Overzicht ‘economische winbaarheid’ van Amerikaanse schalie olie

Dit is deel 2 van een verhaal bestaande uit 4 delen. Deel 1 is hier te vinden.

Volgens allerlei energiebureaus en internationale ‘energiewaakhonden’ zal de komende tien jaar de Amerikaanse schalie olieproductie (tight oil production) een cruciale rol gaan spelen bij het op peil houden van de totale wereldwijde olieproductie. Om laatstgenoemde te realiseren zijn olieprijzen van ruim boven de 60 dollar per vat benodigd.
Onlangs waarschuwde het IEA er nog voor dat vooral vanaf of iets na het jaar 2020 er grote tekorten dreigen te ontstaan aan olie en dat de Amerikaanse schalie olieproductie cruciaal is om de verwachte toekomstige tekorten aan olie zo klein mogelijk te houden.
Onafhankelijke analisten zijn ten aanzien van de Amerikaanse schalie olieproductie een stuk pessimistischer dan de internationale energiewaakhonden.

Er is op internet heel veel informatie te vinden over de Amerikaanse schalie olie, afkomstig van de schalie lobby tot onafhankelijke analisten.

Op basis van wat ik gelezen heb is mijn beeld als volgt:

De schalie lobby wil ons laten geloven dat het een goede zaak is om in het Amerikaanse schalie olie gebeuren te investeren, omdat er in het schalie olie gebeuren in financieel opzicht heel veel toekomst zit. Dat de schalie lobby ‘als geheel’ er vanuit gaat dat de olieproductie in de rest van de wereld (dus exclusief Amerikaanse olieproductie) binnen enkele jaren zodanig gaat stagneren (of zelfs dalen) dat de Amerikaanse schalie olieproductie cruciaal wordt om grote tekorten aan olie te voorkomen.

Mijn vermoeden is dat een deel van de ‘schalie lobby’ wat optimistischer is en er vanuit gaat dat de schalie olieproductie dankzij betere technologie alleen nog maar goedkoper zal worden, een ander deel van de schalie lobby is wat pessimistischer (en naar mijn idee ook wat realistischer) en bericht dat er beduidend hogere olieprijzen dan nu het geval is nodig zijn om de schalie olieproductie flink op te krikken. Ze berichten wel dat de reserves aan tight oil flink groot zijn, in ieder geval flink groter dan menig onafhankelijk analist vanuit gaat. Alleen is het grootste deel van de reserves waarschijnlijk alleen bij extreem hoge olieprijzen pas economisch winbaar.

Drie relevante grafieken in verband  met toekomstige schalie olie productie:

Grafiek 1:

Onderstaand plaatje is een kopie uit een artikel welke ik niet meer weet terug te vinden. Ik vermoed dat het artikel achter een betaalmuur is geplaatst. Maar ik had nog onderstaand plaatje gemaakt. In het plaatje staan wat betreft schalie boorlocaties 5 niveaus van economische winbaarheid weergegeven. Wat opvalt is dat volgens onderstaan plaatje voor boorlocaties van niveau 2 (tier 2) een olieprijs van gemiddeld meer dan 75 dollar per vat benodigd is om de olie uit de niveau 2 locaties winstgevend ‘te maken’. Dat is hoger dan de huidige benodigde prijs (namelijk 65 dollar) om winstgevend te zijn. Door de toenemende vraag naar boorinstallaties werd in het artikel ervan uitgegaan dat de kosten hoger gaan uitvallen dan nu het geval is. En ik herinner me ook dat volgens het artikel in het jaar 2019 onder een ‘business as usual’ scenario de tight olie productie uit de niveau 1 boorlocaties al grotendeels uitgeput zal zijn en de olieboeren (natuurlijk afhankelijk van de olieprijzen, zich volop zullen gaan storten op de minder economisch rendabele niveau 2 boorlocaties. De grafiek geeft naar mijn idee aan dat ook bij zeer hoge olieprijzen het aantal boorlocaties eindig is. Naar mij idee is de winning van niveau 4 en niveau 5 boorlocaties veel te duur. Misschien zijn de boorlocaties van niveau 3 ook al te duur. Hoeveel olie er gemiddeld per boorlocatie uiteindelijk opgepompt kan worden kan ik me niet herinneren. Het werd waarschijnlijk ook niet vermeld. Maar de grafiek geeft naar mij idee wel aan dat de Amerikaanse olieprijs (WTI) tot ruim boven de 70 dollar per vat dient te stijgen om olie uit niveau 2 boorlocaties  economisch winbaar te maken.

Grafiek 2a en 2b:

Op peakoil.com heeft ene Dennis Coyne enkele mooie grafieken gemaakt, onder ander eentje waarin drie scenario’s weergeven staan voor respectievelijk een hoge olieprijs, een ‘gemiddelde’ olieprijs en een lage olieprijs. Hieronder de relevante grafiek. In alle drie de olieprijsscenario’s zal, natuurlijk met flink wat aannames volgens Dennis al in het jaar 2022 de maximale productie niveau bereikt worden in het Amerikaanse schalie oliegebeuren: (grafiek 2a)

De bij de genoemde scenario’s behorende olieprijzen staan in onderstaande grafiek weergegeven. De olieprijzen zijn weergegeven in 2016 dollars, dus gecorrigeerd op inflatie. Het blijft natuurlijk wel behoorlijk giswerk: (grafiek 2b)

En even los van het onderwerp van dit blogartikel, volgens recente informatie afkomst van het IEA zal na het jaar 2020 en vooral vanaf het jaar 2022 er flinke krapte van het wereldwijde olieaanbod ontstaan. Als tegen die tijd de Amerikaanse schalie olieproductie niet meer verder zou stijgen en bijvoorbeeld ook de Russische olieproductie gaat vanaf het jaar 2022 dalen, dan zal over ruim 5 jaar (waarschijnlijk al eerder) er weer sprake zijn van behoorlijke krapte op de wereldwijde oliemarkt. In een volgens blogartikel wil ik aan de hand van één of ander op internet aangetroffen rapport kort stilstaan bij de toekomstige Russische olieproductie (wat natuurlijk behoorlijk natte vingerwerk is).

Grafiek 3:

Tot slot nog een recente grafiek afkomstig uit de website van het IEA. Ook volgens onderstaande grafiek zijn er olieprijzen van boven de 50 dollar per vat benodigd om de Amerikaanse schalie olieproductie noemenswaardig op te krikken. Als de olieprijs rond de 50 dollar per vat blijft schommelen zal volgens onderstaande grafiek de Amerikaanse schalie olieproductie na niet al te lange tijd weer terug wat gaan dalen. En om de Amerikaanse schalie olieproductie meer dan noemenswaardig te laten stijgen zijn olieprijzen van minimaal 80 dollar per vat benodigd, aldus onderstaande grafiek:

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

Laatste restzetel naar de PvdD

De laatste restzetel is toegevallen aan de Partij voor de Dieren. Aangezien ik dit jaar op de Partij voor de Dieren gestemd had, toch een extra tevreden gevoel.

Onderstaande is afkomstig van NOS teletekst:

De laatste restzetel valt definitief
toe aan de Partij voor de Dieren,die
daardoor met vijf zetels in de nieuwe
Tweede Kamer komt.50Plus had er ook op
gehoopt,maar die partij komt daarvoor
bijna 7500 stemmen tekort ten opzichte
van de PvdD,meldt de Verkiezingsdienst
van het ANP.

Inmiddels is 99,9% van de uitgebrachte
stemmen geteld.De opkomst was 81,4%.
Komende dinsdag komt de Kiesraad met de
officiële verkiezingsuitslag.

Het wachten is nog op de uitslagen van
de bijzondere gemeenten Bonaire,Saba en
Sint Eustatius.De Kiesraad verwacht dat
die resultaten vandaag binnenkomen.

Geplaatst in Uncategorized | 8 reacties

Vooral in het jaar 2018 flink minder ‘startups’ bij oliewinning en al in 2019 krimp olieproductie?

Maar weer eens een lang verhaal voor mijn ‘olie dagboek’.
Ik heb een verhaal samengesteld welke uit vier delen bestaat.
Voor ieder deel zal een apart blogartikel verschijnen.

Het verhaal bevat onderstaande vier delen:

Deel 1, het onderwerp van dit blogartikel, gaat ten eerste over de voor het jaar 2018 verwachte flinke daling van het aantal startups en ten tweede over de volgens verscheidene bronnen verwachte krimp in de wereldwijde olieproductiecapaciteit in het jaar 2019. De blogtitel refereert alleen naar deel 1. Capaciteit is hierboven doelbewust vet gemaakt. Verderop wordt uitgelegd waarom het woord vet is gemaakt.

Het toekomstige blogartikel Deel 2 zal gaan over de tight olie productie in de VS.

Het toekomstige blogartikel Deel 3 zal gaan over de Russische olieproductie

Het toekomstige blogartikel Deel 4 zal gechargeerd commentaar bevatten.

Deel 1:
Het is niet alleen het IEA dat waarschuwt voor tekorten aan olie vanaf ongeveer het jaar 2019/2020.
Onderstaande is een greep uit de vele berichten die waarschuwen dat de kans nu al groot is dat nog voor het jaar 2020 er een flinke olieshock gaat optreden.
Ten eerste volgens bijvoorbeeld dit artikel […zit nu achter een betaalmuur, maar ik heb nog een kopie voordat er sprake was van betaalmuur…] zullen er volgend jaar (2018) bij de oliewinning flink minder ‘startups’ zijn dan in de afgelopen jaren het geval was. [Zie verderop in dit artikel onder kopje ‘Enige uitleg over startups…‘ voor meer uitleg over start-ups].
En ten tweede volgens dit artikel zal in het jaar 2019 de hoeveelheid aan nieuwe olieproductie niet meer ‘opwegen’ tegen de daling van de olieproductie uit bestaande producerende olievelden wereldwijd, zeker in het geval wanneer de wereldwijde vraag naar olie de komende jaren nog noemenswaardig zal toenemen.

Aangezien gemiddeld na grofweg 1 jaar een ‘startup project’ haar maximale (piek) productie bereikt, is het niet verbazingwekkend dat pas een jaar na het jaar 2018 ‘we’ de voelbare gevolgen gaan merken van de flinke daling van het aantal ‘startups’.
Volgens het aangehaalde artikel (welke achter betaalmuur zit) waren er in de jaren 2015 en 2016 gemiddeld flink meer startups dan in de jaren 2017 t/m 2020 naar verwachting het geval zal zijn.
Als ik het goed gelezen heb zal het aantal startups in het jaar 2017 relatief gezien nog wel meevallen, maar voor het jaar 2018 wordt een flinke afname van het aantal startups verwacht.
Aangezien de startups van het jaar 2017 gemiddeld pas in het jaar 2018 hun maximale productie bereiken, is er met een slag om de arm in het jaar 2018 nog geen of nog geen al te grote daling van de wereldwijde olieproductiecapaciteit te verwachten, met nadruk op capaciteit.

Van Pre-fid tot neergang
Op basis van wat ik heb gelezen zijn bij een olieproject o.a. de volgende fasen (statussen) te onderkennen:

(1)Pre-FID
(2)FID
(3)Startup
(4)Bereiken van begin van piekproductieperiode (project is volwassen geworden)
(5)neergang (daling van productie).

Gemiddeld duurt het na het definitieve besluit (FID) om een olieproject op te starten grofweg 3 jaar eer de eerste olie uit het project (project krijgt dan label ‘startup’) ter beschikking komt voor de markt. Na gemiddeld grofweg ruim een jaar bereikt een ‘startup’ project haar piekproductie.

In het artikel welke achter een betaalmuur zit is uitgegaan van startups waarvan ten eerste de olieproductie meer dan 10 duizend olievaten per dag is of zal gaan zijn en ten tweede het tijdsbestek tussen FID en Startup minimaal 2 jaar bedraagt. De Amerikaanse ‘tight’ olie projecten voldoen (als ik me niet vergis) niet aan laatstgenoemde eis. Veel overige projecten wereldwijd, vooral de grotere, voldoen wel aan de genoemde eisen.

Enige uitleg over start-ups, althans wat ik ervan begrepen heb:
Startups zijn vrij vertaald olieprojecten die gedurende een specifiek jaar voor het eerst olie aan de markt leveren. Bijvoorbeeld alle olieprojecten die voor het eerst olie leveren in het jaar 2017, zijn ‘startups’ voor het jaar 2017. Olieprojecten die voor het eerst olie leveren in het jaar 2018, zijn startups voor het jaar 2018.
Gemiddeld bereikt een ‘startup’ na grofweg ruim 1 jaar haar piekproductie. Dus als een olieproject bijvoorbeeld in het jaar 2015 voor het eerst olie levert (dus een ‘2015 startup’ is geworden), zal in 2016 of 2017 de olieproductie van het project haar maximale productie (piek) bereiken, vervolgens enige tijd op piekniveau blijven produceren en tenslotte zal de productie ervan gaan dalen.

Nadat formeel bekrachtigd is om een nieuw olieproject op te starten [dat gebeurt meestal via een zogenaamde ‘Final Investment Decision’ oftewel FID] duurt het gemiddeld ongeveer drie jaar eer de eerste olie uit een olieproject beschikbaar komt voor de markt (of met andere woorden een olieproject een ‘startup’ wordt). In de periode tussen ‘FID’ en ‘Startup’ wordt voor het project bijvoorbeeld alle benodigde middelen aangeschaft, de noodzakelijke infrastructuur aangelegd en de olieputten geboord. Wanneer gedurende een specifiek jaar uiteindelijk de eerste olie uit het project beschikbaar komt voor de markt is het project een Startup voor dat specifieke jaar geworden. Een project kan maar voor één
specifiek jaar een startup zijn, dus niet voor meerdere jaren achtereen.

Vooral in het jaar 2018 flink minder startups en in 2019 daling van wereldwijde olieproductiecapaciteit?
Als ik dit artikel (zit achter betaalmuur, maar ik heb er informatie van) mag geloven zullen er in het jaar 2018 flink minder startups zijn dan in voorgaande jaren het geval was.
Volgens het aangehaalde artikel bedroeg voor de jaren 2015 en 2016 de totale (nieuwe) productiecapaciteit van startups ongeveer 4,4 miljoen vaten per dag, dat is dus gemiddeld 2,2 miljoen vaten per dag op jaarbasis.
Voor de periode vanaf het jaar 2017 t/m 2020 is uit startups in het beste geval (naar verwachting) een totale (nieuwe) productiecapaciteit van ongeveer 5,9 miljoen vaten per dag te verwachten. Dat is ongeveer 1,5 miljoen vaten per dag op jaarbasis. Het ‘realistische scenario‘ gaat voor de jaren 2017 t/m 2020 uit van in totaal ongeveer 4,5 tot 5 miljoen vaten per dag aan nieuwe olieproductie capaciteit uit startups, dat is ongeveer 1,2 miljoen vaten per dag op jaarbasis. Dat is een miljoen vaten per dag minder dan gemiddeld in de jaren 2015 en 2016 het geval was.
Vooral voor het jaar 2018 worden er flink minder startups verwacht. De gevolgen van laatstgenoemde zullen hoogstwaarschijnlijk pas één jaar later (2019) voelbaar worden. Lees daartoe bijvoorbeeld het hierboven vermelde artikel.

Een quote uit het artikel:

Delays and cancellations of projects by cash-strapped energy giants mean the volumes of new crude production coming onstream will not be enough to make up for the decline from existing fields and meet growing demand, Barclays analysts said in a research note.

They forecast that 2019 would see the “the lowest year for new capacity” on their records, which stretch back to the Nineties, with just 1.2m barrels per day (bpd) of new supply.

By contrast, decline from existing fields and growing demand would together equal 4m bpd, resulting in a gap of almost 3m bpd.

2019 marks a juncture where supply becomes a concern. With current volatility and oil price uncertainty, project sanction approval continues to be difficult,” they wrote.

Samengevat zal volgens bovenvermelde quote in het jaar 2019 een gat van bijna 3 miljoen olievaten per dag ontstaan tussen enerzijds ‘een combinatie van (naar verwachting) een toenemende wereldwijde vraag naar olie en een daling van de olieproductie in bestaande producerende velden’ en anderzijds de nieuwe hoeveelheid aan ‘nieuwe’ olie die dat jaar beschikbaar komt. Dus dat het jaar 2019 bij lange niet in staat zal zijn om met behulp van nieuwe olie te compenseren voor de verwachte stijging in de vraag naar olie en de ‘natuurlijke’ afname van de olieproductie uit bestaande velden.

Om terug te komen op het vetgedrukte woordje ‘capaciteit’:
Het woordje capaciteit is hierboven vet gedrukt, omdat in het jaar 2019 de olieproductie nog verder kan stijgen ondanks dat de totale wereldwijde olieproductiecapaciteit afneemt.
Ik neem aan dat, zeker in het geval de OPEC trouw blijft aan haar productiebeperking, in de loop van het jaar 2018 de wereldwijde overvloed aan bovengronds opgeslagen olie is weggewerkt. Als laatstgenoemde het geval is geworden, resteert bijvoorbeeld nog de aanwezige wereldwijde olieproductie reservecapaciteit om het gat tussen olievraag en olieaanbod niet te groot te laten worden.
Dankzij de recentelijk ingeperkte olieproductie (de OPEC heeft onlangs haar olieproductie met ongeveer 1 miljoen vaten per dag verminderd) bedraagt de wereldwijde olieproductie reservecapaciteit momenteel ruim 3 miljoen vaten per dag en dat is vanuit een historisch perspectief nog steeds weinig!
Als bijvoorbeeld in het jaar 2019 de OPEC besluit al haar (nog resterende) reserveproductiecapaciteit aan olie op de markt te brengen (of m.a.w. besluit al haar oliekranen volledig open te draaien), kan de wereldwijde olieproductie in 2019 misschien nog een beetje stijgen, maar is de reservecapaciteit aan olieproductie in 2019 tot nul gereduceerd. Het hoeft wat betreft olieproductie dan maar een beetje tegen te zitten en er ontstaan al snel flinke tekorten aan olie.
Het is niet uitgesloten dat bijvoorbeeld de olieproductie in Venezuela (nota bene het land met op papier de grootste oliereserves ter wereld) vanwege de aldaar heersende onrust en economische malaise de komende jaren flink gaat inzakken.
Naar verwachting zal ook de totale Aziatische olieproductie, zeker in het geval de investeringen in de oliewinning aldaar niet flink toenemen, noemenswaardig gaan inzakken, mogelijk met een miljoen vaten per dag tussen nu en het jaar 2025!
En de komende jaren zal naar verwachting bijvoorbeeld ook de olieproductie in Mexico nog noemenswaardig verder dalen, zeker in het geval de investeringen aldaar niet flink toenemen.

De rode draad in het oliegebeuren is mijns inziens het volgende:
Vanwege het uitgeput raken van de makkelijk winbare olie kost het steeds meer middelen, dient men steeds meer te investeren om de wereldwijde bruto olieproductie op peil te houden.
Er is al enige tijd sprake van ‘dimishing returns’ (afnemende meeropbrengsten) in de olie verwerkende industrie.
Men dient als het ware steeds harder te lopen om op gelijk niveau te blijven.
Men ziet ‘het steeds harder moeten lopen om op gelijk niveau te blijven’ niet alleen terug bij olie maar ook bij andere brandstoffen en ook bij de grondstoffenwinning.
De vraag is in hoeverre de wereld de komende jaren nog in staat zal zijn om de steeds hogere investeringen op te brengen die nodig zijn om de wereldwijde olieproductie de komende jaren nog op peil te houden, want olie is naar mijn bescheiden nog steeds de belangrijkste brandstof voor de wereldeconomie.
Het is niet alleen de hoeveelheid olie die dagelijks uit de grond gehaald wordt, maar ook de kwaliteit van de olie. Als ik diverse verhalen mag geloven is de hoeveelheid aan olie van goede kwaliteit al flink afgenomen. Het kost steeds duurdere middelen (en energie) om via raffinage de olie te verwerken tot bruikbare petroleumproducten zoals bijvoorbeeld benzine en diesel.

Volgens diverse onafhankelijke analisten en energiebureaus zal de komende jaren veel gaan afhangen van de mate waarin vooral de Amerikaanse ‘tight’ olieproductie op betaalbare wijze weer terug opgekrikt kan worden om een flinke wereldwijde olieshock zoveel mogelijk te voorkomen.
Want in tegenstelling tot vele olieprojecten wereldwijd kan de Amerikaanse ‘tight’ olieproductie in relatief korte tijd noemenswaardig opgekrikt worden, althans dat is de verwachting.
Er bestaat bij diverse analisten en energiebureaus zacht uitgedrukt de nodige twijfel of laatstgenoemde gaat lukken, maar meer hierover in Deel 2.

Geplaatst in Uncategorized | 8 reacties

Richard Dolan over valse vlag operaties

Nog een uitstapje naar samenzweringsland…
Een controversieel onderwerp.
Voor een keertje een audio waarvan velen de inhoud als controversieel zullen beschouwen.
Richard is naar mijn idee een heel erudiet en intelligent persoon en bovenal een begenadigd spreker.
Richard heeft het in de audio over een beleid van doelbewuste misleiding, over zogenaamde ideologische ‘false flags’, waarvan de war on terror er eentje is.

Klik onderstaand op oranje knop met witte pijl om de audio af te spelen. Na klikken op pijl duurt het enkele seconden eer de audio hoorbaar is.

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

Wat is de motivatie achter de recente ‘contant geld ban’ in India

Een brainstorm…

In November 2016 werd in India van de ene op de andere dag de meest gebruikte bankbiljetten in India, namelijk die van 500 en 1000 roepies, onwettig verklaard. Dus dat laatstgenoemde bankbiljetten niet meer als legaal betaalmiddel gebruikt kunnen worden als betaalmiddel.
Een briefje van 500 roepies is ongeveer 7,5 dollar waard en een briefje van 1000 dus het dubbele, ongeveer 15 dollar.
De bedoeling is dat de oude bankbiljetten van 500 en 1000 roepies vervangen worden door nieuwe bankbiljetten. Nu komt de crux: van alle oude bankbiljetten die in omloop zijn kan slecht een klein deel ingewisseld worden voor nieuwe bankbiljetten, omdat de Indiase regering (naar ik aanneem doelbewust) te weinig nieuwe bankbiljetten heeft geprint om zodoende mensen als het ware te dwingen een bankrekening te openen en hun oude bankbiljetten niet in te wisselen voor nieuwe bankbiljetten maar wel door ‘digitaal’ geld op een bankrekening. Tot het einde van het jaar 2016 kregen de mensen de tijd om hun oude bankbiljetten in te wisselen of om het op een bankrekening te zetten.
Voor honderden miljoenen Indiërs houdt laatstgenoemde maatregel een hoop ellende in. Veel arme Indiërs hebben niet eens een bankrekening en zijn al hun gehele leven gewend om alles in contant geld af te rekenen. Als ik de verhalen mag geloven zijn er op het platteland een heleboel Indiërs die verder dan 75 kilometer van de dichtstbijzijnde bank wonen. Veel van die mensen hebben niet eens een fiets. Dat ze bijvoorbeeld met behulp van een lastdier, een fiets of te voet een lange reis dienen te maken om de dichtst bijgelegen bank te bereiken.
En het valt bovendien niet uit te sluiten dat een heleboel Indiërs er tegen opzien al hun bankbiljetten in te wisselen voor nieuwe legale bankbiljetten, omdat men bang is zich te moeten verantwoorden over hoe ze aan al dat contact geld gekomen zijn.
Bovendien is de maatregel nogal omslachtig, omdat vooral de rijke Indiërs er bijvoorbeeld vastgoed, goud of zilver voor aangeschaft hebben. Het zijn hoogstwaarschijnlijk de armere Indiërs die de grootste nadelen ondervinden van een dergelijke maatregel.
Als men alleen al kijkt naar het olieverbruik, is er m.i. een duidelijk effect waarneembaar van de genomen maatregel, namelijk dat recentelijk het olieverbruik in India voor het eerst in vele jaren een noemenswaardige daling vertoond. Zie daartoe onderstaande grafiek:

Volgens mij is er in de media relatief weinig aandacht voor de door bovengenoemde maatregel veroorzaakte ellende bij vele miljoenen Indiërs. Maar ja, even speculeren, misschien dachten degenen die achter de schermen dit soort maatregelen promoten zoiets van…”het betreffen toch maar arme Indiërs, wie maakt zich daar nu druk om…”. Hun economische waarde is toch al gering. En nog erger, misschien was de ban op oude bankbiljetten wel een test om te zien hoe de bevolking er mee om zou gaan. Een test waarbij miljoenen mensen flink in de ellende gestort worden.

Formeel is de motivatie (voor de contant geld ban) als volgt: Door een ban op contant geld hoopt de Indiase regering het zwarte geld aan te pakken en ook terrorisme makkelijker te bestrijden. Maar is dat het gehele verhaal? Er worden verschillende verhalen verteld. Naar mijn idee zit er in sommige verhalen ‘die bij velen naar samenzweringstheorieën ruiken’ best wel een kern van waarheid.
Meer hierover na een intermezzo.

Een intermezzo
Onderstaand vervolg is min of meer een uitstapje naar wat sommigen bestempelen als samenzweringsland. Als iets als een samenzweringstheorie bestempeld wordt hoeft het nog niet onwaar te zijn. Een deel kan op waarheid berusten een deel weer niet. Er bestaan volgens mij (om het algemeen en vaag te houden) op allerlei niveaus samenzweringen, sommige onschuldig van aard sommige minder onschuldig van aard, maar dat wil nog niet zeggen er bij ‘alles’ sprake is van een doelbewuste samenzwering. Of nog erger, een doelbewuste samenzwering ‘tegen de mensheid’.
Bij ‘sommige’ met name religieus geïnspireerde mensen is bijvoorbeeld ‘de theorie’ dat de wereld geleid wordt door ‘demonische krachten’ populair.
Dat ‘achter de schermen’ demonische krachten (of door demonische krachten beïnvloedde machtige groeperingen) via een verdeel en heers politiek (door onder andere via controle over de geldstromen de wereldpolitiek te beïnvloeden) zoveel mogelijk verdeeldheid en ellende willen creëren, omdat deze demonische krachten zich voeden met ‘negatieve energie’. Des te meer ellende in de wereld des te groter het feest voor de demonische krachten. Maar dit allemaal even terzijde.
In het onderstaande vervolg is er ook wel sprake van ‘soort van’ samenzwering tegen groot deel van de mensheid, maar niet dat het demonische krachten betreffen. 😉

Over Amerika en de petrodollar
Mede dankzij de petrodollar is de Amerikaanse dollar wereldwijd het meest gangbare en dominante betaalmiddel geworden.
Om maar wat te noemen: Olie dient in dollars afgerekend te worden en vele importerende landen dienen flink wat dollars te lenen om aan hun dagelijkse oliebehoefte te voldoen.
Die dollars worden vaak verkregen in ruil voor spotgoedkope producten (in feite goedkope arbeid), grondstoffen en brandstoffen. Amerika hoeft als het ware alleen maar extra dollars bij te printen en uit te lenen in ruil voor allerlei producten, brandstoffen of grondstoffen.
De Amerikaanse centrale bank (de Fed) heeft het alleenrecht om de hoogte van de rente te bepalen en heel belangrijk om als het ware dollars ‘uit het niets’ bij te drukken, bijvoorbeeld met behulp van kwantitatieve verruiming (QE).
Bovendien investeren (beleggen) sommige dollarrijke landen (denk bijvoorbeeld aan Saoedi Arabië) voor een groot deel hun dollars weer terug in de Verenigde Staten. En omdat de dollar wereldwijd als de wereldreserve munt wordt gezien, zullen wereldwijd bijvoorbeeld veel miljonairs en miljardairs hun luxe producten kopen met behulp van dollars, omdat veel luxe producten in dollars aangeboden worden. Dat het lucratief is om producten in dollars aan te bieden.
Doordat vele landen hun producten spotgoedkoop in dollars aanbieden, kunnen Amerikanen en bijvoorbeeld ook Europeanen de beschikking krijgen over een boel spotgoedkope producten. De reclame helpt een handje mee om bij grote groepen mensen extra interesse (behoefte) op te wekken om op grote schaal al die goedkope producten te kopen. Een heleboel grote multinationals profiteren m.i. buitensporig van laatstgenoemd gebeuren. Tot bijvoorbeeld er een flinke oliecrisis uitbreekt maar dat terzijde.

Over digitaliseren, ‘financialisering’ en controle over geldstromen
Sommigen (namen laat ik achterwege) vragen zich af waarom het wereldwijde financieel economische systeem sinds het jaar 2008 nog steeds niet in een nieuwe flinke crisis terecht is gekomen, terwijl menig ‘gezagwekkend’ personage met achtergronden in financiën of economie voor de afgelopen paar jaar een ineenstorting van de wereldeconomie voorspelden, welke dus niet zijn uitgekomen.
Hebben deze personages een totaal verkeerd beeld van hoe de wereldeconomie in elkaar steekt of is er iets anders aan de hand waardoor hun voorspellingen tot nu toe niet zijn uitgekomen? Naar mijn bescheiden mening is er wel degelijk sprake van een machtige groep die toewerken naar een flinke controle over het wereldwijde financieel economische en daarmee samenhangend politieke gebeuren.
Ik wil niet zover gaan dat er kwaadaardige krachten achter de schermen actief zijn om de wereld in een economische houtgreep te houden om de mensheid doelbewust kwaad te doen en zichzelf zoveel mogelijk te verrijken, maar wel dat, om het voorzichtig te formuleren, er een ‘theoretische mogelijkheid’ bestaat dat achter de schermen getracht wordt om via ‘macht en controle over geldstromen wereldwijd’ landen en mensen zoveel mogelijk in het gareel te houden en vooral ook om de status quo zolang mogelijk in stand te houden. Dat met behulp van digitaliseren, ‘financialisering’ en zeer krachtige computers in een zeer vroeg stadium getracht wordt om via een met rookgordijnen gecamoufleerde werkwijze met name grote multinationals met behulp van ‘ondersteunend gedigitaliseerd geld’ van een ineenstorting te behoeden, om zodoende een keten van onvoorspelbare negatieve vervolgeffecten vroegtijdig te voorkomen. Dat met behulp van krachtige computers voorzien van kunstmatige intelligentie getracht wordt om in een heel vroeg stadium in beeld te krijgen waar wereldwijd de belangrijkste knelpunten gaan optreden met potentieel verregaande financiële gevolgen. Dat door een verregaande digitalisering van de geldstromen en tegelijkertijd de controle erover bij een kleine groep mensen te leggen, laatstgenoemde kleine groep steeds meer in staat zal zijn [zeker in het geval contant geld wereldwijd zoveel mogelijk beperkt is en er één munt dominant is, in dit voorbeeld de Amerikaanse dollar] om over de gehele wereld mensen, bedrijven, multinationals of zelfs landen de toegang tot financiële middelen te ontzeggen. Dat mensen, bedrijven of kwetsbare landen daardoor niet in staat zijn hun economie te onderhouden of extra te stimuleren.
Misschien is de crisis welke nu in Venezuela plaatst vind voor een niet onbelangrijk deel te verklaren door doelbewust Venezuela toegang te ontzeggen tot belangrijke middelen. Dat landen of organisaties welke zich niet schikken aan de ‘gangbare’ manier van handel drijven zacht uitgedrukt het leven bijzonder zuur gemaakt kunnen worden, zonder te wijzen op de werkelijke reden waarom de landen het zo zwaar te verduren krijgen. In de media hoort men bijvoorbeeld ineens negatief nieuws over de regering van een bepaald land en dat er allerlei maatregelen tegen dat land ondernomen dienen te worden om dat land in het gareel te krijgen, dat er andere redenen naar voren gebracht worden dan de werkelijke achterliggende redenen.

Verwijzingen naar een paar artikelen i.v.m. contant geld ban in India:
Onder deze link bevind zich een artikel waarin aangegeven wordt dat vooral ook vanuit de VS (bijvoorbeeld Bill Gates wordt vermeld) ‘om het zacht uit te drukken’ de Indiase regering aanbevolen werd een contant geld ban in India in te voeren.

Enkele quotes uit bovenvermeld artikel:

Even more importantly, the status of the dollar as the worlds currency of reference and the dominance of US companies in international finance provide the US government with tremendous power over all participants in the formal non-cash financial system. It can make everybody conform to American law rather than to their local or international rules.

De status van de Amerikaanse dollar als wereldreserve munt en de dominante positie van Amerikaanse bedrijven in het digitale internationale financiële gebeuren, verschaft de Amerikaanse regering een enorme macht over alle wereldwijde deelnemers in het formele digitale (geen contant geld bevattende) financiële systeem. Dat laatstgenoemde er voor zorgt dat iedereen wereldwijd al snel genoodzaakt zal zijn om zich te richten naar de Amerikaanse wetgeving i.p.v. nationale of internationale regels.

Het bovenvermelde artikel geeft vervolgens enkele voorbeelden waar bedrijven noodgedwongen zich dienen te rangschikken naar de ‘Amerikaanse wetgeving’. Wanneer bedrijven het niet doen wordt hun de geldelijke middelen ontzegd om het hoofd boven water te houden:

German newspaper Frankfurter Allgemeine Zeitung has recently run a chilling story describing how that works (German). Employees of a Geran factoring firm doing completely legal business with Iran were put on a US terror list, which meant that they were shut off most of the financial system and even some logistics companies would not transport their furniture any more. A major German bank was forced to fire several employees upon US request, who had not done anything improper or unlawful.

Een ander voorbeeld:

Every internationally active bank can be blackmailed by the US government into following their orders, since revoking their license to do business in the US or in dollars basically amounts to shutting them down. Just think about Deutsche Bank, which had to negotiate with the US treasury for months whether they would have to pay a fne of 14 billion dollars and most likely go broke, or get away with seven billion and survive. If you have the power to bankrupt the largest banks even of large countries, you have power over their governments, too. This power through dominance over the financial system and the associated data is already there. The less cash there is in use, the more extensive and secure it is, as the use of cash is a major avenue for evading this power.

Dat niet alleen personen of bedrijven, maar zelfs ook landen die uit de pas lopen ‘bankroet’ gemaakt kunnen worden.

En onder deze link bevind zich een artikel waarin de door de ‘ban op contant geld’ veroorzaakte ellende beschreven wordt.

Tot slot nog wat gespeculeer over de verregaande ‘financialisering’ van de westerse economieën. Niet dat ik een kenner ben, maar dat weerhoudt me niet eens flink te gaan speculeren:
De financiële sector is de afgelopen decennia […met dank aan de flink toegenomen hoeveelheid aan allerlei (van concrete zaken afgeleide) financiële producten (diensten)…] in verhouding tot andere sectoren van de economie zo enorm groot geworden, dat het een soort van reus op lemen voeten is geworden. Dat slechts een relatief kleine groep aan mensen enorm profiteert van de ver doorgevoerde ‘financialisering’ van de economie. Tot die kleine groep behoren bijvoorbeeld de opstellers van de financiële producten (diensten) of de speculanten die met hun wiskundige modellen enorme winsten weten te maken door als het ware ‘mee te gokken’ in het financiële casino gebeuren. Dat een groep mensen miljonair of zelfs miljardair zijn geworden door gechargeerd gezegd ‘te gokken met onder andere het geld van kleine spaarders en beleggers’. Dat de verliezen vooral op conto van de kleine spaarders en beleggers terecht kwamen (en nog steeds komen) en de winsten ten goede van o.a. de grote speculanten/ investeerders. Dat dergelijke activiteiten vooral van doen hebben met geld uit geld te maken zonder een werkelijke reële economische bijdrage te leveren.
Dat ‘Wall Street’ in het financiële casino gebeuren flink wat geld ‘verdient’ ten koste van ‘Main Street’. Bovengenoemde heeft er m.i. toe bijgedragen dat sommige Amerikanen erg huiverig waren om op Hillary Clinton te stemmen, bijvoorbeeld omdat de Clintons rijk zijn geworden met hun liefdadigheidsinstelling die veel financiële steun verkreeg (verkrijgt) vanuit gechargeerd gezegd ‘Wall Street’. Dat er (volgens roddel verhalen?) op één of andere manier flink wat geld aan de strijkstok bleef hangen. Dat de Clintons met steun van Wall Street flink wat geld hebben verkregen, waarvan de Clintons waarschijnlijk veel weggaven aan goede doelen, maar ook een niet onaanzienlijk deel voor hunzelf behielden of hun eigen ‘politieke’ belangen ermee ondersteunden. Voor de duidelijkheid, ik wil geen onnodige haat oproepen. Over de meeste politici valt behoorlijk wat te roddelen. Het is maar hoe men er tegen aankijkt. Beeldvorming is heel belangrijk en soms ook heel gevaarlijk. De macht van het woord is enorm.
Of anders geformuleerd: Dat onder het mom van ‘democratie en vrijheid’ de Democraten geneigd zijn een beleid te voeren dat vooral ten goede komt aan een selecte groep aan rijke ‘liberale’ mensen en vooral ook Wall Street. Dat door de Democraten minder sociaal en rechtvaardig gehandeld wordt dan met de mond beleden wordt. Dat een beleid in stand gehouden wordt waarvan een bepaalde groep flink profiteert. Dat een groep zogenaamd ‘liberale’ mensen als het ware slapend rijk worden van hun met de mond beleden sociaal en democratisch beleid. Dat dat sociaal meer schijn dan werkelijkheid is. Maar ik weet het niet zeker, ik kan me in laatstgenoemde natuurlijk enorm vergissen. Zie het maar als speculatie mijnerzijds. Trouwens ik ben nog meer bevreesd voor ‘het vroegere en huidige ‘Republikeinse’ beleid, maar dat terzijde.
Het is m.i. kiezen tussen kwaden. Het is een mening die gebaseerd is op allerlei verhalen die de ronde doen. Ik heb al die verhalen niet nagetrokken of ze kloppen, is misschien ook niet realistisch om het allemaal na te kunnen trekken.
Tot zover mijn speculaties.

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

De Oroville Dam als voorbeeld van belabberde conditie stuwdammen in de VS

In onderstaande video wordt Scott Cahill geïnterviewd door Chris Martenson i.v.m. de plotselinge eis tot evacuatie in verband met kritieke toestand bij Oroville Dam. Net zoals kerncentrales zijn ook stuwdammen onderhevig aan slijtage. Achterstallig onderhoud zou flink bijgedragen hebben aan de belabberde conditie van Oroville Dam.
Op papier zouden de stuwdammen ook in extreme omstandigheden volledig veilig moeten zijn. Net als bij kerncentrales blijkt onder extreme omstandigheden die veiligheid zacht uitgedrukt niet gegarandeerd te zijn.
Vanaf minuut 36 informatie over de belabberde conditie van heel veel stuwdammen (en bijvoorbeeld ook spoorwegen en bruggen) in de VS.
Volgens Scott Cahill is er 2000 miljard dollar nodig om de verouderde en belabberde conditie van de infrastructuur in de VS weer up to date te maken.

Begeleidende tekst bij de video:

To make sense of the fast-developing situation at California’s Oroville Dam, Chris spoke today with Scott Cahill, an expert with 40 years of experience on large construction and development projects on hundreds of dams, many of them earthen embankment ones like the dam at Oroville. Scott has authored numerous white papers on dam management, he’s a FEMA trainer for dam safety, and is the current owner of Watershed Services of Ohio which specializes in dam projects across the eastern US. Suffice it to say, he knows his “dam” stuff.

Scott and Chris talk about the physics behind the failing spillways at Oroville, as well as the probability of a wider-scale failure from here as days of rain return to California.

Sadly, Scott explains how this crisis was easily avoidable. The points of failure in Oroville’s infrastructure were identified many years ago, and the cost of making the needed repairs was quite small — around $6 million. But for short-sighted reasons, the repairs were not funded; and now the bill to fix the resultant damage will likely be on the order of magnitude of over $200 million. Which does not factor in the environmental carnage being caused by flooding downstream ecosystems with high-sediment water or the costs involved with relocating the 200,000 residents living nearby the dam.

Oh, and of course, these projected costs will skyrocket higher should a catastrophic failure occur; which can’t be lightly dismissed at this point.

Scott explains to Chris how this crisis is indicative of the neglect of the entire US national dam system. Oroville is one of the best-managed and maintained dams in the country. If it still suffered from too much deferred maintenance, imagine how vulnerable the country’s thousands and thousands of smaller dams are. Trillions of dollars are needed to bring our national dams up to satisfactory status. How much else is needed for the country’s roads, railsystems, waterworks, power grids, etc?

Both Chris and Scott agree that individuals need to shoulder more personal responsibility for their safety than the government advises, as — let’s face it — the government rarely admits there’s a problem until it’s an emergency. Katrina, Fukushima, Oroville — we need to critically parse the information being given to us when the government and media say ‘it’s all under control’, as well as have emergency preparations already in place should swift action be necessary.

Tot slot nog een kopie van een laatste bericht op NOS teletekst:

Omwonenden Oroville Dam weer terug

De bijna 200.000 omwonenden van de
hoogste dam van de VS mogen weer naar
huis.De Oroville Dam in Californië was
door hevige regenval zo beschadigd dat
een overstroming dreigde.

Het waterpeil in het stuwmeer was zo
sterk gestegen,dat er door de waterdruk
een gat ontstond in de noodafvoer.
Inmiddels is er genoeg water uit het
meer afgevoerd,waardoor de afvoer
voorlopig niet meer nodig is.

De omwonenden kunnen per direct terug,
maar de autoriteiten roepen de bewoners
wel op om waakzaam te blijven.Mogelijk
moet er bij hevige regenval opnieuw
geëvacueerd worden.

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

Kritische kanttekeningen bij VPRO documentaire over Amerikaanse schalie olie en gas revolutie

Onlangs (12 februari 2017) was er op de VPRO een documentaire over de Amerikaanse schalie olie en gas ‘revolutie’.

Klik hier om de documentaire te bekijken.

Om met de deur in huis te vallen: Het lijkt wel of de VPRO in de documentaire helemaal los gaat wat betreft het promoten van neoliberaal kapitalisme. Laatstgenoemde zal wel niet de intentie van de documentaire geweest zijn, maar dat proef ik er nu eenmaal uit. Alleen al de titel “Schalie cowboys”.
Het lijkt wel een lofzang voor de vrije markt. Dat de vrije markt altijd wel een oplossing vind voor een nijpend probleem…tot het een keer flink mis gaat. Bijvoorbeeld in het jaar 2008 ging het bijna helemaal mis. Er werd toen flink ingegrepen in de zogenaamde vrije markt, anders was de boel mogelijk helemaal ingestort.

De ‘schaliecowboys’ als voorbeeld dat de vrije markt altijd wel voor een oplossing zal zorgen…totdat blijkt dat de zogenaamde schalie ‘revolutie’ haar optimisme in de toekomst niet kan waarmaken en daardoor de wereld in de toekomst nog minder voorbereid is op een olieshock dan nu al het geval is.
En olie is naar mijn idee voor de hedendaagse wereldwijde economie nog steeds veel belangrijker dan aardgas. Er zijn een heleboel economische activiteiten, zeker in de transport sector en in de de landbouw, waarvoor geen grootschalig toepasbare alternatieven aanwezig zijn en dat zal nog wel vele jaren zo blijven.
Aardgas is veel makkelijker vervangbaar dan aardolie. Economische activiteiten die met behulp van aardgas gerealiseerd worden, kunnen in het algemeen ook bijvoorbeeld door alternatieven, van steenkool tot wind en zonne-energie, gerealiseerd worden. Olie is voor menig economische activiteit (zeker op grote schaal) nog steeds onmisbaar.

Wil de VPRO documentaire ons doen geloven dat we in soort van oneindige olieproductie wereld leven?
Ik vermoed haast van wel aangezien er in de documentaire totaal geen tegengeluid is te horen. Over tien jaar weten we vast meer of het schalie oliegebeuren een echte revolutie is of dat het, zoals Art Berman het enige tijd terug stelde, meer een afscheidsfeestje vlak voor het met pensioen gaan is.

Kanttekeningen bij de documentaire
Er zijn een flink aantal kritische kanttekeningen bij de documentaire te plaatsen.

Kanttekening 1: Documentaire m.i. ten onrechte erg beïnvloed door ‘anti-peakoilers’
Er wordt in de documentaire een heel optimistisch, heel eenzijdig beeld over de zogenaamde Amerikaanse schalie revolutie gegeven. Bijvoorbeeld ‘anti-peakoiler’ Daniel Yergin komt regelmatig aan het woord en wordt verkocht als iemand die de sterke opmars van de schalie olieproductie en de daarmee samenhangende sterke daling van de olieprijzen zag aankomen. Wat er niet verteld wordt is dat Daniel Yergin niet had voorzien dat de olieprijzen al vanaf het jaar 2002 aan een sterke opmars begonnen (met een tijdelijke daling in het jaar 2009 en een daling vanaf eind 2014). Zie onderstaande grafiek waarin weergegeven staat hoe vaak Yergin (en zijn bedrijf CERA) zich vergiste in verband met de olieprijzen:

Ook de volgende ‘voorspelling’ van Yergin (oprichter van CERA)  is bijlange na niet uitgekomen:

CERA in 2007 made a call that world oil production capacity would reach 112 million barrels per day in 2017, up from about 87 million barrels in 2007. Once again there was Steve Andrews who wrote at the time in 2007: “CERA is forecasting an addition of 20 million barrels within a decade… That’s a vision in search of reality. Anything is possible on paper, but we are betting you can’t do that with the drill bit.”

In het jaar 2007 ging Yergin een weddenschap aan dat de totale olieproductie in het jaar 2017 112 miljoen vaten per dag zou gaan bedragen. Daar zitten we nu anno 2017 flink onder. Anno 2017 betreft de totale olieproductie (alle liquids) ongeveer 97 miljoen vaten per dag. Dus wat betreft de wereldwijde olieproductie is Yergin veel te optimistisch geweest. Menig peakoiler was daarentegen weer te pessimistisch, maar hun schatting zat in het algemeen wel veel dichter bij de huidige werkelijkheid dan de schatting van Daniel Yergin.

Op het punt van de Amerikaanse olieproductie en daarmee samenhangend de huidige olieprijzen heeft de ras optimist Daniel Yergin uiteindelijk wel gelijk gekregen. Hij weet zijn ‘empirisch’ gelijk goed te verkopen. Als hij een keer op een punt gelijk heeft wil nog niet zeggen dat hij daarmee ook de waarheid in pacht heeft wat betreft de toekomst.

Daniel Yergin is niet voor niets zo optimistisch. Hij is een fervent aanhanger van de vrije markt [met name de laissez faire variant als ik de commentaren op één van zijn boeken mag geloven] of met andere woorden dat alle problemen via de vrije markt opgelost kunnen worden. Als de vrije markt niet in staat zou zijn om een belangrijk probleem op te lossen, is het alsof hun god (de vrije markt) faalt.
Daniel Yergin heeft in het verleden dus een boek geschreven waaruit sterk blijkt dat hij een fervent aanhanger is van een (niet door de overheid gereguleerde) vrije markt, namelijk dit boek (Commanding Heights).

Hieronder enkele vanuit ‘een eindige wereld perspectief’ m.i. betekenisvolle commentaren in verband met een boek uit de hand van ‘anti-peakoiler’ Daniel Yergin:

Een eerste commentaar:

And, here we should note that Yergin is the author of another famous book called Commanding Heights, a paean to free market ideology. To admit the possibility of a nearby peak would be to admit that the free market has already failed to predict and fix a critically important problem, one that could challenge the very continuity of modern civilization. It would be like saying one’s god had failed, the god in this case being the “marketplace.”

Het toegeven dat piekolie al voor de deur staat terwijl er nog geen geloofwaardige alternatieven aanwezig zijn die tijdig op grote schaal geïmplementeerd kunnen worden gaat in tegen het geloof dat de vrije markt tijdig alle grote problemen kan oplossen. Alsof het heftig toeslaan van piekolie zou betekenen dat hun god (de vrije markt) gefaald heeft.

Een tweede commentaar:

The downside of free markets, both globally and domestically is not examined, despite the fact that the argumentative ammunition to bring down anti-market theories is abundant.

Dat Yergin in zijn boek niet in gaat op de schaduwzijde van vrije markten, terwijl hij wel volop aandacht heeft voor de schaduwzijden van de ‘anti (vrije) markt theorieën.

Een derde commentaar:

Keep in mind that there are some goods and services that the market simply cannot deliver and like most cycles in history this debate is probably not settled.

De discussie dat de vrije markt altijd kan voorzien in alle vitale goederen en diensten is nog lang niet beslecht.

Een vierde commentaar:

Written on the eve of the dot-com bust, and a decade before the economic meltdown of 2008, Yergin and Stanislaw used this book as a platform to ballyhoo the (in their view) ultimate and final triumph of deregulated laissez-faire economics over the Keynesian mixed-economic policies which led to the unprecedented and widely-distributed prosperity which defined the post-WWII era in the industrialized “First World” and America in particular.

Het boek was geschreven vlak voor de dotcom bubbel (uit mijn hoofd het jaar 2001) instortte. In dit commentaar wordt aangegeven dat in het boek van Daniel Yergin vooral de laissez fair variant van de vrije markt bejubeld wordt. Zeg maar het bejubelen van het neoliberale kapitalisme.

Een vijfde commentaar:

As a result, the reading is quite repetetive. The thesis is clear: market economies work best. There is almost no discussion on the limitations of market economies — or of their social consequences.

Nogmaals wordt in een commentaar benadrukt dat de schaduwzijden van een vrije markt economie niet besproken worden.

Een zesde commentaar:

Yes, great historical and analytical writing on a great many world economies, but not the justification for globalization it claims. We return to Laissez-Faire, Global economics and Surprise Surprise Surprise, the world is once again thrown into wild swings of booms and busts, widening income disparity, environmental degradation and economic insecurity for the vast vast majority. No Improvement. I’m now convinced of the opposite of the thesis of this book. I’d prefer 5% inflation (just ask a Realtor) and the middle class life my parents and grandparents enjoyed in the 50’s 60’s and 70’s to the current situation. Long Live Keynes!

In dit commentaar wordt aangegeven dat de vrije markt en de bijbehorende globalisatie behoorlijke schaduwzijden met zich meegebracht hebben. Daar kan ik me wel in vinden.

Een zevende commentaar:

I was curious to see what the reviewers might be saying about the declarations, which “The Commanding Heights” serves-up as resolute truth, relative that is to the very near collapse of the world market economy in 2008.
Seems these ardent free-marketers have shrunk back; their fingers-on-the-pulse a little iffy, ever since the over-night insolvency and bankruptcy of Lehman Brothers.
While an informative read, with every turn of the page, and no matter the sensibilities outlined, always remained in the back of my mind about his book:
“sounds perfectly sensible and credible until things suddenly go starkly wrong!”

De vrije markt klinkt misschien geweldig tot het moment dat het flink mis gaat (in het jaar 2008 zou het hoogstwaarschijnlijk flink mis gegaan zijn als er niet door de overheid flink ingegrepen zou zijn). Hebben ze het nog niet eens over andere schaduwzijden van de ongebreidelde vrije markt. Een ongebreidelde vrije markt die in de praktijk vrijwel geen oog heeft voor het belang van milieu, grondstoffen en energie.

Een achtste commentaar:

The “Chicago School of Economics” celebrates its wisdom, models and planning in country after country. However, in every country and economics system, the sustainable natural resource base is overlooked. Keynes may be the “father” of market economics, but Keynes is a short-term perspective. We are approaching Peak Oil and Peak Water and 6.6+ billion people all striving for a USA standard of living. The USA standard of living is based on cheap oil and cheap water and we are entering the “Crude Awakening.”

Laatstgenoemde commentaar is al wat ouder, maar naar mijn idee nog steeds erg relevant. Namelijk dat in gangbare economische theorieën het wezenlijke belang van een duurzame grondstoffen basis in breedste zin van het woord over het hoofd gezien wordt.

Tot zover enkele commentaren op een boek van Daniel Yergin. Het lijkt misschien wat off topic, maar het is doelbewust gedaan om aan te geven dat naar mijn smaak in de VPRO documentaire tussen de regels door heel erg een boodschap gebracht wordt dat we in een soort van oneindige wereld leven waarin de vrije markt altijd met oplossingen voor nijpende problemen komt. Dat door dat achterliggend ‘geloof’ men niet openstaat voor tegengeluiden.

Kanttekening 2: Geen revolutie maar een ‘fat tail’ fenomeen
Zeker wat betreft de Amerikaanse tight olie (schalie olie) productie is er volgens menig onafhankelijk analist geen sprake van een revolutie, maar sprake van een tijdelijk ‘fat tail’ fenomeen. Het is verschrikkelijk duur om alle benodigde infrastructuur op te bouwen om op grote schaal schalie oliewinning te realiseren. In de rest van de wereld ontbreekt de nodige basis om winning van schalie olie te realiseren. In bijvoorbeeld een deel van Siberië zit ook flink wat schalie olie, maar op basis van wat ik gelezen dient er nog heel wat gebeuren eer er aldaar serieuze pogingen ondernomen zullen worden deze olie te winnen. En als ik me niet vergis heeft China enige tijd geleden getracht om in een bepaald gebied van China schalie gas te winnen, maar de pogingen hebben weinig of geen resultaat opgeleverd.

Wat betreft de Amerikaanse schalie gas zou men wel kunnen spreken van een soort van revolutie waardoor de aardgasvoorziening nog een jaar of tien of misschien wel tientallen jaren op betaalbare wijze op peil gehouden kan worden en er daardoor meer tijd overblijft om een eventuele transitie naar een meer duurzame samenleving te bewerkstelligen. Alhoewel, er zijn ook diverse analisten die laatstgenoemde sterk in twijfel trekken. Dat bijvoorbeeld ook de productie in de Marcellus en utipa binnen een jaar of 10 sterk zal gaan dalen. Maar zoals eerder vermeld is m.i. oliewinning veel belangrijker voor de huidige wereldeconomie dan aardgaswinning. Als de olieshock al op relatief korte termijn toeslaat, heeft men aan al dat aardgas vrijwel niets.

Het gevaar van de boodschap van anti-peakoilers zoals Daniel Yergin is dat, wanneer mogelijk al in de nabije toekomst piekolie inderdaad keihard gaat toeslaan, de wereld nog minder voorbereid zal zijn dan nu al het geval is.

Een uitstel van het ‘piekolie moment’ betekend nog geen afstel ervan, zoals menigeen en zeker ook de media ons graag wil doen geloven. Zo van don’t worry, we leven in een oneindige wereld waarin uiteindelijk iedereen rijk kan worden als men hard genoeg werkt, zijn of haar best doet en assertief genoeg opstelt. Dat extreme rijkdom gerechtvaardigd wordt door te suggereren dat we in een oneindige wereld leven.

Om het anders te formuleren: Wat me opvalt is dat er in de VPRO documentaire vrijwel geen enkele twijfel geuit wordt aan de toekomstige ‘houdbaarheid’ van de Amerikaanse schalie olie productie. Men had om flink tegenwicht aan de optimistische visie ten aanzien van de toekomstige tight olie productie (en ook toekomstige schalie gas productie) bijvoorbeeld David Hughes aan het woord kunnen laten komen of desnoods Arthur Berman of iemand van één of ander energiebureau die ook kritisch staat ten aanzien van de toekomstige wereldwijde bijdrage van met name schalie olie (betere benaming is tight oil, maar dat terzijde).

De Amerikaanse schalie olieproductie in een breder perspectief:
Vanuit een breder perspectief is Shale oil eerder een ‘fat tail’ dan een structurele oplossing voor energie probleem.
De totale Amerikaanse schalie olie productie bedraagt momenteel ongeveer 4 miljoen vaten per dag en zal onder een erg optimistisch scenario van het EIA onder een regime van hoge olieprijzen (meer dan 70 dollar per vat) binnen tien jaar kunnen stijgen tot zo’n 7 a 8 miljoen vaten per dag.

In onderstaande grafiek de schalie olie productie gedurende de afgelopen jaren:

De overige olieproductie in de VS bedraag grofweg 5 miljoen vaten per dag (offshore olieproductie in golf van Mexico en conventionele olieproductie op Amerikaanse vaste land). De Amerikaanse conventionele olieproductie is nu al aan het dalen en binnen hooguit een paar jaar zal ook de olieproductie in de golf van Mexico gaan dalen. De totale wereldwijde all liquids productie bedraag momenteel ongeveer 97 miljoen vaten per dag. De komende vijf jaar zal als er geen al te gekke dingen gebeuren de wereldwijde olieconsumptie nog met ruim 5 miljoen vaten per dag stijgen. De afgelopen jaren steeg de wereldwijde olieconsumptie op jaarbasis met ruim 1 miljoen vaten per dag.
Drie miljoen vaten per dag aan extra schalie olie gaat naar mijn bescheiden mening niet voorkomen dat binnen enkele jaren de wereldwijde olieproductie een maximum gaat bereiken. Het is nog maar de vraag of de Amerikaanse schalie olie (tight oil) productie nog met drie miljoen vaten per dag opgekrikt kan worden, maar dat terzijde.
In de rest van de wereld is de schalie olie productie nog totaal niet van de grond gekomen en volgens menig onafhankelijk analist (en zelfs ook volgens een artikel van het IEA), is de kans erg klein dat dit de komende jaren gaat gebeuren. Het hele schalie olie en gas gebeuren kon in de VS plaatsvinden, omdat in de VS heel veel kapitaal aanwezig is en een zeer grote, uitgebreide en goed ontwikkelde industrie in verband met de oliewinning. Met behulp van enorme sommen aan goedkoop geld en de zeer grote, uitgebreide en goed ontwikkelde industrie (inclusief alle toeleveringsbedrijven) kon in de VS de schalie olie productie in korte tijd flink stijgen. Er zit dus een flink prijskaartje aan vast. Zie daartoe onderstaande grafiek waarin de sterk gestegen totale schulden in het schalie gebeuren zijn weergegeven:

Kanttekening 3: De recente kostendaling in de schalie oliewinning is maar voor een klein deel te verklaren door betere efficiëntie en technologie
Het heeft heel veel middelen (en daarmee samenhangend geld) gekost om de infrastructuur te ontwikkelen die noodzakelijk is om de Amerikaanse tight olieproductie vorm te geven en daarna flink op te krikken. Vele oliebedrijven zitten flink in de schulden. En heel belangrijk…bovendien is de recente kostendaling grotendeels te verklaren door factoren die niets van doen hebben met verbeterde efficiëntie en technologie.
Lees daartoe bijvoorbeeld dit artikel. Het schalie oliegebeuren is, zoals ook in de 22-ste minuut van de VPRO documentaire wordt opgemerkt, gewoon een kapitaalintensieve industrie.
Op bijvoorbeeld www.peakoilbarrel.com zit men wat betreft het schalie olie gebeuren bovenop het nieuws. De recente signalen zijn niet gunstig wat betreft de toekomstige productie aldaar. De Amerikaanse schalie olieproductie zal, zeker in het geval de olieprijzen weer (al dan niet tijdelijk) flink omhoog gaan nog noemenswaardig gaan stijgen, maar hoogstwaarschijnlijk slechts voor een paar jaar. Er zijn in ieder geval relatief hoge tot erg hoge olieprijzen benodigd om de schalie olieproductie weer terug noemenswaardig (met meer dan een miljoen vaten per dag) op te krikken. Maar wereldwijd gezien stellen die paar miljoen extra vaten per dag aan schalie olie niet zoveel voor. Als de wereldwijde vraag binnen twee jaar met ruim twee miljoen vaten per dag stijgt, is de bijdrage van de schalie olie weer al te niet gedaan. Ondertussen is de olieproductie in met name Azië (vooral China), Mexico, Venezuela en nog menig ander belangrijk olie producerend land flink aan het inzakken. En de gevolgen van de recente flink verminderde investeringen gaan we pas over een paar jaar volop merken, bijvoorbeeld door een sterke afname in de diepzee olie productie.  Dus vanuit een breder perspectief is het Amerikaanse schalie olie gebeuren meer een tijdelijk ‘fat tail’ gebeuren dan een oplossing voor het energie probleem.

Volgens bijvoorbeeld dit artikel is minder dan 40% van de kostenreductie in het schalie olie gebeuren verklaarbaar door betere efficientie en techniek, de overige ruime 60% is verklaarbaar door de oliewinning te beperken tot de zogenaamde ‘sweetspots’ en dat aanleverenbedrijven de benodigde middelen goedkoper aanbieden vanwege ingestorte vraag.
Een quote uit het artikel i.v.m. kostenreductie:

In other words, about three-quarters of the cost reductions have come from trends that will not ultimately improve the overall recovery of oil. First of all, oilfield service companies will start demanding higher prices as drilling rebounds, which will lead to a rebound in drilling costs.

Met andere woorden dat de toeleveringsbedrijven (oilfield service companies), om het hoofd boven water te houden, bij toenemende vraag naar hun materialen en diensten weer terug hogere prijzen voor hun materialen en diensten gaan vragen. Dus dat bedrijven welke de olie uit de grond halen bij stijgende vraag naar middelen weer meer voor het benodigd materiaal en diensten moeten gaan betalen. Dat de kosten daardoor eerder weer terug toenemen dan verder afnemen. Er zijn nog andere bronnen die aangeven dat de recente kostenreductie bij de schalie oliewinning voor het grootste deel niet toegeschreven kan worden op betere technologie en efficiëntie, maar ik laat het hier bij.

Tot slot nog een belangrijke kanttekening in verband met “peakoil theorie bij het oud vuil”.
In de begeleidende tekst behorende bij de VPRO documentaire is men wel heel stellig en erg voorbarig, een quote uit de begeleidende tekst:

peak oil theorie bij het oud vuil

Hoe zet deze controversiële innovatie de wereld van de energie op zijn kop? Want dit nieuwe aanbod aan goedkope energie biedt ons in feite meer tijd om de transitie naar een duurzame wereld vol zonne- en windenergie te overbruggen. Enkele jaren terug gingen alle experts en analisten nog uit van de Peak oil theorie. Namelijk dat de fossiele reserves in de wereld aan het opraken waren. De schalierevolutie heeft die theorie in slechts enkele jaren bij het oud vuil gezet. De fracking-technologie opent een heel nieuw reservoir aan fossiele brandstoffen. Energie-goeroe Daniel Yergin noemt daarom schaliewinning de energie-innovatie van de 21e eeuw.

Ik weet niet wat degene die het stuk geschreven heeft onder peak oil verstaat, maar voor mij betekend ‘peak oil’ het jaar waarin gemiddeld de hoogste (maximale) wereldwijde olieproductie bereikt wordt om vanaf dat moment in de toekomst permanent te gaan dalen.

Piekolie betekend dus niet dat de olie ineens op is. Dat willen ‘anti piekoilers’ de media graag doen geloven om de ‘piekolie beweging’ zoveel mogelijk in diskrediet te brengen. Piekolie gaat over hoeveel er per tijdseenheid uit de tap stroomt en niet over de hoeveelheid olie in de tap. Men kan enorm veel olieachtige substanties in de bodem hebben zitten, maar als men niet in staat is om bijvoorbeeld gemiddeld op dag of  jaarbasis de olieproductie verder op te krikken is de maximale olieproductie dus ook piekolie een feit.
Ik vrees dat ze bij de VPRO al binnen 10 jaar hun visie noodgedwongen flink mogen herzien, waarschijnlijk al rond het jaar 2020. Dat ze tegen die tijd een nieuwe documentaire kunnen maken dat de zogenaamde schalie revolutie (en dan met name de schalie olie lobby) heel veel mensen flink wat zand in de ogen gestrooid heeft, waardoor de wereld nog minder voorbereid is op een olieshock dan nu al het geval is. Met dank aan de de schalie lobby.
Om het te herhalen…in de documentaire wordt bijvoorbeeld ook de grote ‘anti-peakoiler’ Daniel Yergin geïnterviewd.

Tot slot nog een opmerking van een geoloog en enkele verwijzingen naar artikelen
Tot slot nog een opmerking van een geoloog (althans hij beweerd geoloog te zijn en is actief in de Amerikaanse oliewinning):

“They are already looking forward to drilling under the Saudi oilfields once these have dried up.” 100% bullshit. The deeper sections were drilled decades ago. In general the ME oil fields are relatively shallow”

Hij reageert in boven getoonde quote op een opmerking in de VPRO documentaire dat Saoedi Arabië alvast ‘kijkt’ om in de toekomst olie te gaan winnen welke zich bevindt onder de conventionele olievelden. Volgens de commentator is dergelijke informatie onzin. Volgens hem is men in Saoedi Arabië al decennia lang bezig de diepere lagen van de olievelden leeg te pompen en zijn de olievelden aldaar relatief dun.
Los van bovengenoemd commentaar herinner ik me dat ook andere geologen wezen op het gegeven dat de bulk van de Saoedische olie in het algemeen wordt aangetroffen in grote ‘conventionele’ olievelden, terwijl de Amerikaanse olie in het algemeen in lastig winbare onconventionele olievelden wordt aangetroffen en veel meer verspreid is over het Amerikaanse continent. Dat ook de kwaliteit van de Saoedische olie anders is dan de olie in Amerikaanse bodem. Maar dat terzijde.

In dit artikel wordt in cijfers aangegeven hoe beroerd enkele grote internationale oliebedrijven er voor staan. Dat is niet al te best. In mijn ogen is het vooral ook interessant om de commentaren bij het artikel te lezen. Er wordt heel veel recent nieuws over de financiële ‘toestand’ van allerlei oliebedrijven aangehaald en dat ziet er niet best uit.

En twee quotes uit het meest recente artikel uit de hand van Tom Whipple

Observers are starting to note that while the US shale industry, aided by generous loans from Wall Street, is rebounding quickly the US oil majors that are dependent on increasing expensive offshore oil production are not doing well. In fact, some observers are calling the financial situation at ExxonMobil, Chevron, and ConocoPhillips (The big three) “dreadful.” The net income of these companies is down from $80 billion in 2012 to $3.7 billion last year, with no significant improvement in sight. Their free cash flow now is negative, and the situation would have been even worse if they had not reduced their capital expenditures from $87 billion in 2013 to $46 billion in 2016. Reductions of this size do not bode well for their oil production five years from now given the rate at which offshore deposits deplete due to heavy use of water flooding to drive up production. Moreover, as “solid” corporations, these companies felt obligated to pay out $21.4 billion in dividends last year that were not covered by cash flow. In the last three years, these companies have been selling off assets and have increased long-term debt from $40 to $95 billion to cover capital expenditures and dividends.

Tom Whipple vermeld dat de financiële situatie van de grote internationale oliebedrijven zacht uitgedrukt niet geweldig is en dat er voorlopig nog geen zicht op verbetering is.
Terzijde, los van het artikel van Tom: Ik heb recentelijk in diverse artikelen gelezen dat vooral de investeringen in de offshore olieproductie nog steeds de wensen over laten, omdat het gewoonweg te duur is. Over enkele jaren gaan we de gevolgen van deze flink verminderde investeringen volop merken in een minder snelle toename of zelfs een afname van de wereldwijde olieproductie.

Where all this leaves us in the next decade depends on many variables. Unless oil prices go considerably higher in the next year or so, we are unlike to see much improvement in the offshore oil situation and therefore the prospects of the big oil companies. We currently have a shale oil boomlet in the US with oil prices below $60 a barrel. The industry continues to convince Wall Street that they have the potential to be profitable, but outside observers are skeptical. In the last two years. the shale oil industry has survived by drilling in only the best, most productive spots that will soon be disappearing and driving costs much higher. They are also surviving at the expense of the oil services industry which has been providing services at little or no profit. We are already hearing that in the booming Permian Basin costs are rising much faster than oil prices.

Ook volgens Tom W. blijven de vooruitzichten voor de offshore olieproductie ondermaats en daardoor ook de verwachtingen voor de grote internationale oliebedrijven. Tom merkt verder nog op dat de kosten om olie te winnen in het goudhaantje van de Amerikaanse oliewinning, the Permian Basin, sneller aan het stijgen zijn dan de olieprijzen. Een teken aan de wand?

Geplaatst in Uncategorized | 9 reacties