Het grote geld

Onderstaand een enigszins gechargeerd stukje over het grote geld. Het is een kopie van een deel van een artikel (klik hier voor artikel) welke ik eerder op deze blog had geschreven.

Een brainstorm over het grote geld
Het grote geld controleert de wereld. Het grote geld staat gelijk aan macht. Het grote geld is in mijn ogen voor een groot deel afhankelijk van grootschalige niet duurzame productie.
Door de aard van ons financieel economisch stelsel binden m.i. grote en machtige corporaties (waarvan de overheid vaak een verlengstuk is) bijvoorbeeld door op grote schaal niet duurzame producten (rommel, rommel diensten) aan mensen te verkopen, mensen als het ware aan het systeem. De macht van het grote geld zorgt ervoor dat degenen die niet of onvoldoende over financiële middelen kunnen beschikken, het vrijwel onmogelijk gemaakt wordt om zelfs een heel basaal leven (voldoende eten, drinken en woongenot) te kunnen leiden.
Gechargeerd gesteld wordt kostbare energie en grondstoffen op grote schaal verspilt om de macht en rijkdom van allerlei grote corporaties en financiële instanties (en de direct of indirect daaraan gerelateerde belangengroepen) verder te vergroten.
Naar mijn bescheiden mening worden, zeker binnen een neoliberale context, door de aard van ons financieel economisch stelsel, bedrijven (of het nu goederen of diensten betreft maakt niet uit, denk ook aan geld verdienen via internet) verleid tot meer en meer list en bedrog, omdat naar ik vermoed voor een noemenswaardig deel van de bevolking het hoogste doel is om op korte tijd zoveel mogelijk geld te verdienen.
Een mede door toenemende schaarste veroorzaakte race naar de bodem, welke op verschillende niveaus tot uiting komt. Bijvoorbeeld enerzijds de economische uitbuiting (controle) door de rijke en machtige bovenlaag van anderzijds de minder rijke meerderheid. Of de steeds hardere competitie tussen allerlei economische machtsblokken. Binnen een economisch machtsblok is er natuurlijk ook weer sprake van strijd om de middelen tussen arm en rijk.

Koopkrachtverlies in een(praktisch gezien) eindige grondstoffen en energie wereld
Indien op grote schaal er steeds meer koopkracht verlies gaat optreden en er daardoor veel te weinig producten gekocht worden en te weinig gebruik gemaakt wordt van allerlei diensten, zal het naar mijn idee steeds lastiger worden om het gehele financieel economisch stelsel ‘staande’ te houden.
‘Dankzij’ de globalisatie kunnen bedrijven veel makkelijker dan voorheen de beschikking krijgen over goedkope arbeidskrachten en ook goedkopere grondstoffen. Vooral de energie intensieve industrie is daardoor de afgelopen tientallen jaren steeds meer verplaatst naar landen waar nog volop beschikt kan worden over goedkope arbeidskrachten, grondstoffen en energie. Denk vooral aan China waar sinds het begin van de 21-ste eeuw met behulp van de enorme Chinese reserves aan makkelijk winbare steenkool van goede kwaliteit de economische activiteit enorm gestimuleerd kon worden. Maar ook in China zijn met name de reserves aan steenkool van goede kwaliteit (‘bitumineuze’ steenkool) ondertussen al flink verminderd.

India, bijvoorbeeld, zal een economische groeispurt zonder flinke reserves aan steenkool van goede kwaliteit dienen te realiseren.  India acht ik er daardoor niet meer toe in staat. Als ik me niet vergis is India al lange tijd bezig om het mogelijk te maken om op commerciële basis gebruik te maken van Thorium reactoren. Op basis van wat ik gelezen heb duurt het nog heel veel jaren eer laatstgenoemde gerealiseerd zal worden, als het überhaupt ooit zal lukken.
Kernfusie zal op zijn best ook nog heel veel jaren op zich laten wachten eer het op commerciële basis toegepast kan worden. Heel veel analisten twijfelen eraan of laatstgenoemde überhaupt ooit mogelijk zal worden.
In Japan is men al vele jaren bezig om methaan hydraten uit de zeebodem te winnen. Volgens menig analist zal het in het beste geval nog heel veel jaren gaan duren eer laatstgenoemde op commerciële basis mogelijk zal zijn, als het ooit lukt. De meeste analisten achten de kans heel klein dat het ooit gaat lukken.
Elektrificeren van alle economische componenten van de samenleving is om boel van redenen ook nog een erg lange weg en als de economie in een recessie geraakt wordt het extra lastig. Het op een economisch rendabele wijze oogsten van bijvoorbeeld zonlicht en het realiseren van een intelligent grootschalig netwerk voor de elektriciteitsvoorziening met de bijbehorende opslag faciliteiten (bijvoorbeeld batterijen) voor de overtollig opgewekte elektriciteit is een grote stap. Een andere grote stap is het grotendeels elektrificeren van bijvoorbeeld de transport sector, de industriële sector en de mijnbouw sector, zodat ook binnen die sectoren gebruik gemaakt kan worden van elektriciteit.
Om een lang verhaal kort te maken: naar mijn bescheiden mening dient er nog enorm veel te gebeuren willen we als samenleving noemenswaardig onafhankelijk worden van fossiele brandstoffen.

Kopers en verkopers
Kijkend bijvoorbeeld van wat er nu met Griekenland gebeurd, de economisch sterkere landen van de Europese Gemeenschap hebben bewust meegedaan met het verkopen van vaak niet duurzame rommel (onder andere allerlei luxe gadgets) om er zelf rijker van te worden. De rijke landen hadden kunnen bevroeden dat bijvoorbeeld Griekenland nooit en te nimmer in staat geacht had kunnen worden om al die schulden terug te betalen. Nu blijkt dat Griekenland niet bereid is [laatstgenoemde is niet meer actueel] en ook niet in staat is om (zonder haar economie kapot te maken door te stringente bezuinigingen) haar schulden in voldoende mate af te lossen, schreeuwen de groot investeerders moord en brand dat ze hun geld willen terugzien [en waar uiteindelijk het armere deel van het rijke land aan mee mag betalen als de grote investeerders hun geld niet terugzien]. Men kon naar mijn idee van te voren weten dat sommige landen binnen de Europese Gemeenschap netto exporterend van aard zullen zijn en andere landen netto importerend van aard zouden blijven. Binnen de euro groep kan een netto importerend land haar valuta niet devalueren om meer concurrerend te worden. Dat een netto exporterend land een minder grote schuld zal opbouwen dan een netto importerend land en dat niet alle landen van de wereld of zelfs van de Europese gemeenschap netto exporterend kunnen zijn. Om nu te gaan eisen dat een netto importerend land haar economische slagkracht flink gaat verbeteren om haar schulden te kunnen aflossen is zoiets als het vragen aan een timmerman het werk van een chirurg te gaan uitvoeren. Helemaal absurd m.i. is om van een land welke niet in staat is haar economische slagkracht flink op te krikken vervolgens te eisen haar economie als het ware volledig kapot te bezuinigen om toch maar haar schulden te kunnen afbetalen. Persoonlijk vind ik dat het risico van het verkopen van rommel op grote schaal aan arme mensen bij de grote verkopers ligt, al was het maar om het niet duurzame op korte termijn gericht winstbejag te ontmoedigen. Ik ben niet tegen produceren, technologie of geld verdienen, maar naar mijn idee is men volledig doorgeslagen in het op korte termijn gerichte winstbejag. Laatstgenoemde komt vooral de rijke bovenlaag ten goede. Armere mensen dienen, omdat men geheel afhankelijk is van het in mijn ogen totaal niet duurzame op schuld gebaseerde en van groei afhankelijke financieel economisch monster, steeds meer te rangschikken naar de wensen van degenen met het grote geld. Te rangschikken in de vorm van voor vrijwel noppes werken om de grootschalige niet duurzame productie machine te blijven dienen. Dus indirect het grote geld/ macht te dienen.
Om tot een meer duurzame samenleving te komen, zal naar mijn bescheiden mening meer draagvlak dienen te komen voor de opvatting dat er grenzen zijn aan de groei en dat de aard van ons financieel economisch stelsel een meer duurzame samenleving flink in de weg staat.
Ik vrees dat de gekozen toekomstige weg mede door toenemende schaarste aan betaalbare grondstoffen en brandstoffen (en met name ook drinkwater en betaalbaar voedsel) wereldwijd er eentje zal zijn van toenemende concurrentie tussen naties en mensen onderling, eentje van toenemende hardheid met een blijvende gerichtheid op een heel materialistische invulling van welzijn, en een groeiende kloof tussen arm en rijk. Een toenemende controle van het grote geld over de samenleving als geheel.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Alice Friedemann: VN rapport levert ‘impliciet’ bewijs voor grenzen aan de groei…

Volgens Alice Friedemann (klik hier voor artikel) ondersteunt een recent rapport van de VN (Verenigde Naties) in niet directe bewoordingen ‘de grenzen aan de groei’ hypothese. Zie gelinkt artikel voor de interpretatie van Alice van het VN rapport.

Onderstaand een lange quote uit haar artikel welke ik wil benadrukken:

The UN doesn’t flat out state there are limits to growth, though they come close when they point out there’s not enough stuff in the world to raise the standard of living for everyone and we appear to be on an unsustainable trajectory (page 5). But to flat out say there are limits to growth would be seen as an attack on capitalism and right-wingers would probably accuse the UN of socialism or worse and demand America stop funding them. Limits to growth means a shrinking piece of pie for everyone. Capitalism can only justify the huge disparities in wealth distribution the constant propaganda that we all have the potential to become billionaires (especially if the government stops regulating businesses and taxing the rich). Those who understand “Limits to Growth”, and the occupy movement that sought to reduce the corruption in the current economic system have had little effect, if any, on changing the system. Oh well, Mother Nature can always be counted on to do it…

Capitalism is lauded as the best political and economic system, but in reality it’s just the most successful at extracting energy and natural resources the most quickly to enrich mainly the top 0.1% of the population, future generations be damned.

De Verenigde Naties, aldus Alice, zeggen in het rapport niet letterlijk dat er ‘grenzen aan de groei’ zijn, maar komen daar wel erg dicht in de buurt door op pagina 5 in het rapport op te merken dat er ten eerste niet voldoende grondstoffen (ik neem aan economisch winbare grondstoffen) aanwezig zijn in de wereld om voor iedere wereldburger de levensstandaard te verhogen en dat ten tweede ‘we’ ons op een ‘onhoudbaar’ pad bevinden.
Volgens haar is het voor de Verenigde Naties onverantwoord om in directe bewoordingen te vertellen dat er grenzen aan de groei zijn, omdat laatstgenoemde opgevat kan worden als een aanval op het kapitalisme en op politiek ‘rechts’. Dat de Verenigde Naties (VN) ervan beschuldigd kunnen worden (een vorm van) socialisme ‘of nog erger’ te ondersteunen en dat de steun aan de VN gestopt moet worden.
Grenzen aan de groei impliceert (gemiddeld) voor iedereen een kleiner deel van de taart.
Kapitalisme tracht, aldus Alice, de sterke ongelijkheid in welvaart te rechtvaardigen door de illusie in stand te houden dat iedereen miljardair kan worden [zeker in het geval de overheid zich zo weinig mogelijk bemoeit met het reguleren van de handel/ zakenleven en door de belasting van de rijken zo laag mogelijk te houden].
Kapitalisme wordt vaak als het meest succesvolle politieke en economische systeem gezien, maar in werkelijkheid is kapitalisme het meest succesvol om in het meest hoge tempo gebruik te maken van natuurlijke hulpbronnen (het in versneld tempo uitputten van onder andere grondstoffen en brandstoffen) om vooral de meest rijken in de wereld versneld rijker te maken, ten koste van met name toekomstige generaties.

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

Douglas-Westwood: ‘offshore’ olie productiepiek in 2019 !?

Het blijft wat betreft de toekomstige wereldwijde olieproductie natuurlijk behoorlijk koffiedik kijken. Het is een dynamisch gebeuren met een complexe interactie tussen ‘bovengrondse’ en ‘ondergrondse’ factoren. Maar ondanks laatstgenoemde zijn er flink wat ‘signalen’ dat over een paar jaar, in het geval de wereldwijde economie [en daarmee samenhangend de vraag naar olie] niet noemenswaardig instort, er een flink aanbod tekort aan olie zal gaan ontstaan.

Een belangrijk signaal i.v.m. een toekomstig aanbod tekort aan olie wordt verwoord in bijvoorbeeld dit artikel:

DW said that this will cause offshore oil production to peak at 29.1 mmbbl/d in 2019 before declining slowly into the 2020s.

Volgens een recent rapport van Douglas-Westwood (DW) zal, ik neem aan met flink wat slagen om de arm, alleen al vanwege de recent flink gedaalde investeringen in met name het diepzee olie gebeuren, al in het jaar 2019 de buiten de kust gelegen wereldwijde olieproductie (olieproductie op zee) een maximum van grofweg 29,1 miljoen vaten per dag bereiken en de jaren daarna geleidelijk aan gaan dalen.
De grote vraag is in hoeverre ‘tegen die tijd’ de wereldwijde ‘onshore’ olieproductie (op land plaatsvindende olieproductie) de terugval in de offshore olieproductie kan compenseren. Volgens DW zal de compensatie niet voldoende zijn om aan de stijgende wereldwijde vraag naar olie te blijven voldoen. Gevolg van laatstgenoemde is een aanbod tekort aan olie.

Onshore oil production is unlikely to sufficiently offset this trend to keep pace with demand growth later this decade, therefore, DW concluded, this may be the point the market reaches equilibrium.

Peak lyte en Peak oil
Wanneer de wereldwijde olieproductie op structurele basis minder snel stijgt dan de wereldwijde vraag, word ook wel eens over Peak lyte gesproken. Dat is nog geen ‘peak oil’. Bij ‘peak oil’ stijgt de wereldwijde olieproductie niet meer verder. Na het peakoil moment zal de wereldwijde olieproductie ‘permanent’ gaan dalen.
Menig energie analist gaat er vanuit dat over enkele jaren ‘als het mee zit’ structureel al sprake zal zijn van Peak Lyte, maar houden daarnaast er vooral sterk rekening mee dat over enkele jaren peakoil al een feit kan zijn.
Samengevat: Als het wereldwijde olieaanbod minder snel stijgt dan de olievraag, zal al snel een aanbod tekort aan olie ontstaan.

Tot de nok gevulde bovengrondse olieopslag faciliteiten
Voorlopig is er nog geen sprake van een aanbod tekort en zijn de bovengrondse (commerciële) olievoorraden wereldwijd bovengemiddeld groot. Als over een paar jaar op structurele basis er een olieaanbod tekort ontstaat, zullen de momenteel erg grote bovengrondse olievoorraden het aanbod tekort tijdelijk teniet doen. En heel belangrijk, volgens menig onafhankelijk analist is de kans groot dat de wereldwijde olieproductie vanaf het jaar 2019 structureel zal gaan dalen. Dus dat met de nodige slagen om de arm in het jaar 2019 wel eens het ‘piekolie moment’ kan optreden. Zie het vervolg van dit artikel voor extra informatie over laatstgenoemde.

In 2017 komt er volgens DW nog flink wat nieuwe olie uit diepzeeprojecten online
Sommige analisten houden er rekening mee dat in het jaar 2015 de wereldwijde olieproductie haar maximum al heeft bereikt, maar zover ik het kan overzien gaan de meeste energie analisten er vanuit dat het piek olie moment op zijn vroegst in het jaar 2017 zal plaatsvinden, omdat er in het jaar 2017 nog flink wat nieuwe olie online gaat komen uit megaprojecten die nog voor het jaar 2015 waren opgestart.
Alhoewel de kans redelijk groot is dat de wereldwijde olieproductie in het jaar 2016 gemiddeld iets lager gaat uitvallen dan in het jaar 2015 het geval was, verwacht DW voor het jaar 2017 een noemenswaardige stijging in de wereldwijde olieproductie:

However, DW said that its 2017 view is less positive for the oversupply. The implementation of a host of offshore developments sanctioned before the oil price crash will lead to a 1.8 million barrels per day (mmbbl/d) increase in offshore oil output and a 2.1 mmbbl/d increase overall.


Tot en met 2014 werden er flink wat nieuwe mega olieprojecten bekrachtigd (opgestart)

Gedurende de periode van 2010 t/m 2014 werden er mede ‘dankzij’ de toen erg hoge olieprijzen relatief veel nieuwe mega diepzee olieprojecten opgestart.
Aangezien na het opstarten van een nieuw (mega)olieproject het gemiddeld zo’n 5 a 7 jaar duurt eer de eerste olie er uit beschikbaar voor de markt komt, zal er tot grofweg het jaar 2019 nog flink wat nieuwe olie online komen uit mega projecten  die opgestart werden in de periode (2010 t/m 2014) dat er nog flink geïnvesteerd werd in nieuwe mega olieprojecten. Vanaf begin 2015 zijn er flink minder nieuwe megaprojecten opgestart. De gevolgen van laatstgenoemde merken we pas na een jaar of vier/vijf.

Olieproductie reservecapaciteit, olieproductie uitval en bovengrondse olievoorraden
De  wereldwijde olieproductie reservecapaciteit [dat is extra olie welke binnen 30 dagen voor minimaal 90 dagen op de markt gebracht kan worden] is momenteel erg laag. Of anders verwoord, extra olie die door het ‘verder opendraaien van de oliekranen’ binnen 30 dagen voor minimaal 90 dagen op de markt gebracht kan worden is momenteel erg laag. Alleen Saoedi-Arabië beschikt momenteel nog over 1 a 2 miljoen vaten per dag aan olieproductie reservecapaciteit (dat is heel weinig), maar laatstgenoemde betreft hoogstwaarschijnlijk olie van zeer slechte kwaliteit, olie waarvoor geen geschikte raffinaderijen bestaan of waarvan de raffinage erg duur is.
De wereldwijde hoeveelheid aan olieproductie uitval, bijvoorbeeld door onrust, is op dit moment niet zo hoog meer.
Alleen in Libië en Nigeria is er sprake van noemenswaardige uitval. De olieproductie in het door onrust geteisterde Venezuela kan op termijn vanwege achterstallig onderhoud wel eens flink gaan inzakken. Afwachten maar weer. De Iraanse olieproductie heeft weer bijna haar oude niveau bereikt.
Zoals eerder al vermeld, zijn de wereldwijde bovengrondse olievoorraden momenteel tot de nok gevuld. Het zal enige tijd duren eer het overschot aan olie in de bovengrondse voorraden is ‘weggewerkt’. Men heeft commerciële olievoorraden en strategische olievoorraden. Vooral de commerciële voorraden zijn op kortere termijn van belang bij het compenseren van een olie aanbod te kort. Bijvoorbeeld China heeft vanwege de flink gedaalde olieprijzen haar strategische olievoorraden flink opgekrikt. De strategische olievoorraden worden normaliter alleen bij hoge nood ingezet.
Pas vanaf het moment dat met name de bovengrondse commerciële olievoorraden weer normaal zijn, kunnen volgens allerlei analisten de olieprijzen flink gaan stijgen.

Achterstallig onderhoud bij bestaande productie (bij producerende velden)
Door de sinds begin 2015 flink verminderde investeringen, is er vooral bij de bestaande NON-OPEC olieproductie sprake van toenemend achterstallig onderhoud. Volgens sommige energiebureaus merken we daar nu al de gevolgen van, namelijk een toenemende jaarlijkse productie terugval in producerende NON OPEC olievelden. In het geval de olieprijzen nog een tijdlang onder grofweg 60 of 70 dollar per vat blijven steken, zal de komende jaren de productie terugval in bestaande producerende olievelden alleen maar verder toenemen.

Irak:
Irak hervat allerlei stopgezette investeringen in bestaande productie, waardoor de Iraakse olieproductie volgens dit artikel volgend jaar (2017) naar verwachting met grofweg 300 duizend vaten zal toenemen.

Sterk oplopende schulden bij de schalie olieproducenten

De schulden in het schalie oliegebeuren lopen snel op. Sommige analisten gaan uit van flink hogere schulden dan in bovenstaande grafiek is weergegeven, omdat ze bijvoorbeeld ook de schulden van de kleinere schalie olieproducenten meerekenen.

Samengevat:
Op basis van wat ik gelezen heb is er op korte termijn nog weinig aan de hand in verband met de wereldwijde olievoorziening. Echter, aangezien er ten eerste momenteel wereldwijd er vrijwel geen olieproductie reservecapaciteit aanwezig is, ten tweede de uitval van olie momenteel niet bijzonder hoog is, ten derde er al een jaar of twee heel weinig nieuwe mega olieprojecten opgestart worden, ten vierde er sinds een jaar of twee sprake is van toenemend achterstallig onderhoud en ten vijfde het er voorlopig nog niet naar uitziet dat op korte termijn de investeringen in de oliewinning flink gaan toenemen, is de kans op een flinke olieshock vanaf grofweg het jaar 2019 (of mogelijk al wat eerder) m.i. behoorlijk groot.

Gevolgen van toenemend aanbod tekort aan olie voor olieprijzen
Stel dat er over enkele jaren inderdaad een flink aanbod tekort aan olie ontstaat, dan is het nog maar de vraag of dat tekort zich gaat uiten in flink hogere olieprijzen.
Misschien is de koopkracht van de burgers wereldwijd al zodanig aangetast, dat de komende jaren de vraag naar olie noemenswaardig minder snel zal toenemen dan in het verleden het geval was. Een gevolg van laatstgenoemde kan minder hoge toekomstige olieprijzen zijn, waardoor het extra lastig wordt om de benodigde investeringen op te brengen om de wereldwijde olieproductie op termijn nog op peil te houden. Dat als het ware de wereldwijde economie niet meer in staat zal zijn (of niet meer bereid is) om structureel hoge olieprijzen, die benodigd zijn om de investeringen in de oliewinning op peil te houden, te ondersteunen.
Zacht uitgedrukt zou het me niet verbazen dat men vanaf nu niet meer in staat is de benodigde investeringen op te brengen om over enkele jaren de wereldwijde olieproductie nog op peil te houden. Dus dat piekolie (all liquids) ‘tegen die tijd’ reeds een feit is geworden.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Meer banen weg na verlies Fugro

Geplukt van NOS teletekst

Bodemonderzoeker Fugro heeft door de
malaise in de olie- en gasindustie een
slecht halfjaar achter de rug.Doordat
opdrachtgevers projecten uitstellen of
schrappen,daalde het aantal orders en
daarmee de omzet (-27%) aanzienlijk.Het
nettoverlies was 202 miljoen euro,tegen
bijna 10 miljoen vorig jaar.

Om te overleven brengt het bedrijf de
kosten omlaag.Het verlies van 600 banen
was al aangekondigd,maar daar komen er
nu nog eens 400 bij.De onderneming
stoot de onderwateractiviteiten af.

Het bedrijf verwacht een herstel van de
olieindustrie in 2017,maar het is de
vraag wanneer het daarvan profiteert.

En ook op RTLZ (4 augustus 2016) nieuws over Fugro:

Waardeloze cijfers Fugro

Het Nederlandse Fugro presenteerde vanochtend buitengewoon slechte cijfers. Beleggers hadden al niet op veel gerekend maar 202 miljoen euro verlies in een half jaar tijd, is ronduit tegenvallend. De bodemonderzoeker voor de olie- en gasindustrie lijdt onder de lage olieprijs en de kleine investeringsbereidheid in de sector.

Volgens Jim Tehupuring staat het bedrijf dan ook met de rug tegen de muur. De marge is miniem, de orderportefeuille slecht gevuld en er moet nog meer personeel uit dan eerder al was aangekondigd. “Het ziet er niet rooskleurig uit.”

Onderstaand een grafiek uit een ‘Bloomberg artikel‘ waarin weergegeven staat dat in de VS de verkopen van middelen ten behoeve van de olieproductie op 2 jaar tijd gedaald is van 3 biljoen (3000 miljard) dollar naar 861 miljard dollar in 2016. Menig bedrijf welke middelen leveren aan de bedrijven die de ‘olie uit de grond halen’ worden door de recente bezuinigingen hard geraakt.

En verder voor mij nog een interessant en ‘leuk’ artikel uit de hand van Jeremy Leggett:

State of The Transition, July 2016: Might the fossil fuel industries implode faster than the clean energy industries can grow to replace them?

Geplaatst in Uncategorized | 6 reacties

Grafische weergave van recentelijk flink gedaalde investeringen in de oliewinning

In onderstaande grafiek, welke al eens eerder op deze blog is geplaatst, is duidelijk te zien dat er al sinds het jaar 2015 flink bezuinigd wordt op investeringen in olie productie en exploratie. Vooral op het zoeken naar nieuwe olie reserves en het opstarten van nieuwe olieprojecten wordt al sinds het jaar 2015 flink bezuinigd.
Het blauwgekleurde deel van de staven in de grafiek betreft exploratie [dat is het zoeken naar nieuwe economisch winbare oliereserves] en productie [dat betreft investeringen in bestaande productie, in nieuw op te starten projecten en in ontwikkeling zijnde projecten welke nog geen olie leveren]:

Dus vooral het blauw gekleurde deel van de staven (Exploration and production) in de grafiek is belangrijk in verband met de toekomstige olieproductie:

In 2010 werd er 539 miljard dollar geïnvesteerd in exploratie en productie.
In 2011 werd er 631 miljard dollar geïnvesteerd in exploratie en productie.
In 2012 werd er 710 miljard dollar geïnvesteerd in exploratie en productie.
In 2013 werd er 745 miljard dollar geïnvesteerd in exploratie en productie.
In 2014 werd er 741 miljard dollar geïnvesteerd in exploratie en productie.
In 2015 werd er 541 miljard dollar geïnvesteerd in exploratie en productie.
In 2016 wordt er 379 miljard dollar geïnvesteerd in exploratie en productie (schatting).

Uit bovengemelde cijfers blijkt dat er in de jaren 2012, 2013 en 2014 het meest geïnvesteerd werd in exploratie en productie. Tot aan het jaar 2019 of 2020 zouden we normaliter van laatstgenoemde nog volop de vruchten moeten plukken. Meer hierover verderop.

Als ik me correct herinner is er jaarlijks grofweg 650 miljard dollar aan investeringen benodigd voor ‘exploration and production’ om de wereldwijde olieproductie op termijn op huidig niveau te houden (dus nog niets eens de olieproductie mee te laten stijgen met de toenemende vraag naar olie).
Daar zitten we anno 2016 dus flink onder. Naar verwachting zal ook in het jaar 2017 de investeringen in ‘exploration and production’ nog flink ondermaats blijven. De reserves met goedkoop winbare en goede ‘kwaliteitsolie’ worden minder en minder. Men moet steeds harder lopen om op gelijke hoogte te blijven.

Aangezien het gemiddeld grofweg 5 tot 7 jaar duurt eer de eerste olie van een recent opgestart project online komt (voor de markt beschikbaar komt), zal, zeker in het geval ook in de jaren 2017 en 2018 de investeringen in nieuwe olie projecten relatief gering blijven, vooral na het jaar 2019 of 2020 er voor minimaal een paar jaar op rij een flinke daling van de wereldwijde olieproductie gaan plaatsvinden, een flinke olieshock.
Het zou me niet verbazen dat in het geval de olieshock bewaarheid gaat worden, dit de genade klap voor de wereldwijde economie gaat worden. We zijn nog steeds super afhankelijk van olie en zijn naar mijn bescheiden mening sterk afhankelijk van een goed functionerende economie om een transitie naar een flink minder van olie afhankelijke samenleving (economie) te realiseren. Het is niet te hopen, in het geval de wereldwijde economie te sterk verzwakt, dat met behulp van grootschalige slavenarbeid er getracht zal worden een transitie te realiseren.

Mogelijk dat door achterstallig onderhoud van de huidige producerende olievelden, al vanaf het jaar 2018 of 2019 de wereldwijde olieproductie noemenswaardig begint te dalen.
Het blijft een beetje koffiedik kijken, maar hele belangrijke indicatoren (met name investeringen in exploratie en productie) voor de toekomstige wereldwijde olieproductie staan momenteel flink in het rood. Op korte termijn (misschien wel tot aan het jaar 2019) nog goed nieuws voor de consument, maar daarna verschijnen er erg donkere wolken aan het firmament.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Overzicht recente sterke daling van investeringen in oliewinning. Kans op flinke olieshock neemt toe.

The adopted strategy goes in line with the assessment that “the way upstream companies can attempt to rebound from the sharp decline in crude oil prices – or at least to make their financial reports look better – is by cutting back on new exploration.

The easiest way to keep cash flow positive – or not too negative – is by cutting back on new exploration and new production business. Thus, this part of the business is being cut back more than projects which are already under development.

A sustained 10% decrease in the price of oil leads to a decrease in upstream activity of about 4%, and in this way triggers a sustained 3% decrease in global upstream costs after a lag of one to two years

DEEL 1
Grosso modo wordt er gedurende periodes met lagere olieprijzen vooral beduidend minder geïnvesteerd in de toekomstige oliewinning

Op basis van wat ik gelezen heb zijn niet alleen de olieprijzen bepalend voor de mate waarin er geïnvesteerd wordt in bestaande en nieuwe oliewinning, maar bijvoorbeeld ook de kosten om olie te winnen, het beleid van de overheid (bijvoorbeeld hoeveel belasting er betaald dient te worden) en technologie.
Maar grosso modo wordt er gedurende een periode met lage olieprijzen noemenswaardig minder geïnvesteerd in met name nieuwe olieprojecten dan gedurende een periode met hoge olieprijzen.
En heel belangrijk, sinds grofweg het begin van de 21-ste eeuw is er een tendens van sterk stijgende kosten in de oliewinning, met andere woorden dat er steeds hogere olieprijzen benodigd zijn om de toekomstige olieproductie veilig te stellen. Vanwege de huidige relatief lage olieprijzen worden oliemaatschappijen ‘gedwongen’ hun kosten flink te verminderen.

Zover ik begrepen heb is het menig oliemaatschappij gelukt de kosten noemenswaardig te drukken, maar niet voldoende. De kosten zijn flink verminderd door flink te bezuinigen op ten eerste het opsporen van nieuwe rendabele oliereserves en ten tweede het opstarten van nieuwe olieprojecten.
Daarentegen wordt er veel minder bezuinigd op de olieproductie uit bestaande olievelden, met als gevolg dat er ingeteerd wordt op de beschikbare economisch rendabele oliereserves. Meer hierover verder naar onderen onder het kopje “olieprijzen van minimaal 70 dollar benodigd om olieproductie op langere termijn op peil te houden”.
De kans is erg groot dat het uitstellen en stopzetten van nieuwe olieprojecten (met name diepzee projecten) over een paar jaar een flinke olieshock gaat opleveren.

Nog voordat de olieprijzen flink gingen dalen werd er door allerlei grote oliemaatschappijen al flink gesnoeid in toekomstige investeringen

Volgens allerlei ‘quotes’ uit diverse artikelen blijkt dat, nog voordat de olieprijzen flink begonnen te dalen, met name grote internationale oliebedrijven al vroegtijdig besloten om flink te snoeien in de investeringen van met name nieuwe olieprojecten.
Bijvoorbeeld in juli 2013 besloot het internationale oliebedrijf Total om te snoeien in de investeringen voor het jaar 2014. En in maart 2014 [dat is dus nog voordat de olieprijzen flink begonnen te dalen] besloot het internationale oliebedrijf Exxon Mobil haar investeringen voor de periode van 2015-2017 te verlagen van 42,5 miljard dollar naar 37 miljard dollar.

Snel stijgende kosten in de oliewinning
In de periode vanaf 2011 tot de zomer van het jaar 2014 stegen de kosten van de oliewinning heel sterk, terwijl de olieprijzen rond of iets boven de 100 dollar per vat bleven schommelen. De kosten stegen zo snel dat enkele grote oliemaatschappijen vroegtijdig besloten om alvast noemenswaardig te gaan bezuinigen op toekomstige investeringen. Zie daartoe de eerder genoemde voorbeelden van Total en Exxon Mobil.

Bij hoge olieprijzen zijn bedrijven in de stemming om flink wat geld uit te geven. Maar gelet op de beperkte voorraad aan allerlei benodigde middelen (bijvoorbeeld boorinstallaties) en gekwalificeerd personeel (van ingenieurs tot project managers) leidt een verhoogde activiteit in de oliewinning al snel tot tekorten aan allerlei middelen en gekwalificeerd personeel. De kosten om een bepaalde hoeveelheid aan olie te winnen stijgen daardoor snel. Bij hoge olieprijzen doen vooral de ‘toeleverbedrijven’ [de bedrijven welke de benodigde middelen en personeel aanbieden of verhuren] goede zaken. Omgekeerd, wanneer de olieprijzen flink dalen, dalen de kosten om een vat olie te winnen ook weer noemenswaardig, omdat er door de afgenomen vraag naar middelen er voldoende aanbod van middelen is (die dan meestal goedkoper van de hand gedaan worden).

Samengevat komt het erop neer dat menige oliemaatschappij bij flink gedaalde olieprijzen ten eerste minder gaan investeren in het onderhoud van bestaande producerende olievelden, maar de actuele productie uit producerende velden doelbewust meestal niet verminderen ondanks dat er verlies geleden wordt bij ieder vat aan olie dat geproduceerd wordt, ten tweede blijven investeren in (blijven werken aan) lopende projecten die reeds opgestart (in ontwikkeling genomen) zijn maar nog geen olie produceren en ten derde flink bezuinigen op het opstarten van nieuwe olieprojecten en het zoeken naar nieuwe rendabele olievelden.

Vanwege de recent flink gedaalde investeringen in ten eerste het onderhoud van bestaande producerende olievelden en ten tweede het flink bezuinigen op het opstarten van nieuwe olieprojecten (met name diepzee projecten), is volgens menig analist de kans nu al behoorlijk groot dat ons over enkele jaren een flinke olieshock (flinke terugval in wereldwijde olieproductie) te wachten staat. Afwachten maar weer. Het is een dynamisch gebeuren met een complex samenspel tussen bovengrondse en ondergrondse factoren.

DEEL 2
Onderstaand verhaal is gebaseerd op dit artikel. Naar mijn idee geeft het aangehaalde artikel een overzichtelijke samenvatting van het recente oliegebeuren. Onderstaand wordt iedere getoonde quote (schuingedrukte Engelstalige tekst) voorzien van commentaar:

Olieprijzen van minimaal 70 dollar benodigd om olieproductie op langere termijn op peil te houden

Although the industry has been adjusting to the lower price environment by cutting production costs in the past few years, it is still expected that nearly “50% of oil production from future developments is [going to be] uneconomic at $60 per barrel, [because] the sustainable price of oil is above $70 per barrel in the longer term,” according to the energy consultancy, Wood Mackenzie, as quoted by BBC in February 2016.

Volgens laatstgenoemde quote zijn er op structurele basis olieprijzen van boven de 70 dollar per vat noodzakelijk om op economisch rendabele wijze de wereldwijde olieproductie op termijn op peil te houden.

Many oil and gas companies have no choice but to cut spending wherever they can, and exploratory drilling and investments in new projects are sacrificed in favor of maintaining profits at their maximum.

Vele olie- en gasbedrijven hebben, om het hoofd financieel boven water te houden, geen andere keuze dan flink te besparen op met name het zoeken naar nieuwe rendabele reserves en in nieuw op te starten projecten.

It may seem that upstream companies are shooting themselves in the foot by not cutting back production, but they do have their own rationale. Shutting down comes at a high cost as restarting could be more difficult and require even more financial resources than temporary lower profit businesses achieve. Furthermore, shutting down certain oil fields could permanently damage reservoirs. This explains why many companies opt for continuing with production, even if they will end up operating at a loss. As Robert Plummer explained, “given the cost of restarting production, many producers will continue to take the loss in the hope of a rebound in prices.”

This reluctance to halt production, however, further complicates the situation and delays the eagerly anticipated recovery of oil prices.

Terwijl oliemaatschappijen bij te lage olieprijzen al snel beslissen om minder te investeren in het opsporen van nieuwe oliereserves en het opstarten van nieuwe grote olieprojecten (waarvoor het gemiddeld 5 jaar duurt eer de eerste commerciële olie eruit online komt), zullen ze niet zo snel geneigd zijn om ‘vrijwillig’ de olieproductie uit bestaande producerende olievelden noemenswaardig te verminderen.
Ergo, ondanks dat de olieproductie uit bestaande olievelden bij te lage olieprijzen verliesgevend is, kiezen olieproducenten om allerlei redenen er toch voor om de productie niet in te perken, bijvoorbeeld om onderstaande redenen:
1)Het opnieuw opstarten van de olieproductie uit een stilgelegd veld kost vaak veel meer dan het verlies dat geleden wordt als men de productie niet stil zou leggen.
2)Ook kunnen sommige olievelden flink wat schade oplopen wanneer de productie stil gelegd wordt, waardoor het olieveld minder economisch rendabel wordt.
3)Het verlies van gekwalificeerd personeel, waarbij de vraag is of het personeel in de toekomst weer terug opnieuw beschikbaar zal zijn.

Als een heleboel olieproducenten er voor zouden kiezen om hun huidige productie vrijwillig wat te verlagen, zouden de olieprijzen al snel gaan stijgen. Maar laatstgenoemde zal, vanwege eerder in dit blog artikel genoemde redenen, niet snel gebeuren.

DEEL 3
Tot slot nog wat quotes uit diverse artikelen:
1)
Klik hier voor het artikel.

Additional oil production from the just-announced expansion is expected to be on stream in 2022. Chevron is Kazakhstan’s largest private oil producer, holding stakes in the nation’s two biggest oil fields—Tengiz and Karachaganak.

Chevron heeft recentelijk een investering van 37 miljard dollar bekrachtigd om de productie van het Kazachse ‘Tengiz’ olieveld vanaf het jaar 2022 op te krikken met ruim 260 duizend vaten per dag.
Als het Tengiz veld als leidraad genomen wordt, zal, als over enkele jaren de terugval in olieproductie uit bestaande velden mogelijk al ruim 4,5 miljoen vaten per dag per jaar zal bedragen, er op jaarbasis al ruim 600 miljard dollar geïnvesteerd dienen te worden om op termijn de terugval in bestaande olieproductie te compenseren. Dan hebben we het nog niet over de kosten van overig onderhoud. Dit om maar aan te geven hoe duur het reeds is geworden om de olieproductie op huidig niveau te houden, laat staan verder te verhogen.

2)
Klik hier voor het artikel.

Patrick Pouyanne, CEO of French oil company Total, has also warned of a possible 10 million b/d global oil supply deficit by 2020 given forecasts of planned upstream projects and the additional capacity needed to cover natural field declines.

Ene Patrick Pouyanne, CEO van het internationale oliebedrijf Total, waarschuwd er nu al vast voor dat rond het jaar 2020 er een ‘mogelijk’ aanbod tekort aan olie dreigt van maar liefst 10 miljoen vaten per dag. Dat lijkt me wel heel veel. Hij gaat er naar ik aanneem van uit dat de komende vijf jaar de wereldwijde vraag naar olie noemenswaardig zal toenemen.

“After almost two years of capital starvation, the world’s legacy production base is showing signs of wear and tear. Depletion never sleeps and the 60 million b/d not sourced from OPEC or onshore Lower-48 US shale is suffering from insufficient maintenance,” the bank said.

Het huidig aandeel van bestaande producerende olievelden in de NON-Opec bedraagt ongeveer 60 miljoen vaten per dag. Door de flink verminderde investeringen gedurende de afgelopen twee jaar is er in laatstgenoemde velden al flink wat achterstallig onderhoud ‘opgebouwd’. Dat gaat zich de komende jaren ‘wreken’ door een versnelde productie afname in bestaande producerende NON-Opec olievelden.

Whether oil markets should be concerned over the recent slowdown in new oil finds and accelerating decline rates at existing fields depends on how capable OPEC’s top Gulf producers are at developing their sizable conventional reserve base, according to Bank of America.

While higher output from Saudi Arabia, Iran and Iraq may prove the most likely source of new supply, questions remains over the capacity of the OPEC producers to fill the widening gap given current investment trends, the bank said.

Iraqi rig count have halved over the last two years while Saudi Arabia has barely increased drilling activity since oil prices tanked.

In hoeverre de oliemarkten zich zorgen dienen te maken over de recente afname van ontdekte nieuwe olievelden, de toenemende jaarlijkse productie daling in bestaande producerende velden en de afname in nieuw opgestarte olieprojecten, zal volgens de ‘Bank of America’ sterk afhangen van het vermogen van de belangrijkste OPEC olielanden om hun huidige olieproductie flink op te krikken.
Iran, Irak en Saoedi-Arabië zijn volgens bovenstaande quote (in ieder geval op papier) nog in staat om hun olieproductie nog flink te verhogen, maar dan dienen Irak en Saoedi-Arabië wel heel snel hun investeringen in de winning van olie flink te verhogen.

Even los van de getoonde quote…
Door menig analist wordt er flink aan getwijfeld of met name Saoedi-Arabië onder een regiem van noemenswaardig hogere investeringen nog wel in staat is haar olieproductie op structurele basis noemenswaardig te verhogen. En in Irak wordt er momenteel veel te weinig geïnvesteerd om de olieproductie over enkele jaren op huidig niveau te houden, laat staan flink te verhogen. Als op korte termijn de investeringen in de Iraakse oliewinning niet flink toenemen, zal over enkele jaren de olieproductie in Irak niet of niet noemenswaardig zijn toegenomen. Ook in Iran dient er vanaf nu flink geïnvesteerd te worden om de olieproductie aldaar over enkele jaren noemenswaardig te verhogen.
Ook Libië kan haar olieproductie nog flink opkrikken, want de Libische olieproductie ligt momenteel nog steeds zo’n 1 miljoen vaten per dag onder haar oude productie niveau van voor de revolutie. De rest van de olie producerende oliewereld heeft om allerlei bovengrondse en ondergrondse redenen de grootste moeite om hun huidige productie op peil te houden en in menig land zal binnen nu en enkele jaren de olieproductie flink gaan dalen. Vooral in Noord-Amerika, Afrika, Zuid-Amerika, Europa en Azië zijn de investeringen de afgelopen twee jaar noemenswaardig tot flink teruggeschroefd.

3)
Klik hier voor link naar artikel.

U.S. exploration and production companies have slashed $150 billion in planned capital expenditures (CAPEX) in the U.S. Lower 48 for 2016 and 2017, more than three times the amount of any single country, according to recent analysis by Wood Mackenzie. As a result, Wood Mackenzie expects the Lower 48 to experience through 2020 average production losses of 4.2 million barrels of oil equivalent per day.

The oil price downturn prompted upstream companies to cut more than $370 billion in CAPEX worldwide for 2016 and 2017. As a result, Wood Mackenzie expects 7 billion fewer barrels of oil equivalent globally through 2020. Seventy percent of these volumes will be lost from U.S. Lower 48 production through 2017.

Door de flink gedaalde investeringen in de olie- en gaswinning (zie bedragen in quote hierboven) wordt er tot het jaar 2020 een gemiddelde daling van 4,2 miljoen olie ‘equivalent’ vaten per dag verwacht.

Samengevat zijn er volgens diverse bronnen op structurele basis olieprijzen van boven de 70 dollar per vat benodigd om op termijn de wereldwijde olieproductie op peil te houden. Vanwege de gedurende afgelopen twee jaar flink gedaalde investeringen in de oliewinning, is (zeker in het geval de olieprijzen nog een tijdlang rond of onder de 50 dollar per vat blijven steken en de OPEC haar olieproductie de komende jaren niet noemenswaardig zal verhogen) de kans groot dat er grofweg rond het jaar 2020 of iets later er (vanwege flinke daling NON-Opec olieproductie) een flinke olieshock (flinke daling van wereldwijde olieproductie) gaat plaatsvinden.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Steeds meer brandstof nodig om een hoeveelheid aan goud te delven

Volgens dit artikel, gebaseerd op de twee grootste bedrijven in de goud winning, kostte het in 2015 grofweg 121 liter (32 gallon) aan vloeibare brandstoffen (diesel, benzine) om 1 ounce (dat is ongeveer 28 gram) aan goud te delven. In 2005 was dat grofweg 64 liter (17,2 gallon) per ounce  aan gedolven goud. Men moet op steeds lastiger te bereiken plaatsen steeds dieper graven om goud te winnen welke in steeds lagere concentraties voorkomt.

Ook het mijnen van andere mineralen wordt energie intensiever. Bijvoorbeeld koper, zie onderstaande video vanaf minuut 1:

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties