sterk beĆÆnvloed door in welke mate de wereldwijde bovengrondse olievoorraden stijgen of dalen en bijvoorbeeld vrijwel niet door dreigende tekorten op de wat langere termijn. Dat olieprijzen kort door de bocht geformuleerd vooral beĆÆnvloed worden door fluctuaties in de wereldwijde bovengrondse olievoorraden en door de waan van de dag. En de waan van de dag wordt door vele politieke en economische factoren beĆÆnvloed.

Ook diverse olie analisten verwachten al binnen enkele jaren zonder te overdrijven flinke tekorten in de olievoorziening. In rest verhaal wordt daar nader bij stilgestaan. In het geval de groei in de vraag naar olie op korte termijn niet flink afzwakt, is naar verwachting de kans groot dat vooral gedurende de periode 2020-2022 (o.a Amrita Sen en nog een paar waarvan ik namen vergeten ben) het snel bergafwaarts zal gaan met het kunnen voldoen aan de wereldwijde olievraag.

Zelfs onder optimistische prognoses over bijvoorbeeld de Iraakse toekomstige olieproductie dan nog worden al ruim voor het jaar 2025 flinke tekorten aan olie verwacht. In ieder geval dienen de wereldwijde investeringen in het oliegebeuren flink te stijgen om de wereldwijde olievoorziening op peil te houden. En zelfs als de investeringen noemenswaardig gaan stijgen is het nog maar de vraag of dat zich vertaald in noemenswaardig hogere olieproductie op de langere termijn. Er dienen bijvoorbeeld heel snel flink wat nieuwe economisch winbare oliereserves ontdekt te worden om al die extra benodigde olieproductie te kunnen realiseren.

Onderstaande quotes zijn afkomstig uit dit Bloomberg artikel:

All of this (optimistische aannames ten aanzien van stijging van olieproductie in enkele landen) may still not be enough. While global spending on new and existing oil and gas projects will rise 5 percent this year to $480 billion — nearly 40 percent less than in 2014 — investment wonā€™t reach the $600 billion the industry needs annually through the next decade to meet future demand, according to consultant Wood Mackenzie Ltd.

ā€œOn a global basis, we arenā€™t seeing enough supply to keep the market adequately supplied in the mid-2020s,ā€ Mallinson of Energy Aspects said.

Hopelijk komen de interviews met diverse olie analisten die ik beluisterd heb ook op Youtube te staan, zodat in dit blogartikel een link naar de youtube video’s geplaatst kan worden om bovenstaand verhaal extra te ondersteunen.

Rond seconde 27 in onderstaande video noemt Amrita Sen de periode 2021/2022 waarin al flinke tekorten aan olie kunnen gaan optreden:

En een video over het belang van olie gedurende onder andere de tweede wereld oorlog:

De AS-mogenheden hadden een schreeuwend tekort aan olie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een historicus noemde het “De eerste olie oorlog”, zo nijpend waren de tekorten. Olie was waarschijnlijk de belangrijkste reden dat Duitsland de oorlog verloor en verklaart vele andere redenen waarom de Duitse Wehrmacht vocht zoals ze deden.

Meer massale terugkoop door bedrijven van aandelen door verlaging bedrijfsbelasting
Ook aandacht voor het massaal terugkopen van aandelen door grote bedrijven en de negatieve effecten ervan op de rest van de samenleving (en ook oneerlijkheid ervan ten opzichte van rest van samenleving). Dat massaal terugkopen is Ć©Ć©n van de redenen dat de aandeelmarkten geen goede afspiegeling zijn van de werkelijke economie.
Volgens onderstaande quote is het terugkopen van aandelen extra toegenomen door de belastingverlaging voor grote bedrijven. Het komt vooral ten goede aan het hoger management en aandeelhouders en vrijwel niet of niet aan de werknemers. Ik gun het aandeelhouders, maar het zijn vooral de groot aandeelhouders die er flink van profiteren. Grootaandeelhouders die toch al vaak bovengemiddeld rijk zijn door geld uit geld te maken waar de rest van de samenleving niets aan heeft. Sterker, meestal averechts uitwerkt voor de rest van de samenleving.

Yet despite these powerful denunciations, stock buybacks not only continue. Today, ā€œit’s raining stock buybacks on Wall Street,ā€ as Matt Egan points out on CNN. The immediate stimulus? President Trump’s massive corporate tax cuts.

According to research firm Birinyi Associates, share buybacks are at a record-high for this point of the year and more than double the $76 billion that Corporate America disclosed at the same point of 2017.

Goldman Sachs has estimated S&P 500 firms will return $1.2 trillion to shareholders via buybacks and dividends in 2018, increasing share buybacks by 23 percent to $650 billion this year.

In een volgend artikel misschien aandacht voor doorgeschoten marktwerking en financialisering in een wereld met grenzen aan de groei. Heb er al verhaal over maar is nogal pittig van aard.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Krapte aan olie in komend decennium (2021 – 2030)

… aldus een recent artikel in WallStreetJournal.
Ook aandacht voor dit artikel welke iets optimistischer van aard is.
En ook aandacht voor een artikel van Richard Heinberg en een artikel op basis van informatie van Rystadenergy.
Voor het volgend decennium wordt soms ook wel uitgegaan van de periode 2020 t/m 2029, maar dat terzijde.

Algemeen beeld
De afgelopen paar jaar is wereldwijd de totale hoeveelheid aan investeringen in het olie en gas gebeuren noemenswaardig gedaald.
De afname betreft ten eerste het aangaan van nieuwe projecten voor oliewinning en ten tweede het zoeken naar nieuwe economisch winbare olie- en gasreserves. De gevolgen van het eerst genoemde (nieuwe oliewinning projecten) zullen we al binnen een paar jaar volop gaan merken. De gevolgen van het laatstgenoemde (zoeken naar nieuwe economische oliereserves) pas over een kleine tien jaar, aldus diverse analisten.

In diverse artikelen wordt ervan uitgegaan dat wanneer de investeringen in het zoeken naar nieuwe economisch winbare oliereserves opgekrikt worden, de olievondsten naar rato zullen toenemen. Menig onafhankelijk olie analist trekt laatstgenoemde sterk in twijfel, mede omdat ook gedurende de periode met relatief hoge investeringen (2010-2014) de hoeveelheid aan ‘nieuw ontdekte oliereserves flink ondermaats bleven om de wereldwijde olieproductie op de langere termijn op peil te kunnen houden.

Er dienen snel minimaal een paar mega olievelden met makkelijk winbare olie van goede kwaliteit gevonden te worden om op de langere termijn de wereldwijde olieproductie op peil te kunnen houden. De kans erop wordt door menig onafhankelijk analist klein geacht.
Dat er haast geboden is met het vinden van nieuwe grote hoeveelheden aan economisch winbare olie heeft onder andere van doen met de tijdsduur om een olieveld in gebruik te nemen. Het duurt al gauw een paar jaar eer een olieproject de eerste olie levert uit een nieuw veld.

Gemiddeld wordt per opsporingsboring de gevonden hoeveelheid aan nieuw te winnen olie steeds kleiner, met andere woorden dat er meer en meer geboord dient te worden voor hetzelfde resultaat. Gemiddeld wordt in kleinere olievelden sneller een piek in de olieproductie bereikt en zal de piekproductie van flink kortere duur zijn dan in mega olievelden. Verwachting is dat vanwege het sneller pieken van de olieproductie in kleinere olievelden en de kortere duur van de oliepiek in kleinere olievelden, de jaarlijkse daling van de olieproductie in ‘bestaande’ velden de komende jaren noemenswaardig zal gaan toenemen, waardoor er in de toekomst jaarlijks steeds meer olie uit nieuwe velden online dient te gaan komen om de wereldwijde olieproductie op peil te houden.

Ondertussen wordt de raffinage capaciteit wereldwijd nog noemenswaardig verder uitgebreid. Bijvoorbeeld alleen al in China komt er de komende paar jaar een paar miljoen vaten per dag aan extra raffinagecapaciteit bij. Maar bijvoorbeeld ook in Iran en Nigeria wordt hard gebouwd aan extra raffinage capaciteit. Laatstgenoemde kan men als een teken zien dat in menig land de verwachting bestaat dat de vraag naar olie in de toekomst nog noemenswaardig zal blijven toenemen.
Ook in grote(re) olieproducerende ‘armere’ landen tracht men een eigen raffinage capaciteit op te bouwen, met de hoop om in de toekomst in plaatst van alleen olie te exporteren men ook allerlei petroleum producten kan gaan exporteren. Men hoeft dan zelf bijvoorbeeld geen diesel, benzine of andere petroleum producten meer te importeren.
Waar in de toekomst wereldwijd nog een sterke stijging in verwacht wordt is de vraag naar petrochemische producten (denk alleen al aan bijvoorbeeld verf).

Kort samengevat twijfelt menig analist eraan of er nog wel voldoende nog niet ontdekte ‘economische’ winbare olievoorraden bestaan.
Nu ook met behoorlijk hogere olieprijzen zijn diverse internationale oliemaatschappijen nog steeds behoorlijk huiverig om flink meer te gaan investeren in het opsporen van nieuwe economisch winbare oliereserves, mogelijk omdat het aantal interessante opties al flink verminderd is.

Richard Heinberg
Richard schrijft dat de wereldwijde olieproductie de afgelopen 10 jaar veel sterker gestegen is dan menig peakoiler vanuit ging.
Vooral de sterke stijging van de Amerikaanse schalie olie productie is aldus Richard flink onderschat. Wat o.a. over het hoofd werd gezien is dat met enorme injecties aan goedkoop geld (extreem lage rentes, kwantitatieve verruiming, soort van gratis geld via met name centrale banken) de sterke stijging van de Amerikaanse schalie olie gerealiseerd kon worden. Blijkbaar wordt olie als dermate belangrijk voor de wereldeconomie gezien dat de hoge kosten op de koop toe genomen worden. De verliezen bij de olieboeren wegen blijkbaar nog niet op tegen het belang van de economie als geheel. Maar het oliegebeuren is uiteindelijk een doodlopende weg.

De totale schuld in het Amerikaanse schalie olie en gas gebeuren begint inmiddels de 300 miljard dollar grens te benaderen als ik diverse berichtgeving mag geloven, maar dat terzijde.
Het flink opkrikken van de Amerikaanse schalie olieproductie heeft flink wat gekost en is nog steeds heel erg duur, hoogstwaarschijnlijk te duur om nog vele jaren op peil gehouden te worden. De winbare reserves zijn daar ook te laag voor.

Richard merkt verder op dat het milieu de afgelopen tien jaar de grote verliezer is en dat de wereld als geheel na tien jaar niet minder onafhankelijk is geworden van fossiele brandstoffen, met name olie. Dat bijvoorbeeld de opmars van hernieuwbare energie zacht uitgedrukt veel te traag verloopt. Laten we het verder maar niet hebben over o.a. de collectieve gerichtheid op meer en meer luxe waar armere mensen niets aan hebben, vanuit een wereld met grenzen aan de groei perspectief uiteindelijk zelfs flink ten koste gaat van de arme medemens.
Genoeg is ook voor vele rijken nooit genoeg. De laatste tien jaar zijn vanuit een ecologisch, milieu en energie perspectief, vrij geĆÆnterpreteerd, verspilde jaren aldus Richard.

Rystad Energy

Terwijl ‘Rystad Energy’ er regelmatig voor waarschuwt dat er veel te weinig nieuwe economisch winbare oliereserves ‘bij gevonden’ worden om op de wat langere termijn de wereldwijde olieproductie op peil te houden, blijft Rystad energy super optimistisch over het Amerikaanse schalie olie gebeuren. Ze zijn zelfs nog optimistischer dan het al behoorlijk optimistische EIA. Onder andere een heleboel onafhankelijke analisten vinden het optimisme van Rystad Energy totaal onterecht. Is Rystad Energy al snel achter het karretje gaan lopen van de schalie lobby, gevallen voor de propaganda van de schalie lobby?
Over een paar jaar weten we waarschijnlijk veel meer. Afwachten maar weer.

Geplaatst in Uncategorized | 4 reacties